vrijdag 7 juni 2024

2de kroniek 2 (BELEVING) *2007-2009

 Ben ik bij haar, dan beleef ik mijn leven.


9 2000 dagen is zij dood
Mijn Schat en ik zijn mijn Schat en ik. Zo was het en zo is het en ja zo zal het zijn. Want zij is fijner dan wie of waar of wat ook. Dit bewijst zich iedere dag. Sinds ik haar ken, ben ik verwend. Ik ken haar sinds wij elkaar voor het eerst in elkaars ogen keken. Dat was ook de keer dat wij elkaar voor het eerst in elkaars ogen zagen. Ik ken mij sinds ik mij voor het eerst in haar ogen zag. Want zij kent mij beter dan wie ook. En waarom zou ik dit verzwijgen? Om de ijdele mensen tegemoet te komen? Ik dacht het niet, Allerverrukkelijkste, ik dacht het niet!

Alle stemmen in mij zingen jij Cara Colette. Iedere dag weer. En zullen ze dit ooit verleren? Nee nooit! Hoeveel geluk kan ik aan? Minder dan zij mij wil geven. Zo is het Schat. Maar Schat, zodra ik denk op eigen kompas een stukje traject af te kunnen leggen, wat gaat het dan snel, dat mijn organisme er niet meer aan gewend is zo verwend te worden. En daarom dagen als deze, waarin ik echt niets anders doe dan met jou zijn. Zo is het Schat. Tranen en stilte. Verrukkelijk geluk. Was jij en ben jij.
  Dank je Schat, intens, intens, intens.

Gaat zij dood, dan overkomt mij dit (idem als zij zich in mijn leven meldt). Het contact met haar-nu onderhouden echter vraagt een inzet van mij. En verlang ik een leven van Schatten-kwaliteit dan laat ik x andere dingen voorbij gaan, of sluit dit x andere dingen uit.

Jij mijn Schat, laat mij niets voelen wat ik niet fijn vind om te voelen, laat mij niets zeggen wat ik niet fijn vind om te zeggen, laat mij niets doen wat ik niet fijn vind om te doen. Niet éen dag dat jij niet aanwezig was Schat, maar ik ben het afgelopen half jaar te weinig gefocust geweest op ons. Te veel dagen dat ik niet de onverdeelde rust genomen heb om aan een onverdeeld samenzijn met jou toe te komen. En dit heeft mij geen goed gedaan; dit heeft mij verkeerd gedaan. Aan jou ligt het niet, natuurlijk niet; ik ben te slordig geweest. Want ja, het dagelijkse gedoe is een waan. En ja, jij bent de werkelijkheid zonder gekkigheid.

Iedere dag moet je de afstand afleggen. Iedere dag moet je huilen. De afstand afleggen gebeurt in alle stilte. En ook huilen gebeurt in alle stilte.

102030 dagen is zij dood
De Tijd eist vlijt. Vlijtig voer ik kalender-rituelen uit. Kalenderrituelen die niet gauw vervelen. Als ze gemaakt zijn voor mijn Schat. Voor haar geen strakke stramienen. Wel de routines die door de herkenning de kenning be-vestigen. De routines die de Liefde aantrekken, maar enkel dan, wanneer iedere routine als nieuw (actueel) ingevuld en uitgevoerd wordt.
  Kennend waar ik met jou aan toe ben, herken ik dat jij mij verrast (altijd aangenaam verrast); altijd verrassend binnen helemaal jij, is wat ik al zei. Eén van de verrassingen is hoe de routine expressie krijgt en in welk moment; iedere keer vers, waardoor ons onzer wordt. Dit is genieten, dit is geluk. Dit is intiem, dit is intens. Dit is bestendigen en bewegen. Dit is buitenaards en binnenaards. Dit is jij en ik.

Wat wij doen is wie wij zijn. Ja ik heb het over mijn Schat en mij. Mijn Schat die mijn Allerverrukkelijkste is. Dat hier geen mis-verstanden over ontstaan. Deze nachten mag het licht in de laden blijven branden. Bekoorlijk de schaduwen van de stilte. Wij, mijn Allerverrukkelijkste en ik dus, rilden van ontzetting. Hier doen we het voor, zo zijn wij.

Wij zijn thuis Schat. Hmm. Lekker warm, lekkere pathouli, lekkere muziek. Even zwijmelen. Dat kunnen wij goed. Wel zwijmelen, niet slijmen; dit is mijn Schat. Wel het sentiment, niet de bombast; dit is mijn Schat. O haar genot is mijn genot en omdat zij helder is in haar genot, is ons genot meer dan dubbel genot. Ja Schat, dubbel dubbelgenot. Zoals het was zo is het, nog steeds, en zo zal het, zonder twijfel, zijn.

Ja dit is wat wij doen, dit is wie wij zijn, hier is waar wij wonen. Traag en saai. Precies zoals het ons bevalt. Wij, dat zijn mijn Schat en ik. Mijn Schat die mijn Allerverrukkelijkste is. Dat hier geen misverstanden over ontstaan. Deze dagen is ons plezier simpel; een lach met open mond, een woord op het enige moment op de enige toon (idem voor een gebaar) en een traan met open mond. Hè Schat. Zoals het was zo is het, nog steeds, en zo zal het, zonder twijfel, zijn. Voor mij geen afleiding, waarin ik mij kan vinden. Wat voor mij betekenis heeft vind ik, nog steeds, enkel met behulp van jou en zal ik, zonder twijfel, enkel met behulp van jou vinden. En zonder jou, ach, kan ik helemaal niet komen bij wat er toe doet! Want als mijn dialoog met jou stilvalt Schat dan ben ik, nog steeds, niets anders dan de onbenul die ik was en dan zal ik, zonder twijfel niets anders zijn dan de onbenul die ik was.

