vrijdag 7 juni 2024
2de kroniek 2 (BELEVING) *2007-2009
3de kroniek (GEVOLGTREKKINGEN o.v.) *2002-2012
elkaar hier en nu in de ogen kijken,
dat is mijn geluk.
Schat, met je gezicht van
goud, leidt mij binnen in het binnenste, waar geen slaap verstrooiend werkt.
Allerallerintiemste neem bezit van mij, ja lig hier dicht dicht licht tegen mij
aan, zodat ik mij verroeren kan onder de bescherming van jouw vrijheid. De
tranen Schat, die jij inspireert, bereiken mijn bloesems. Vruchten zullen
rijpen; de schil zacht en eetbaar, het vlees stevig en zoet, een pit die bij
aanraking vloeibaar wordt.
Ieder van de sferen heeft natuurlijke
gegevens specifiek voor de sfeer, zonder dat deze sfeer afgescheiden is van de
overige sferen; alle sferen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, doordat ze
allemaal zowel deel zijn van als deel nemen aan de vitale materie.
Alles wat bestaat leeft in de volle
werkelijkheid en alles wat bestaat is onderhevig aan de invloed van alle sferen
tegelijk. Alles wat bestaat is continu zowel als binnenkracht en als buitenkracht
werkzaam in de volle werkelijkheid, en de volle werkelijkheid is continu zowel
als binnenkracht en als buitenkracht werkzaam in alles wat bestaat.
Of de communicatie met de invloed van een
sfeer (en met de specifieke kennis die inherent is aan alle vitaliteiten,
processen en vormen binnen deze sfeer) hetzij vertrouwd, hetzij onvertrouwd
is, is afhankelijk van iemands focus en concentratie, en is afhankelijk van de
waarnemingsinstrumenten waarmee iemand zich identificeert. Hoe vertrouwder de
communicatie met de verschillende sferen is, hoe voller het aardse leven
beleefd wordt.
De
geboorteconditie van de
aardse manifestatie van een individualiteit
heeft de karakteristiek van de erfenisidentiteit. Het is de
tijd-plaatsgebonden aanwezigheid en dit is een aanwezigheid van dramatische
activiteit.
De sterfconditie
van de aardse manifestatie van een individualiteit heeft de karakteristiek van de natuurlijke
identiteit. Het is de onvergankelijke zijnsaanwezigheid en dit is een
aanwezigheid van rust.
Het op elkaar inwerken van de tijd-plaatsgebonden aanwezigheid van de geboorteconditie en de onvergan-kelijke aanwezigheid van de sterfconditie doet de individualiteit bewegen door het aardse leven. Een aards leven wordt voorzien van bepalende drijfveren door hoe de erfenisidentiteit en de natuurlijke identiteit zich met elkaar verhouden.
In de aards-materiële
werkelijkheid is deze inter-actie tussen de erfenisidentiteit en de natuurlijke
identiteit waar te nemen als een opeenvolging van veranderende
tijdelijke karakteristieken. Deze karakteristieken vormen samen de transitidentiteit.
De
transitidentiteit valt samen met de rol, die de individualiteit te spelen kreeg
op het podium van de wereldse omstandigheden. En deze rol wordt uitgevoerd door
het culturele personage.
Tijdens het aardse leven werken de
erfenisidentiteit (de geboorteconditie) en de natuurlijke identiteit (de sterfconditie) continu op elkaar in. Het op
elkaar inwerken van deze twee dramatische krachten zorgt ervoor dat de individualiteit in het
aardse leven een dramatisch traject aflegt.
Het kader van de inhoud van het dramatische
traject wordt bepaald door hoe de erfenisidentiteit en de natuurlijke identiteit zich met elkaar verhouden,
met andere woorden, door hoe de karakteristieken van deze twee verschillende aanwezigheden op elkaar inwerken.
Het kader van de vorm van het dramatische
traject wordt bepaald door de gegeven aardse omstandigheden van tijd en plaats;
de culturele condities bij aankomst in het aardse leven en bij vertrek uit het
aardse leven.
