vrijdag 7 juni 2024

1ste kroniek 1 (INZICHT) *2002-2003

Hoe ik het waargenomen heb en voor waar neem.


1 – 100 dagen is zij dood
Al mijn mentale activiteit richt zich op jou Schat. Jij, die als aards organisme niet meer bestaat. Al mijn mentale activiteit richt zich op jou. En al mijn emoties staan in betrekking tot jou. En mijn bewegingsactiviteit staat op een laag pitje. Is dit omdat jouw fysieke bestaan geëindigd is? Maar jij wel mentaal en emotioneel benaderbaar gebleven bent?
 Ik weet niet goed waar te focussen. En ik weet niet goed wat de aanspreekvorm is. Gewoon jij dan maar, jij wie jij nu bent. Je bent als iemand je kent. Ik ken jou, dus jij bent (en jij kent mij, dus ik ben).
 Fijn Schat, deze manier van praten, dit is bij jou zijn.

2120 dagen is zij dood
Heeft haar dramatische traject een definitief einde gevonden? Of kan ik de transformatie, die zich aan haar heeft voltrokken, gewoon niet bevatten? Of nog niet bevatten?
 Het is als een sprookje, gesprokkeld uit vele monden. Het is als een sprookje, in beweging gebracht door vele tongen.

Zij is er, maar pas wanneer ik op onze golflengte overga, besef ik dat ik haar voel (registreer ik haar aanwezigheid).

Nu pas is zij zelfstandig, onafhankelijk, een individu; nu pas is zij onlosmakelijk verbonden met de zij die zij is. 

3 160 dagen is zij dood
Ik kan niet alles wat zij mij vertelt genuanceerd verstaan. Soms zijn haar berichten als emotionerende betekenisgolven, die mijn innerlijk overspoelen. Mengen ze zich hier met wat hier al ligt? Brengen ze hier het een en ander tot ontploffing? Met de concepten die ik tot mijn beschikking heb, ben ik niet zonder meer in staat om inzichten te ontlenen aan wat mij overkomt; ervaringen, die ik niet altijd kan splitsen in komende-van-binnen of komende-van-buiten.

Als ik je goed versta dan zeg je dat een indi-vidualiteit een cocktail is van vitaliteiten, die zowel van sterkte als van aard verschillend zijn. Als ik je goed versta dan zeg je dat een individualiteit los staat van de aardse manifestatie; dat de manifestatie als aards organisme éen van de meerdere manifestaties van de individualiteit is. Als ik je goed versta dan zeg je dat er individualiteiten zijn die duizenden jaren meegaan en dat de manifestatie als aards organisme slechts één van hun meerdere gedaantes is.
  Ah dank je Schat, dank je, je maakt mijn zware hoofd licht en je maakt mijn spierloze ledematen gericht.

Inzicht wil ik omtrent haar lot. Of mij een voorstelling maken over haar hoe en waar. Als dit mogelijk is. Misschien heb ik hier wel de clue: dat haar huidige hoe en waar buiten het voorstellingsvermogen ligt. Of misschien faalt hier niet het menselijke voorstellingsvermogen, maar het menselijke representatievermogen. Of mijn voorstellingsvermogen en mijn represen-tatievermogen. Misschien moet tijdens het transport tussen deze twee een dermate groot aantal hobbels genomen worden, dat voordat het eindpunt bereikt is de lading alle kanten opgerold is. Wat zou een naam voor deze onvoorstelbare manifestatie kunnen zijn? Zij-dood? Zij-nu? Zij-eeuwig?

Als doodgaan breken met het ruimte-tijd-continuüm is, zou dan een conclusie kunnen zijn dat zij-dood (voorgoed los van degeneratieve aardse ruimte-tijd-verschijnselen) juist een fysieke manifestatie is?
  Praat tegen me Schat, ik luister.