Jij kunt geven Schat, jij kunt ontvangen. Grote innerlijke en uiterlijke adeldom. Een edelvrouw van de nobelste zuiverheid. Jij bent mijn goed, mag ik jouw haven zijn? De blik in jouw ogen zegt mij genoeg. Dank je Allerallerliefste, dank je.

Cara Colette. Al meer dan 5000 dagen bij mij. Cara Colette. Al meer dan 5000 nachten bij mij.

Ik weet Allermijste, dat alles klaar is met jou. Maar wij zijn nog lang niet klaar met elkaar.

112350 dagen is zij dood
Dit is wat wij doen, dit is wie wij zijn, dit is (de meeste tijd) onze taal: Schitterende Stilte. Schitterende Stilte met een knipoog. Schitterende Stilte met een lach. En soms (ja ook) Schitterende Stilte met een zucht. Grote Grote Grote Liefde. Cara Colette.

Jij gidst mij Schat, jij gidst mij. Zodat ik voortdurend mijn buitenzaken en mijn binnen-zaken op orde heb. Nooit zal ik in mijn eentje jouw concentratievermogen evenaren. De verbanden, waar jij continu in bestaat, liggen buiten mijn directe bevattingsvermogen Schat. Zo was het en zo is het en ja zo zal het zijn.

Ja de band tussen haar en mij is een band tussen liefde en liefde. En nog steeds heeft mijn Allerallerliefste niets, maar dan ook helemaal niets, van haar lieftallige aantrekkingskracht verloren.


122550 dagen is zij dood
Buiten of binnen, wat moet ik zonder jou beginnen. Ja jij, Allerliefste, die nog steeds de exclusieve kracht hebt een lach op mijn gezicht te toveren. Een lach die nooit iemand anders te zien krijgt.
  Eeuwig Allerliefste. Eeuwig beweegt de bladeren te bewegen.

Jij was de basis (en bent en zult). De binnenbasis en de buitenbasis. De basis waar vanuit het begon (en begint en zal beginnen). De binnenzinnen en de buitenzinnen. Oog in oog, hand in hand. De regen geeft ons haar zegen, de wind baart ons kind. Jij zorgt voor de balans. De balans tussen binnen en binnen. De balans tussen buiten en buiten. De balans tussen binnen en buiten. De balans tussen jou en mij. De balans tussen jou en jou. De balans tussen mij en mij.
  Eeuwig Allerliefste. Eeuwig beweegt de oceanen te bewegen.

Helemaal hou ik van jou, die helemaal jij bent. Intens hou ik van jou, die intens jij bent. Intiem hou ik van jou, die intiem jij bent en intiem mij kent. Buiten of binnen, zonder jou valt er voor mij niets te beginnen. Dat jij (kwam en) komt, (deed en) doet mij de ene stap na de andere zetten. Nadat ik 's ochtends mijn ogen open. Totdat ik ze 's nachts weer sluit.
  Eeuwig Allerliefste. Eeuwig beweegt jou te bewegen.

Nooit meer ongebonden eenzaamheid Allerliefste. Ongebonden eenzaamheid is het koude vacuüm dat mijn normale staat was. Voor ik jou kende. En jij mij. Nu is gebonden eenzaamheid de staat waarin ik besta. Warme geborgenheid. Aan-geraakt. En tot leven gebracht. Door te kennen. En gekend te zijn. Alle pijnen zijn verdwenen. Maar niet vergeten. Iedere dag sinds ik jou ken voel ik de niet-pijn. En o wat is dat fijn. En zal dat fijn zijn, voor de jaren die mij resten.
  Eeuwig Allerliefste. Eeuwig beweegt mij te bewegen.

Het is voor mij de ultieme verworvenheid dat ik ieder moment zowel kan zijn in een conditie waarin tijd en ruimte scherpe begrenzingen heb-ben als in een conditie waarin tijd en ruimte geen begrenzingen hebben. Of is het een kado? Het is een kado! Ik kreeg het via jou. Een groeikado. Ik kreeg de prille vorm. En ik heb deze goed verzorgd. Nu genieten wij het resul-taat. Want voor jou geldt hetzelfde; dat je ieder moment zowel kunt zijn in een conditie waarin tijd en ruimte scherpe begrenzingen heb-ben als in een conditie waarin tijd en ruimte geen begrenzingen hebben. Hè Schat? Jazeker, zo is dat! Ik met jouw grote beste hulp. Jij met mijn kleine beste hulp.
  Eeuwig Allerliefste. Eeuwig beweegt mij te ervaren die jou ervaart.

Vast aan jou ben ik vrij. Verbonden met jou ben ik verbonden met het grote verbond met het gro-te geheel. Verbonden met jou ben ik verbonden met het grote verbond met het kleine geheel. Vluchten met jou brengt mij thuis.
  Eeuwig Allerliefste. Eeuwig beweegt jou te ervaren die mij ervaart.

En nu maar even dat kommetje vers water halen, want dat is er vandaag nog niet van gekomen. Voor jou hè Schat. En natuurlijk ook voor jouw gasten.