En dit maakt dat ieder leven, op deze aarde
geleefd, zowel de expressie is van een individualiteit,
als de expressie van een tijd en een plaats.
Uniek in de soort van relatie: (uitsluitend
of een combinatie van) geliefden, vrienden, vijanden, werkpartners,
familieleden, kennissen, enz. Uniek in het temperament van de relatie: (uitsluitend
of een combinatie van) gepassioneerd, enthousiasmerend, privé, idealistisch,
publiek, competitief, hatelijk, stimulerend, gelijkmoedig, jaloers,
onverschillig, enz. Uniek in de aard van de relatie: (uitsluitend of een
combinatie van) mentaal, emotioneel, fysiek.
De soort, het temperament en de aard van de
relatie tussen de tijd-plaatsgebonden karakteristiek van de geboorteconditie en
de onvergankelijke karakteristiek van de sterfconditie bepalen hoe de individualiteit door het aardse leven beweegt. Met andere woorden, bepalen het karakter van het functioneren van de transitidentiteit.
Hoe harmonieus of hoe onstuimig dit
functioneren ook mag zijn, de ervaring die het aardse leven is, heeft voor de individualiteit betekenis, wanneer deze voeling heeft met de rol die deze te spelen kreeg op het
wereldse podium. Met andere woorden, wanneer het culturele personage zich
dusdanig ingericht heeft, dat er binnen het aardse leven de mogelijkheid is voor een vertrouwde communicatie met de invloeden uit de verschillende sferen van de volle werkelijkheid en met de kennis die inherent is aan de
vitaliteiten, de processen en de vormen binnen de verschillende sferen van de
volle werkelijheid.
Gekend te zijn in de natuurlijke identiteit
is de voorwaarde, die het mogelijk maakt dat de transit-identiteit in vertrouwd
contact met de Liefde leeft.
De Liefde reikt over de grens van leven en
dood en wanneer de transitidentiteit in vertrouwd contact leeft met de Liefde
kan het culturele personage zich periodiek vrij maken van het
tijd-ruimte-continuüm, waardoor de transitidentiteit in staat wordt gesteld te communiceren
met wat beschikbaar is in de overige invloedssferen van de volle
werkelijkheid. Deze communicaties stellen de transitidentiteit in staat voeling te onderhouden met de bepalende drijfveren van het eigen
leven. En daarmee op het dramatische traject van het eigen leven en daarmee op
de rol die de individualiteit
te spelen kreeg op het podium van de wereldse omstandigheden.
Omdat ieder aards bestaan een dramatisch
traject volgt, waarvan de kaders van inhoud en vorm voor-beschikt zijn, is ieder
aards leven een geëigend leven voor degene die het leeft. Maar hoe optimaler
het culturele personage de wereldse rol speelt, die de individualiteit te spelen kreeg, hoe voller de verschillende identiteiten het aardse leven beleven en het ervaren als een gelukkig leven.
Al naar gelang de transitidentiteit hetzij
minder, hetzij meer vertrouwd is met de rol, wordt de rol geïnterpreteerd,
worden er beslissingen genomen aangaande de rol, worden er ideeën gevormd over
de rol, worden er technieken ontwikkeld om de rol te spelen, worden de
medespelers ingeschat, wordt de situatie ingeschat, is er reflectie over de
rol, enz.
Of de ervaring van het aardse leven negatief
of positief is, is dus afhankelijk van de mate waarin de transitidentiteit als
wereldse ik het passende cultu-rele personage heeft, om de rol uit te voeren die
de individualiteit te spelen
kreeg. Met andere woorden, een cultureel personage dat in staat is meebewegend
expressie te geven aan de transitidentiteit.
Bij een passend cultureel personage zijn
zowel de erfenisidentiteit als de natuurlijke identiteit vertrouwd met de bepalende drijfveren, waardoor de
tweedeling wegvalt en de wisselwerking van infor-maties uit hun respectievelijke
sferen continu is.