4180 dagen is zij dood
Nadat de dood is ingetreden heeft het aardse organisme gedaan waar het voor diende. De zorg die je besteedt aan de opruiming ervan wordt enerzijds ingegeven door de verrukking die dit lichaam opgeroepen heeft en anderzijds door iets, dat te maken heeft met een proces dat iets te maken heeft met heel worden; het proces van de dode, waarin alle gegevens van de dode met elkaar tot een continue geïntegreerde heelheid komen.

Het feit van de kosmos, dat deze er is (de aarde en het gras en de ster er zijn, een ik en de dood er zijn) is eveneens moeilijk te be-vatten. Maar is het in werkelijkheid niet zo dat de degelijkste eigenkennis alle sluiers weg zou moeten kunnen trekken?

'Thuishuis – voel. Luisterliefje luister je? Hoor je het gefluister van de kring van de zevende?' Ik luister Schat. Ja, dat zowel de aarde als andere planeten ieder voor een toertje om de zon hun tijd nemen, is waar te nemen. En dit zou dan bepalend kunnen zijn voor de orde in de individualiteiten.
  Dank je Schat, wat ben je groot, wat ben je groot!

5200 dagen is zij dood
Het vitaliserende voor elkaar is niet afgelo-pen. Ik heb contact met haar zoals zij nu is; wat duidelijk wat anders is dan herinneren wie zij was. Ook communiceer ik-nu met haar-nu en zij-nu communiceert met mij-nu en dit gebeurt op een manier die niet fundamenteel verschilt van hoe ik-toen met haar-toen communiceerde of zij-toen met mij-toen.

Wat zij-dood niet meer nodig heeft is voedsel voor haar aardse organisme, hoewel zij een kom vers water op prijs stelt. Waar zij-nu wel op afkomt is gezelligheid, persoonlijke van mij en culturele van genietingen waar zij vertrouwd mee is, zoals muziek bijvoorbeeld. Is het gezellig dan is zij-nu aanwezig. Ook zijn er activiteiten die haar aantrekken, dan komt zij dichter dicht in mijn buurt. Ik ben nog aan het vinden welke activiteiten precies, maar haar kennende herken ik ze snel. Nauwkeurig gezegd is misschien de concentratie waarmee ik iets doe wel het belangrijkste. Ja, belangrijker dan wat het nou precies is wat ik doe. Warmte en kou deren haar als deze effect hebben op mijn stemming. Dus dit heeft dan weer met gezellig-heid te maken. En het geluid van mijn stem-voor-haar hoort zij ook.

Zij-nu is niet zij-toen. Herinner ik mij haar-toen, dan herinner ik haar-dood aan haar-levend. Hier wordt zij bijna altijd verdrietig van. Maar als zij-nu mij herinnert aan ons-toen en ik deze herinnering beaam (ja Schat dat was Kissin die muziek van Frédéric speelde, ja zeker wel!) dan vindt zij-nu dit fijn.

O hoe fragiel geworteld in kunstaarde was deze bloem!

6210 dagen is zij dood
Haar beeld als aards volume is verdwenen. Haar voetafdrukken zijn verdwenen. Haar gevoeligheid voor trillingen is gebleven. Ben ik geconcen-treerd dan ben ik mijn trilling en dan vindt zij mij, zodat geconcentreerd zijn voor mij hetzelfde aan het worden is als samen zijn met mijn getransformeerde geliefste. En zoals mijn trilling voor haar herkenbaar blijft, zo blijft ook voor mij haar trilling herkenbaar als helemaal zij. Ik zie het, ik voel het: het liefste profiel van het liefste wezen, dat ik in mijn wereld ken.

Het continue aardse proces van des-integratie/her-integratie van de drie aardse eenheden (zenuw, bloed en spier) is zich bij haar aan het opheffen. Grote Schat, jij bent de drie-eenheid waar ik contact mee heb. Zo is dat hè Liefste! Wat tijdens haar leven ook een zenuw-bloed-spier-band was, is nu zij dood is een pure concentratieband aan het worden (en zal een pure concentratieband zijn). Wat tijdens haar leven ook een zenuw-bloed-spier-band was, is nu zij dood is een pure kenband aan het worden (en zal een pure kenband zijn).