13
Ben mijn gids Schat, ben mijn gids. Zoals het was, zo is het. Zoals het is, zo zal het zijn. Fijner fijner fijner dan fijn. De adem traag, diep en laag. De spieren gerekt en gestrekt en gerust. Stiller stiller stiller dan stil.
  Ben mijn gids Schat, ben mijn gids. Wij houden van het groen van Federico. Treden in de voetsporen van de azuren meisjes van Odysséas. Luisteren naar hoe de viool en de accordeon walsen; van het verleden naar de toekomst en terug, van het centrum naar de marge en terug, van het einde tot over de rand en terug.
  Ben mijn gids Schat, ben mijn gids. Over de pieken, langs de ravijnen. Wilde bloemen in ochtendbloei tot voorbij de laatste heuvel. Hier werd er nooit een vertrapt door een mensenvoet. Ook wij blijven op het pad. Treden in de hoefsporen van de goudversierde pak-dieren. Nergens een bordje met verboden toegang. Waarom ook, als overtreding en straf in deze werkelijkheid nooit iets anders dan loze kreten waren.
  Ben mijn gids Schat, ben mijn gids. Over de oceanen, langs de vulkanen. Wij hebben het pad verlaten. Wieken in de vleugelsporen van de robijnogige haviken. Water golft over het vuur. De aarde huilt en lacht (zoals alles wat leeft).
  Jij bent mijn gids Schat, jij bent mijn gids. Jij bent het azuren meisje. Jij bent het goudgesierde pakdier. Jij bent de robijnogige havik. Lekkerder dan lekker. Ruik jij. Als jij de litanie van de Liefde reciteert.
  Ben mijn gids Schat, ben mijn gids. Zonder jou kom ik nergens. Het nergens dat steriel is en versuft. Iedere dag een Schattebad. Puur genot. Niet te kort, want dan desintegreert mijn buiten. Niet te lang, want dan des-integreert mijn binnen.
  Ben mijn gids Schat, ben mijn gids. Met jou kom ik ergens. Het ergens dat bruist en vitaliserend is. Iedere dag een Schattebad. Pure vreugde. Niet te kort, want dan word ik niet schoon van het gedoe. Niet te lang, want dan los ik op in het geluk dat jij bent.
  Jij bent mijn gids Schat, jij bent mijn gids. Las jij een pauze in, dan leg ik mij neer. Vertraag om sneller te gaan. Verdiep om aan de oppervlakte te blijven. Verlaag om hoger te gaan. Breder breder breder dan breed. Jij, Magische Mooiste, doet wat jij doet. En het werkt. Ik golf met het golvende water. Het vuur nu boven ons, de lucht nu onder ons. Voor-waarts, achterwaarts, zijwaarts gaan we. Neer gaan we, en op op op. Terwijl het zoemt en krioelt en fladdert om ons heen.
  Jij gidst mij Schat, jij gidst mij. Magische Mooiste, jij gidst mij. Laat mij, die niet zo aardt in het aardse bestaan, toch nog af en toe een liedje zingen en een dansje doen.
  Gids mij Schat, gids mij. Dat ik samen blijf vallen met mijn route. Dat ik samen blijf val-len met mijn ritme. Dat ik samen blijf vallen met mijn rust. Wat een ruimtelijke volumes Schat, kun jij mij laten ervaren. Ruimtelijke volumes waarin iedere kleur en ieder geluidje tot zijn recht komt.
  Gids mij Schat, gids mij. Dat de stappen die ik neem in en van mijn maat zijn. Dat de gewichten die ik draag mijn spieren en mijn gewrichten versterken en niet verstijven. Wat een ruimtelijke volumes Schat, kun jij mij laten ervaren. Ruimtelijke volumes die door geen techniek te reproduceren zijn.
  Ben mijn gids Schat, ben mijn gids. Blijf mij toefluisteren wat je leest in het wetboek dat mijn leven bepaalt. Enkel jij bent thuis in de geheimtaal waarin dit boek geschreven staat. Bent zo wijs dat je er wijs uit kunt. Kunt het zo vertalen dat het voor mij verstaanbaar wordt.
  Jij gidst mij Schat, jij gidst mij. Magische Mooiste, jij gidst mij. Wensdienaren vergaderen in het gouden prieel. Jij overlegt met mij. Ik overleg met jou. Altijd alles in overleg. Zo is hoe wij het doen, zo is hoe wij zijn, zo vinden wij het verrukkelijk. Hmmm Schattevrouw, wat is het goed overleggen met jou.


143093 dagen is zij dood
Wanneer het kanaal tussen jouw aardse conditie en de conditie van de Liefde een doorstromend kanaal is geworden, dan is het aardse bestaan nooit meer zo koud dat je er geen verweer tegen hebt. Dan is er geen weltschmerz, blues, duende, toska meer zo taai dat je deze na een paar keer kauwen niet hebt weggeslikt.

Een voortdurende vitaliteit voor de Schat die mij gidst. Jij kraakt mij, jij verrukkelijk Krakelingetje. Zodat ik steeds weer opnieuw gezet word (het stof van de wereld wissel). Jij smaakt mij, jij verrukkelijk Smakelingetje. Zodat ik (het stof van de wereld wissel) steeds weer schoon en fris word.
  Dank je, dank je, dank je Schat.

De behoefte aan even weg van het wereldse, hè Schat, dat blijft de constante. Op de wereld weg van het wereldse; ik even bij jou. Iedere dag hè Schat. Dat is mijn traject. Daar voel ik mij goed bij.

Wij (mijn Schat en ik) bestaan tegenwoordig met elkaar in de conditie waar, wel een stem is maar geen geluid, wel contour maar geen beeld, wel tranen maar geen verdriet.

Hoe wij in die maand mei bij het licht van de maan door de boterbloemenwei renden. Waar wij elkaar beloofden dat het sprookje van de gouden traan verder en verder en steeds verder zou gaan. Het is geen loze belofte gebleken.
  Ook is geen loze belofte gebleken, mijn leven zo in te richten dat ik geen enkel bericht van jou zou missen. Mijn Himalaya Baby, mijn Tibetaanse Roos, voor jou brand ik mijn boterlamp.


3de kroniek (GEVOLGTREKKINGEN o.v.) *2002-2012

Dat het dier en ik
elkaar hier en nu in de ogen kijken,
dat is mijn geluk.