De erfenisidentiteit onderhoudt deze
vertrouwdheid door periodiek op het metamateriële
te focussen en dan voluit te communiceren met de kennis die inherent
is aan de metamateriële
invloedssferen. En de natuurlijke identiteit
onderhoudt deze vertrouwdheid door periodiek op het aards-materiële
te focussen en dan voluit te communiceren met de kennis die inherent
is aan de aards-materiële
invloedssfeer.
Een leven beleven is een algemeen geldende
dramatische term, die van toepassing is op alle levens die na de geboorte voor
de primaire levens-behoeftes afhankelijk zijn van verzorgers. Een leven beleven
is de zin van het aardse leven ervaren. Het is een natuurlijke staat. Een
natuurlijke staat in een culturele omgeving. Een natuurlijke staat met de dood
als constant aanwezige maat. Een natuurlijke staat die zowel aards-materiëel
als metamateriëel is. Een natuurlijke staat, waarin de transitidentiteit een expressie is van een bewuste wisselwerking tussen de erfenisidentiteit en de natuurlijke identiteit.
Levens die beleefd worden zijn volle levens.
In mijn uiteindelijke analyse is het
leven-dood-paradigma de basis van alle beschavingen. Binnen een cultuur
komen alle conventies voort uit een leven-dood-paradigma dat door een
gemeenschap gezamenlijk onderschreven wordt; een specifieke kijk op het verband
tussen leven en dood, die (om wat voor reden dan ook) zo dominant is dat het
conventies heeft kunnen genereren, is een visie waarover (op de een of andere
manier) consensus bestaat.
Dat binnen een cultuur alle
conventies (concepten en praktijken), en dus alle infrastructuren en
institu-ten, geïnspireerd zijn door één leven-dood-paradigma, geldt voor alle
gebieden van deze cultuur (kunsten, wetenschappen, jurisdictie, politiek,
religies, enz). Elke uiting binnen een bepaald gebied is naar vorm en inhoud een uitdrukking van het paradigma dat heerst. Daarom is, ongeacht het
oppervlakkige thema, elke tekst, elk beeld, elke praktijk die in de canon is
opgenomen, een uiteenzetting van de dominante kijk op leven en dood.
Het leven-dood-paradigma dat de kern vormt
van mijn cultuur (patriarchaal, kapitalistisch, technologisch, militaristisch,
racistisch, enz.) getuigt van een grote onwetendheid. Niet minder onwetend dan
te beweren dat de zon rond de aarde cirkelt. Omdat een leven enkel beleefd kan
worden wanneer een realis-tische verbinding met de dood er een geïntegreerd
onderdeel van uitmaakt, is een consequentie van deze onwetendheid dat voor een mens in onze
samenleving het beleven van het eigen leven een zeldzaamheid is.
In de fysica van de aards-materiële sfeer
zijn ruimte en tijd lineaire fenomenen. Deze sfeer is slechts een klein deel
van de volle werkelijkheid waarbinnen het aardse leven geleefd wordt, maar in
de regel is het de enige sfeer die in mijn cultuur als reëel wordt erkend.
Omdat in de aards-materiële sfeer de Liefde enkel wordt waargenomen door degenen
die vertrouwde communicatie hebben met de invloeden van meerdere sferen van de
volle werkelijkheid, is een verstrekkende consequentie van de dominante
werke-lijkheidsopvatting dat liefde in haar universele natuur niet enkel afwezig
is in de meeste individuele levens, maar ook verbannen is uit het publieke
domein. In een 'orde' die in al zijn geledingen volgens hiërarchische relaties
'functioneert', wordt de Liefde enkel nog gerealiseerd in levens die door de publieke
vertegenwoordigers van de dominante orde (meer of minder openlijk) gecategoriseerd worden als nutteloze lasten.
Zonder een wijdverspreide verandering in het
begrip van de aard van de dood, en van de aard van de rela-tie tussen de dood en
het leven, kan een politieke revolutie resulteren in een omverwerping van
bestaande structuren, maar zal er nooit in slagen ze te vervangen door een
blauwdruk van een nieuwe vorm van samenleving.