Ben ik geconcentreerd dan ben ik mijn trilling. Ben ik mijn trilling dan ben ik mijn liefde. Contact in liefde was voedsel voor haar-toen (en is voedsel voor haar-nu en zal voedsel zijn voor haar-eeuwig).

Zij is getransformeerd naar een metamanifes-tatie. Zij is aanwezig, en ik neem haar aanwezigheid waar wanneer ik mijn liefde ben. Ja het is met mijn liefde dat zij-nu zich voedt. En omdat ik mij voor kan stellen dat iedereen die in contact leefde (en dus in contact leeft) samenspraak heeft met een ge-kende metamanifestatie, kan ik mij voorstellen welk een geluk iedereen die in contact leefde (en dus in contact leeft) ten deel valt.
  En ja, haar fysiek-nu is even mooi en lief als haar aardse lijfje was.
  Ja Liefste, voor eeuwig.

7260 dagen is zij dood
Zij heeft mij net verteld dat hoewel zij haar aardse lichaam niet meer heeft, zij nog steeds toegang heeft tot het geheugen ervan. Dit heeft zij mij net verteld.

Nu zij dood is, is er een werkelijkheid die ik kan ervaren, waarin wij elkaar treffen (waarin zij voor mij zichtbaar is, en tastbaar en aan-raakbaar en aanspreekbaar). En ieder treffen is stimulerend en fris.
  Ook tijdens haar leven was zij vaak in een staat, die je heel zou kunnen noemen (geïnte-greerd dus). En wanneer zij heel was kon ik mij, door op haar te focussen, een moment heel maken. En nu zij dood is, is zij nog vaker heel. En nog steeds kan ik mij, door op haar te focussen, een moment heel maken. En als ik dan heel ben, is mijn communicatie met haar helder en duidelijk. Dus nu zij dood is vaak als ik alléén ben natuurlijk.
  Ook heb ik gemerkt dat wanneer ik te ver van heel-zijn af dreig te drijven, zij het initia-tief neemt om mij een helder en duidelijk signaal te geven.

Weer zat mijn hartspier vast Schat en met een schok kwam deze los en ik kreeg me toch een opdonder, zodat het even rustig rustig moest, om weer éen te worden met het ritme van komen en gaan van zon en maan. Jij bent nooit in geweest voor makkelijke dealtjes en daarom onder andere weet ik dat jij nu jijst bent; enkel ontvankelijk voor het echte, verpakt graag in surpriseverpakking met meer en meer van alles er op en er aan en er over. Ja ik ken jou en jij kent mij. Ja ik hoor je waarschuwing en zal deze ter harte nemen.

Het is voor mijn geluk noodzakelijk dagelijks contact te maken met de conditie die meer de hare is dan de aardse conditie die voornamelijk de mijne is. Dit te kunnen maakt mij rijk; ik richt er mijn dag op in. Ook is het zo dat wanneer ik mij hiervan laat afhouden, ik zo'n twee uur langer slaap en desondanks minder fit ben.
  De aardse werkelijkheid is het domein van de activiteit en haar werkelijkheid is het domein van de rust. Maar de aardse werkelijkheid is ook het domein van de fixatie, terwijl in haar werkelijkheid beweeglijkheid de norm is.

Zij presenteert mij een mysterie, dat ik nu eens met uitgelaten plezier bejegen en dan weer met beschroomd ontzag.

8280 dagen is zij dood
Nee, het is niet zo dat zij-nu een vormloze manifestatie is, het is juist zo dat zij-nu steeds vormvaster wordt; wie zij-eeuwig is, is haar vorm aan het worden. En omdat zij-eeuwig een constante is, is ook haar vorm steeds con-stanter. Een vorm met een steeds veranderende expressie. Verrassend. Ja zij is een tevreden trilling, want ja zij is een gekende trilling.