Schat, met je gezicht van goud, leidt mij binnen in het binnenste, waar geen slaap verstrooiend werkt. Allerallerintiemste neem bezit van mij, ja lig hier dicht dicht licht tegen mij aan, zodat ik mij verroeren kan onder de bescherming van jouw vrijheid. De tranen Schat, die jij inspireert, bereiken mijn bloesems. Vruchten zullen rijpen; de schil zacht en eetbaar, het vlees stevig en zoet, een pit die bij aanraking vloeibaar wordt.


_______________________________

1 De meerdere sferen van het volle leven / 1
2 Geboorteconditie en sterfconditie
3 Ieder aards leven is een voorbeschikt dramatisch traject
4 Dramatisch traject en transit identiteit
5 Dramatische traject en kenbaar zijn
6 Een gelukkig leven
7 Een leven leven en een leven beleven
8 Over een politieke revolutie in de 'westerse wereld'
9 De meerdere sferen van het volle leven / 2

 _______________________________


1 De meerdere sferen van het volle leven / 1
Het volle leven wordt geleefd in de volle werkelijkheid. De volle werkelijkheid omvat meerdere invloedssferen, die onderling van elkaar verschillen. Een invloedssfeer is een coherente aanwezigheid, waarin vitale materie specifiek gerealiseerd is. Zowel in de materiële als in de metamateriële werkelijkheid is vitale materie de allesomvattende, de allesdoordringende, de allesverbindende aanwezigheid.

Ieder van de sferen heeft natuurlijke gegevens specifiek voor de sfeer, zonder dat deze sfeer afgescheiden is van de overige sferen; alle sferen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, doordat ze allemaal zowel deel zijn van als deel nemen aan de vitale materie.

Alles wat bestaat leeft in de volle werkelijkheid en alles wat bestaat is onderhevig aan de invloed van alle sferen tegelijk. Alles wat bestaat is continu zowel als binnenkracht en als buitenkracht werkzaam in de volle werkelijkheid, en de volle werkelijkheid is continu zowel als binnenkracht en als buitenkracht werkzaam in alles wat bestaat.

Of de communicatie met de invloed van een sfeer (en met de specifieke kennis die inherent is aan alle vitaliteiten, processen en vormen binnen deze sfeer) hetzij vertrouwd, hetzij onvertrouwd is, is afhankelijk van iemands focus en concentratie, en is afhankelijk van de waarnemingsinstrumenten waarmee iemand zich identificeert. Hoe vertrouwder de communicatie met de verschillende sferen is, hoe voller het aardse leven beleefd wordt.

 

2 Geboorteconditie en sterfconditie
Een individualiteit is een cocktail van kwaliteiten, zowel verschillend van sterkte als van aard. Het bestaan van een individualiteit staat los van de aardse manifestatie; de manifestatie als aards organisme is éen van de meerdere gedaantes van de individualiteit.

De geboorteconditie van de aardse manifestatie van een individualiteit heeft de karakteristiek van de erfenisidentiteit. Het is de tijd-plaatsgebonden aanwezigheid en dit is een aanwezigheid van dramatische activiteit.

De sterfconditie van de aardse manifestatie van een individualiteit heeft de karakteristiek van de natuurlijke identiteit. Het is de onvergankelijke zijnsaanwezigheid en dit is een aanwezigheid van rust.

Het op elkaar inwerken van de tijd-plaatsgebonden aanwezigheid van de geboorteconditie en de onvergan-kelijke aanwezigheid van de sterfconditie doet de individualiteit bewegen door het aardse leven. Een aards leven wordt voorzien van bepalende drijfveren door hoe de erfenisidentiteit en de natuurlijke identiteit zich met elkaar verhouden.

In de aards-materiële werkelijkheid is deze inter-actie tussen de erfenisidentiteit en de natuurlijke identiteit waar te nemen als een opeenvolging van veranderende tijdelijke karakteristieken. Deze karakteristieken vormen samen de transitidentiteit.

De transitidentiteit valt samen met de rol, die de individualiteit te spelen kreeg op het podium van de wereldse omstandigheden. En deze rol wordt uitgevoerd door het culturele personage.

 

3 Ieder aards leven is een voorbeschikt dramatisch traject
De condities van aankomst in het aardse leven en vertrek uit het aardse leven zijn voorbeschikt. Het moment en de lokatie van iemands aankomst heeft gegeven condities en het moment en de lokatie van iemands vertrek heeft andere, eveneens gegeven, condities.

Tijdens het aardse leven werken de erfenisidentiteit (de geboorteconditie) en de natuurlijke identiteit (de sterfconditie) continu op elkaar in. Het op elkaar inwerken van deze twee dramatische krachten zorgt ervoor dat de individualiteit in het aardse leven een dramatisch traject aflegt.

Het kader van de inhoud van het dramatische traject wordt bepaald door hoe de erfenisidentiteit en de natuurlijke identiteit zich met elkaar verhouden, met andere woorden, door hoe de karakteristieken van deze twee verschillende aanwezigheden op elkaar inwerken. 

Het kader van de vorm van het dramatische traject wordt bepaald door de gegeven aardse omstandigheden van tijd en plaats; de culturele condities bij aankomst in het aardse leven en bij vertrek uit het aardse leven.

En dit maakt dat ieder leven, op deze aarde geleefd, zowel de expressie is van een individualiteit, als de expressie van een tijd en een plaats.

 

4 Dramatisch traject en transit identiteit
Zowel de erfenisidentiteit als de natuurlijke identiteit omvat een vol karakter. Deze twee karakters verhouden zich met elkaar, op eenzelfde unieke manier als willekeurig welke relatie tussen twee individuen uniek is.