(In deze sfeer ondergaat de erfenisidentiteit het ontstaan van het aardse bestaan; de grote scheppings-verhalen van
de verschillende culturen zijn pogingen om de informaties te formuleren, die
afkomstig zijn uit deze sfeer.)
Mijn individualiteit is een unieke cocktail
van kwaliteiten. Ieder ingrediënt van de cocktail
is deel van het geheel van kwaliteiten en daardoor is mijn individualiteit in
ieder deel onlosmakelijk verbonden met de volle werkelijkheid, waarmee er een
voort-durende, ongebonden afhankelijke band is. In deze sfeer komen mijn
natuurlijke identiteit, mijn transitidentiteit en mijn erfenisidentiteit samen in een enkelvoudig ik. Ik
ben een zender en ontvanger, in voortdurende, ononderbroken, allesomvattende
communicatie met alles wat bestaat. In deze sfeer onderga ik de ongebonden
afhankelijke band met alle bestaansvormen. In deze sfeer laten alle
individuali-teiten zich kennen als schitterend in hun schoonheid.
In de sfeer van de vitale materie zijn vitaliteit, principe en substantie één En alle grenzen tussen de individuele vitaliteiten, principes en substanties opgelost, zonder dat het unieke van iedere indivi-dualiteit verloren is; in deze sfeer is individu en massa één.
Het is de sfeer waarin mijn individualiteit
zich in haar puurste expressie manifesteert.
notitie 2008 [TRIESTE DAGEN VAN JUNI]
Deze trieste dagen van juni. Deze voordagen van de
zomer die nooit begint. Deze wilnietdagen van het zwevende gemoed. Deze
trolleytramdagen.
Deze trieste dagen van juni, waarin het mij
onmogelijk is langer dan een schaarse minuut te wentelen in de vergissing dat
ik iets te zeggen heb over mijn tijd.
Deze trieste dagen van juni heeft de tijd het voor
het zeggen. Overduidelijk is het deze trieste dagen van juni dat de tijd het
voor het zeggen heeft.
In de pijn van het sterven verwerf je de dood. Terwijl jij nog ademde was het niet te
stoppen proces al in volle gang. Deze dagen (6 jaar later) registreer ik
pas wat ik 6 jaar geleden voelde.
6 jaar geleden heb ik het sterfverdriet van mijn
Allerliefste verdrongen. En daardoor was ik er (6 jaar geleden) voor haar
niet zoals ik er had kunnen zijn. En ook de 6 jaar daarna heb ik het
sterfverdriet van mijn Allerliefste verdrongen. En oh Schat, wat spijt mij dat.
Vergeef mij.
Jij hebt mij al vergeven. Zo nobel ben jij.
Ik heb jou
alleen gelaten in jouw verdriet, waarbij mijn verdriet verbleekt. Jij alleen in
jouw onherroepelijke verdriet.
Vergeef mij. Jij hebt mij al vergeven. Vandaag (deze datum), de 6de keer dat jij hier naast mij ligt over te gaan naar de dood.
De schat, die mijn schat is, is mijn schat. De
schat, die mijn schat is, sterft naast mij als zij sterft en sterft zij niet
naast mij dan sterft zij in mij. Haar schitterende stilte vult mij met tranen.
Haar schitterende stilte vult mij met ontzag.
Ik zit bij haar, omdat zij dit wil. Mijn hele
aanwezigheid éen lach. Voor haar die klaar is met het leven, voor haar met wie
het leven klaar is.
6 jaar geleden (deze datum) riep ik je en riep ik je, met een lied, waarvan ik, hoewel het
nu (6 jaar later) nog in mij echoot, de woorden en de melodie niet kan
herhalen. De wetenschap wil mij doen geloven dat jij mij niet meer kon horen (een paar uur voor jouw laatste uitademing) maar ik weet wel beter.
Nu (6 jaar
later) kan ik terughoren en terugvoelen, dat het lied een passagelied was. Dat
ik je niet riep maar dat ik, zonder dat dit mijn intentie was, met dit lied
jouw passage begeleidde.