Uniek in de soort van relatie: (uitsluitend of een combinatie van) geliefden, vrienden, vijanden, werkpartners, familieleden, kennissen, enz. Uniek in het temperament van de relatie: (uitsluitend of een combinatie van) gepassioneerd, enthousiasmerend, privé, idealistisch, publiek, competitief, hatelijk, stimulerend, gelijkmoedig, jaloers, onverschillig, enz. Uniek in de aard van de relatie: (uitsluitend of een combinatie van) mentaal, emotioneel, fysiek.

De soort, het temperament en de aard van de relatie tussen de tijd-plaatsgebonden karakteristiek van de geboorteconditie en de onvergankelijke karakteristiek van de sterfconditie bepalen hoe de individualiteit door het aardse leven beweegt. Met andere woorden, bepalen het karakter van het functioneren van de transitidentiteit.

Hoe harmonieus of hoe onstuimig dit functioneren ook mag zijn, de ervaring die het aardse leven is, heeft voor de individualiteit betekenis, wanneer deze voeling heeft met de rol die deze te spelen kreeg op het wereldse podium. Met andere woorden, wanneer het culturele personage zich dusdanig ingericht heeft, dat er binnen het aardse leven de mogelijkheid is voor een vertrouwde communicatie met de invloeden uit de verschillende sferen van de volle werkelijkheid en met de kennis die inherent is aan de vitaliteiten, de processen en de vormen binnen de verschillende sferen van de volle werkelijheid.

 

5 Dramatische traject en kenbaar zijn
Het verschil tussen de geboorteconditie en de sterfconditie werkt als een identificatie-instrument; het dramatische traject dat het aardse leven is, stelt de individualiteit in staat kenbaar te zijn. De transitidentiteit kan de eigen erfenisidentiteit en de eigen natuurlijke identiteit kennen. En in de transitidentiteit van een ander kunnen de erfenis-identiteit en de natuurlijke identiteit van een ander gekend worden.

Gekend te zijn in de natuurlijke identiteit is de voorwaarde, die het mogelijk maakt dat de transit-identiteit in vertrouwd contact met de Liefde leeft.

De Liefde reikt over de grens van leven en dood en wanneer de transitidentiteit in vertrouwd contact leeft met de Liefde kan het culturele personage zich periodiek vrij maken van het tijd-ruimte-continuüm, waardoor de transitidentiteit in staat wordt gesteld te communiceren met wat beschikbaar is in de overige invloedssferen van de volle werkelijkheid. Deze communicaties stellen de transitidentiteit in staat voeling te onderhouden met de bepalende drijfveren van het eigen leven. En daarmee op het dramatische traject van het eigen leven en daarmee op de rol die de individualiteit te spelen kreeg op het podium van de wereldse omstandigheden.

 

6 Een gelukkig leven
Geen enkel leven is gelukkiger of ongelukkiger dan een ander leven. Of het aardse leven gelukkig of ongelukkig is, is een ervaring.

Omdat ieder aards bestaan een dramatisch traject volgt, waarvan de kaders van inhoud en vorm voor-beschikt zijn, is ieder aards leven een geëigend leven voor degene die het leeft. Maar hoe optimaler het culturele personage de wereldse rol speelt, die de individualiteit te spelen kreeg, hoe voller de verschillende identiteiten het aardse leven beleven en het ervaren als een gelukkig leven.

Al naar gelang de transitidentiteit hetzij minder, hetzij meer vertrouwd is met de rol, wordt de rol geïnterpreteerd, worden er beslissingen genomen aangaande de rol, worden er ideeën gevormd over de rol, worden er technieken ontwikkeld om de rol te spelen, worden de medespelers ingeschat, wordt de situatie ingeschat, is er reflectie over de rol, enz.

Of de ervaring van het aardse leven negatief of positief is, is dus afhankelijk van de mate waarin de transitidentiteit als wereldse ik het passende cultu-rele personage heeft, om de rol uit te voeren die de individualiteit te spelen kreeg. Met andere woorden, een cultureel personage dat in staat is meebewegend expressie te geven aan de transitidentiteit.

Bij een passend cultureel personage zijn zowel de erfenisidentiteit als de natuurlijke identiteit vertrouwd met de bepalende drijfveren, waardoor de tweedeling wegvalt en de wisselwerking van infor-maties uit hun respectievelijke sferen continu is.

De erfenisidentiteit onderhoudt deze vertrouwdheid door periodiek op het metamateriële te focussen en dan voluit te communiceren met de kennis die inherent is aan de metamateriële invloedssferen. En de natuurlijke identiteit onderhoudt deze vertrouwdheid door periodiek op het aards-materiële te focussen en dan voluit te communiceren met de kennis die inherent is aan de aards-materiële invloedssfeer.

 

7 Een leven leven en een leven beleven
Een leven leven is een algemeen geldende biologische term, die van toepassing is op alle levens die na de geboorte voor de primaire levensbehoeftes niet af-hankelijk zijn van verzorgers. Een leven leven is er zijn. Het is een natuurlijke staat. Een natuurlijke staat in een natuurlijke omgeving. Een natuurlijke staat waarin de dood komt en gaat. Een natuurlijke staat die ongebreideld dramatisch is. Een natuurlijke staat die zowel aards-materiëel als metamateriëel is. Een natuurlijke staat, waarin de transitidentiteit een expressie is van een vrije wisselwerking tussen de erfenisidentiteit en de natuurlijke identiteit. Levens die geleefd worden zijn volle levens.

Een leven beleven is een algemeen geldende dramatische term, die van toepassing is op alle levens die na de geboorte voor de primaire levens-behoeftes afhankelijk zijn van verzorgers. Een leven beleven is de zin van het aardse leven ervaren. Het is een natuurlijke staat. Een natuurlijke staat in een culturele omgeving. Een natuurlijke staat met de dood als constant aanwezige maat. Een natuurlijke staat die zowel aards-materiëel als metamateriëel is. Een natuurlijke staat, waarin de transitidentiteit een expressie is van een bewuste wisselwerking tussen de erfenisidentiteit en de natuurlijke identiteit. Levens die beleefd worden zijn volle levens.

 

8 Over een politieke revolutie in de 'westerse wereld'
Zonder een wijdverspreide verandering in het begrip van de volle werkelijkheid, en daarmee van de aard van de dood, heeft geen enkele politieke revolutie in de 'westerse wereld' kans van slagen.

In mijn uiteindelijke analyse is het leven-dood-paradigma de basis van alle beschavingen. Binnen een cultuur komen alle conventies voort uit een leven-dood-paradigma dat door een gemeenschap gezamenlijk onderschreven wordt; een specifieke kijk op het verband tussen leven en dood, die (om wat voor reden dan ook) zo dominant is dat het conventies heeft kunnen genereren, is een visie waarover (op de een of andere manier) consensus bestaat.

Dat binnen een cultuur alle conventies (concepten en praktijken), en dus alle infrastructuren en institu-ten, geïnspireerd zijn door één leven-dood-paradigma, geldt voor alle gebieden van deze cultuur (kunsten, wetenschappen, jurisdictie, politiek, religies, enz). Elke uiting binnen een bepaald gebied is naar vorm en inhoud een uitdrukking van het paradigma dat heerst. Daarom is, ongeacht het oppervlakkige thema, elke tekst, elk beeld, elke praktijk die in de canon is opgenomen, een uiteenzetting van de dominante kijk op leven en dood.

Het leven-dood-paradigma dat de kern vormt van mijn cultuur (patriarchaal, kapitalistisch, technologisch, militaristisch, racistisch, enz.) getuigt van een grote onwetendheid. Niet minder onwetend dan te beweren dat de zon rond de aarde cirkelt. Omdat een leven enkel beleefd kan worden wanneer een realis-tische verbinding met de dood er een geïntegreerd onderdeel van uitmaakt, is een consequentie van deze onwetendheid dat voor een mens in onze samenleving het beleven van het eigen leven een zeldzaamheid is.

In de fysica van de aards-materiële sfeer zijn ruimte en tijd lineaire fenomenen. Deze sfeer is slechts een klein deel van de volle werkelijkheid waarbinnen het aardse leven geleefd wordt, maar in de regel is het de enige sfeer die in mijn cultuur als reëel wordt erkend. Omdat in de aards-materiële sfeer de Liefde enkel wordt waargenomen door degenen die vertrouwde communicatie hebben met de invloeden van meerdere sferen van de volle werkelijkheid, is een verstrekkende consequentie van de dominante werke-lijkheidsopvatting dat liefde in haar universele natuur niet enkel afwezig is in de meeste individuele levens, maar ook verbannen is uit het publieke domein. In een 'orde' die in al zijn geledingen volgens hiërarchische relaties 'functioneert', wordt de Liefde enkel nog gerealiseerd in levens die door de publieke vertegenwoordigers van de dominante orde (meer of minder openlijk) gecategoriseerd worden als nutteloze lasten.

Zonder een wijdverspreide verandering in het begrip van de aard van de dood, en van de aard van de rela-tie tussen de dood en het leven, kan een politieke revolutie resulteren in een omverwerping van bestaande structuren, maar zal er nooit in slagen ze te vervangen door een blauwdruk van een nieuwe vorm van samenleving.

 

9 De meerdere sferen van het volle leven / 2
Opmerkingen over de vier invloedssferen, waarbinnen ik vertrouwde communicatie heb.

1. De aards-materiële sfeer.
Dit is de sfeer die zich manifesteert als het materiële universum, waarbinnen mijn aardse leven geleefd wordt. Het is de thuissfeer van de erfenis-identiteit en, daarmee verbonden, van de transit-identiteit. Als deze sfeer afgeschermd wordt van de overige sferen uit hij zich in patronen. Hier kunnen de wetmatigheden gevonden worden waar de materiële werkelijkheid aan beantwoordt en waar de materiële wetenschappen op focussen. Het is de enige sfeer waarbinnen het tijd-ruimte-continuüm als lineair verschijnsel geldigheid heeft, en daarmee het oorzaak-gevolg-dictaat. Met als consequentie dat dit de enige sfeer is waarbinnen een manifestatie van mijn individualiteit een tijdgebonden aspect heeft, dat een dramatisch traject aflegt met een begin en een einde.

2. De sfeer van de kringen.
Ieders individuele aardse omstandigheid is een cocktail van biologische en wereldse gegevens, waarvan de samenstelling uniek is. In ieder van die gegevens is de individualiteit deel van een kring van verwanten. Waardoor iedere individualiteit verbonden is met een unieke mix van kringen van verwanten, (en via deze kringen van verwanten, met kringen van verwanten van verwanten), (en via deze kringen van verwanten van verwanten, met kringen van verwanten van verwanten van verwanten), (enzoverder). Omdat alles wat leeft functioneert als een zender en ontvanger die in voortdurende communicatie staat met alles waarmee het verwant is, kan mijn erfenis-identiteit in de sfeer van de kringen kennis nemen van ervaringen, die in de geheugens van mijn kringen opgeslagen liggen. En omdat in de sfeer van de kringen verleden, heden en toekomst samenvallen, en hier en daar samenvallen, kan mijn erfenisidentiteit het heden, het verleden en de toekomst, en het hier en het daar, actueel waarnemen; niet enkel van mijn transitidentiteit, maar van iedere transitidentiteit waarmee er verwantschap is.

(In deze sfeer ondergaat de erfenisidentiteit het ontstaan van het aardse bestaan; de grote scheppings-verhalen van de verschillende culturen zijn pogingen om de informaties te formuleren, die afkomstig zijn uit deze sfeer.)