Wat een
schitterende stilte om jou heen Schat. En hoewel ik deze eerder wel aangekund
had en later ook, verkeerde ik tijdens jouw laatste levensweken in een lichte
staat van ontreddering, kan ik nu (6 jaar later) herkennen en erkennen.
Ontreddering die zich verkleedde als levendigheid; afleiding die mij misleidde,
kan ik nu (6 jaar later) herkennen en bekennen.
Moet toch wat,
moet toch wat, was mijn mantra voor ik jou ontmoette. En ook lang nog (geef ik
toe) flikkerde deze op sinds ik jou ontmoette. En dan tijdens die laatste
weken van jouw leven.
Terwijl toch
sinds ik jou ken ik word verwend met een volheid die alle moeten uitsluit,
behalve het moeten van jou steeds weer als nieuw tegen te komen en als nieuw te
begroeten.
Deze (jouw
6de) dooddatum ga ik frontaler aan wat ik 6 jaar geleden liet gaan, toen ik de
kennis die op een ongeformuleerd niveau duidelijk in mij aanwezig was niet
onderkende, toen ik mij verloor in een mist van wereldse condities die de mijne
niet waren en de jouwe zeker niet. En of mij dit spijt Schat, of mij dit spijt.
Jij-dood
vraagt van mij een andere toewijding dan jij-levend van mij vroeg. Jij-dood
bent continu jijst en jijst kan men in het leven enkel in momenten zijn. Ja
Schat, ik versta je, in het dagelijkse gedoe heeft de tijd het voor het zeggen.
Ik noteerde al
éen van de dagen van de 13 van het 6de jaar, dat jouw leven niet jij bent en
dat jij niet jouw leven bent. Ja Schat, ik versta je.
Alleraller-verrukkelijkste, alles in mij is trouw, in liefde bij jou.
notitie 2014 [DE WIJ-WOLK]
notitie 2016 [DE ZONNEN]
Alle bagage kwijt. Van heden naar heden is de tred licht.
Concentratie als natuurlijkste staat. Ontspannen inademend uitademend is beweging soepel.
Drijvend op de kosmische stromen doen wij alle sferen van het heelal aan.
Elementen gloeien op. Elementen doven uit. Verrukken oog oor neus huid.
Fantasieloos als ik ben leef ik in de magische werkelijkheid van het volle leven. Word ik verwend. Door het kleinste dat mij haar grootsheid toont. Door het grootse dat zich door mij aan laat raken.
Gul is de liefde voor mij die haar trouw is.
Haar, die liefde is. Jij, die meer dan ik mij bent.
In isolement. Word ik verwend. Door het fragment dat mij verzoent met tijd en plaats. Door het totaal waarop tijd en plaats geen vat hebben.
Jeugdiger dan in mijn jeugd ben ik een klasseloze levensvorm.
Gul is het lot. Voor mij die het trouw is. Voor mij die haar trouw is.
Het, dat mijn lot is. Haar, die mijn lot kent. Jij, die meer dan ik mij bent.
Massa met de massa, massa in de massa, ontvang ik en verwerk ik mijn dagelijkse portie. Waarop jouw naam staat in grote letters. En de mijne in kleine.
O zekerheid. O zaligheid. O voorrecht. O verrassing.
Ik pas in dit aardeschap, dat de schaduw is van jouw aanwezigheid. Alle begaanbare routes zijn mij vertrouwd, stapsgewijs en staansgewijs.
En het past mij steeds dit vertrouwde territorium te betreden. Dat opgloeit en uitdooft. Oog oor neus huid verrukt. Steeds ditzelfde territorium, dat nooit hetzelfde is.
Uiterlijkheid met de uiterlijkheden. Innerlijkheid met de innerlijkstheid.
Vitale variëteit in éénheid.
De winden waarin ik jou vind. Jij, die meer dan ik mij bent.
De wolk waarin wij zijn.
De zonnen.