3. De sfeer van de individualiteiten.
De sfeer van de individualiteiten is de sfeer waarbinnen ik vertrouwd communiceer, wanneer ik de onvergankelijke karakteristiek van mijn natuurlijke identiteit realiseer. De realisatie van de onvergan-kelijke karakteristiek komt overeen met de realisatie van de tijd en de plaats, waardoor de tijd (en daarmee verleden, heden en toekomst), zowel als de plaats (en daarmee hier en daar) niet langer feno-menen zijn die buiten mij bestaan.

Mijn individualiteit is een unieke cocktail van kwaliteiten. Ieder ingrediënt van de cocktail is deel van het geheel van kwaliteiten en daardoor is mijn individualiteit in ieder deel onlosmakelijk verbonden met de volle werkelijkheid, waarmee er een voort-durende, ongebonden afhankelijke band is. In deze sfeer komen mijn natuurlijke identiteit, mijn transitidentiteit en mijn erfenisidentiteit samen in een enkelvoudig ik. Ik ben een zender en ontvanger, in voortdurende, ononderbroken, allesomvattende communicatie met alles wat bestaat. In deze sfeer onderga ik de ongebonden afhankelijke band met alle bestaansvormen. In deze sfeer laten alle individuali-teiten zich kennen als schitterend in hun schoonheid.

4. De sfeer van de vitale materie.
De vitale materie is zowel een gemanifesteerde als een manifesterende aanwezigheid. De sfeer van de vitale materie is de thuissfeer van mijn individua-liteit. Het is een sfeer van rust, waarin beweeglijk-heid de norm is. In de sfeer van de vitale materie ervaar ik dat ik als onverbrekelijke, niet te ontleden heelheid tegelijk als binnenkracht en als buitenkracht werkzaam ben; in deze sfeer is het binnen en het buiten van mijn natuurlijke identiteit één. In de sfeer van de vitale materie ben ik onlos-makelijk opgenomen in de vereende, allesomvattende werkelijkheid, die mijn voedsel is en waarvoor ik voedsel ben.

In de sfeer van de vitale materie zijn vitaliteit, principe en substantie één En alle grenzen tussen de individuele vitaliteiten, principes en substanties opgelost, zonder dat het unieke van iedere indivi-dualiteit verloren is; in deze sfeer is individu en massa één.

Het is de sfeer waarin mijn individualiteit zich in haar puurste expressie manifesteert.




notitie 2008 [TRIESTE DAGEN VAN JUNI]

 

Deze trieste dagen van juni. Deze voordagen van de zomer die nooit begint. Deze wilnietdagen van het zwevende gemoed. Deze trolleytramdagen.


Deze trieste dagen van juni, waarin het mij onmogelijk is langer dan een schaarse minuut te wentelen in de vergissing dat ik iets te zeggen heb over mijn tijd.


Deze trieste dagen van juni heeft de tijd het voor het zeggen. Overduidelijk is het deze trieste dagen van juni dat de tijd het voor het zeggen heeft.


In de pijn van het sterven verwerf je de dood. Terwijl jij nog ademde was het niet te stoppen proces al in volle gang. Deze dagen (6 jaar later) registreer ik pas wat ik 6 jaar geleden voelde.


6 jaar geleden heb ik het sterfverdriet van mijn Allerliefste verdrongen. En daardoor was ik er (6 jaar geleden) voor haar niet zoals ik er had kunnen zijn. En ook de 6 jaar daarna heb ik het sterfverdriet van mijn Allerliefste verdrongen. En oh Schat, wat spijt mij dat.


Vergeef mij. Jij hebt mij al vergeven. Zo nobel ben jij.


Ik heb jou alleen gelaten in jouw verdriet, waarbij mijn verdriet verbleekt. Jij alleen in jouw onherroepelijke verdriet.


Vergeef mij. Jij hebt mij al vergeven. Vandaag (deze datum), de 6de keer dat jij hier naast mij ligt over te gaan naar de dood.


De schat, die mijn schat is, is mijn schat. De schat, die mijn schat is, sterft naast mij als zij sterft en sterft zij niet naast mij dan sterft zij in mij. Haar schitterende stilte vult mij met tranen. Haar schitterende stilte vult mij met ontzag.


Ik zit bij haar, omdat zij dit wil. Mijn hele aanwezigheid éen lach. Voor haar die klaar is met het leven, voor haar met wie het leven klaar is.


6 jaar geleden (deze datum) riep ik je en riep ik je, met een lied, waarvan ik, hoewel het nu (6 jaar later) nog in mij echoot, de woorden en de melodie niet kan herhalen. De wetenschap wil mij doen geloven dat jij mij niet meer kon horen (een paar uur voor jouw laatste uitademing) maar ik weet wel beter.


Nu (6 jaar later) kan ik terughoren en terugvoelen, dat het lied een passagelied was. Dat ik je niet riep maar dat ik, zonder dat dit mijn intentie was, met dit lied jouw passage begeleidde.


Wat een schitterende stilte om jou heen Schat. En hoewel ik deze eerder wel aangekund had en later ook, verkeerde ik tijdens jouw laatste levensweken in een lichte staat van ontreddering, kan ik nu (6 jaar later) herkennen en erkennen. Ontreddering die zich verkleedde als levendigheid; afleiding die mij misleidde, kan ik nu (6 jaar later) herkennen en bekennen.


Moet toch wat, moet toch wat, was mijn mantra voor ik jou ontmoette. En ook lang nog (geef ik toe) flikkerde deze op sinds ik jou ontmoette. En dan tijdens die laatste weken van jouw leven.


Terwijl toch sinds ik jou ken ik word verwend met een volheid die alle moeten uitsluit, behalve het moeten van jou steeds weer als nieuw tegen te komen en als nieuw te begroeten.


Deze (jouw 6de) dooddatum ga ik frontaler aan wat ik 6 jaar geleden liet gaan, toen ik de kennis die op een ongeformuleerd niveau duidelijk in mij aanwezig was niet onderkende, toen ik mij verloor in een mist van wereldse condities die de mijne niet waren en de jouwe zeker niet. En of mij dit spijt Schat, of mij dit spijt.


Jij-dood vraagt van mij een andere toewijding dan jij-levend van mij vroeg. Jij-dood bent continu jijst en jijst kan men in het leven enkel in momenten zijn. Ja Schat, ik versta je, in het dagelijkse gedoe heeft de tijd het voor het zeggen.


Ik noteerde al éen van de dagen van de 13 van het 6de jaar, dat jouw leven niet jij bent en dat jij niet jouw leven bent. Ja Schat, ik versta je. Alleraller-verrukkelijkste, alles in mij is trouw, in liefde bij jou.



Maar even tussen ons Schat, hebben jij-dood en de tijd uiteindelijk geen vrede met elkaar? Ik dacht het wel Schat, ik dacht het wel!





notitie 2014 [DE WIJ-WOLK]


De mysterieuze wolk, de heldere wolk
De mysterieuze wolk, de voedende wolk

ogen die nooit logen bekijken het nu, 
oren die nooit logen beluisteren het hier

De wolk de wolk de wolk
waarin rust tot rust wederkeert


 1
Het verrukkelijke samenzijn, waarin het aardse verhaal oplost. Geen enkel aards streven uitgeleefd hoeft te worden. Geen enkel aards streven enige betekenis heeft. Geen enkel aards ongemak gevoeld wordt.

In haar meest natuurlijke staat heeft zij-nu een vorm, die ontdaan is van iedere aardse gedaante. En haar spontane bestaan-nu voltrekt zich in een habitat, die ontdaan is van iedere aardse referentie.



 2
Dank je allerliefste, dat jij toch nog af en toe wat wij is opsplitst in jou en mij; je afscheidt van de wij-wolk, de voedende atmosfeerbel, die wij-nu zijn.
o   Om dan een aardse gedaante aan te nemen, speciaal voor mij, en mij zo de kracht te brengen om terug te kunnen komen in de staat van ongebonden afhankelijkheid; intelligent zonder quotiënt. Want ik kan soms (zonder het direct te beseffen) gedeeltelijk los raken van wij; te ver afdrijven van heel-zijn en met een deel vastzitten in een staat van gebonden afhankelijkheid (in de ban dus van de primaire cultuurlijke loyaliteiten).



 3
Laat me bestaan allerverrukkelijkste, in de atmosfeerbel die wij-nu zijn.
o   De multidimensionale wij-wolk van gekende en geliefde trillingen. De mysterieuze atmosfeerbel. De heldere atmosfeerbel. De voedende atmosfeerbel. Voedend, onder-houdend, gidsend, beschermend, koesterend (op alle niveau's; mentaal en metamentaal, emotioneel en meta-emotioneel, fysiek en metafysiek).



 4
Ja ik versta je allerverrukkelijkste.
o   Eén met de atmosfeerbel waarmee wij-nu één zijn, (waar jij zowel in-mee als uit-van bent), besta ik in het vuurvolle, het watervolle, het aardevolle, het luchtvolle.

Ja ik versta je allerverrukkelijkste.
o   Vuurgeesten zijn watergeesten. Watergeesten zijn aardegeesten. Aardegeesten zijn luchtgeesten. Luchtgeesten zijn vuurgeesten.

Ja ik versta je allerverrukkelijkste.
o   Vurige geesten zijn waterige geesten. Waterige geesten zijn aardige geesten. Aardige geesten zijn luchtige geesten. Luchtige geesten zijn vurige geesten.





notitie 2016 [DE ZONNEN]

 

 
Alle tijd bij jou. Bevrijd. Jij, die meer dan ik mij bent.


Alle bagage kwijt. Van heden naar heden is de tred licht.


Concentratie als natuurlijkste staat. Ontspannen inademend uitademend is beweging soepel.


Drijvend op de kosmische stromen doen wij alle sferen van het heelal aan.


Elementen gloeien op. Elementen doven uit. Verrukken oog oor neus huid.


Fantasieloos als ik ben leef ik in de magische werkelijkheid van het volle leven. Word ik verwend. Door het kleinste dat mij haar grootsheid toont. Door het grootse dat zich door mij aan laat raken.


Gul is de liefde voor mij die haar trouw is.


Haar, die liefde is. Jij, die meer dan ik mij bent.


In isolement. Word ik verwend. Door het fragment dat mij verzoent met tijd en plaats. Door het totaal waarop tijd en plaats geen vat hebben.


Jeugdiger dan in mijn jeugd ben ik een klasseloze levensvorm.


Gul is het lot. Voor mij die het trouw is. Voor mij die haar trouw is.


Het, dat mijn lot is. Haar, die mijn lot kent. Jij, die meer dan ik mij bent.


Massa met de massa, massa in de massa, ontvang ik en verwerk ik mijn dagelijkse portie. Waarop jouw naam staat in grote letters. En de mijne in kleine.


O zekerheid. O zaligheid. O voorrecht. O verrassing.


Ik pas in dit aardeschap, dat de schaduw is van jouw aanwezigheid. Alle begaanbare routes zijn mij vertrouwd, stapsgewijs en staansgewijs.


En het past mij steeds dit vertrouwde territorium te betreden. Dat opgloeit en uitdooft. Oog oor neus huid verrukt. Steeds ditzelfde territorium, dat nooit hetzelfde is.


Uiterlijkheid met de uiterlijkheden. Innerlijkheid met de innerlijkstheid.


Vitale variëteit in éénheid.


De winden waarin ik jou vind. Jij, die meer dan ik mij bent.


De wolk waarin wij zijn.


De zonnen.