Ik heb besef van haar-nu, zij-nu heeft geen besef van mij; zo zelfstandig is zij-nu. Ik heb besef van haar, zolang ik een aards organisme ben. Zij heeft geen besef van mij, maar zij kent mij en zij waakt over mij.
  Wanneer je voorbij je aardse bestemming bent dan heb je geen besef meer. Beseffen is een instrument waarmee je je wereldse identiteit kunt bereiken, waarna je weer een, eventueel gekende, trilling wordt (een, eventueel gekend, meta-organisme). Zij-dood is met mij verbonden. En wordt door mij waargenomen met een bevattingsvermogen dat maar een fractie kan bevatten van wie zij-dood is. En met een bevattingsvermogen dat maar een fractie is van het bevattingsvermogen waarover zij tijdens haar leven al beschikte; zo bewegend door de werkelijkheden was zij al, met zo makkelijk toegang tot de verschillende geheugens.
  Zoals ook tijdens haar leven besta ik samen met haar nog steeds in condities waar ik door haar toedoen toegang heb tot geheugens die niet te vergelijken zijn met mijn puur persoonlijke geheugentje. Zoals het geheugen dat zich terugstrekt tot toen de aarde éen genetische klomp was. Of het kosmische geheugen. Of het geheugen waarin alles oplost, waar ik samen met haar mee samenval; wij zijn er tegelijkertijd in-mee en uit-van. En heeft het zin? Natuurlijk heeft het zin, want omdat wij er zin in hebben zijn wij de zin.
  Ah Allerallerliefste, wij zijn gewoon nog steeds een superteam!

En haar interesse voor haar aardse verleden (haar puur persoonlijke geheugentje) wordt, merk ik, hoe langer zij dood is minder en minder. Dat is fijn voor jou Schat en pijn voor mij. Voor mij is dat soms krijsen of kreunen of verstarren. Dus dan krijs ik en kreun en door-leef en leef door. 

9 310 dagen is zij dood
Zij heeft mij op mijn nummer gezet; mijn geluksnummer. En zij heeft mij verteld wat erbij komt kijken wil dit nummer geldig blijven tot mijn laatste ademzucht. Nou, wat wil ik nog meer? Helemaal niets! Wat het is, wat erbij komt kijken wil mijn geluksnummer geldig blijven tot mijn laatste ademzucht? Nou, dat ik accepteer dat wat weg is weg is en dat ik mijn perceptie richt op wat er is.

Zij is vitaliteit; een oneindige voorraad waar ik over mag beschikken. Voorraden van onlicha-melijke afmetingen zijn overbodige voorraden. Overbodige voorraden zijn lasten. De voorraad die zij is, is absoluut koesterend en dus absoluut fysiek!

O Schat, keer op keer maak je mij verlegen met je pertinente intimiteit. En ook al heb ik niet altijd de rust, toch kus je mij. En of mij dat blij maakt, of mij dat blij maakt! Dank je, dank je Allerverukkelijkste.

10350 dagen is zij dood
Die absoluut mysterieuze, wonderbarende visitatie van levensdurende duur.

Hoewel mijn liefste dood is, is mijn liefde voor mijn liefste (is mijn liefde en zal mijn liefde zijn). Heb je de Liefde ervaren dan er-vaar je de Liefde en zul je de Liefde ervaren. Want anders dan in de aardse fysica zijn ruimte en tijd in de fysica van de natuur van de Liefde geen lineaire fenomenen.

Een organisme te zien groeien is een geluks-ervaring. Een organisme enkel af te willen zien is pervers; het gaat uit van ontaarde concepten van levend-zijn en dood-zijn, waarin er een norm is voor 'volgroeid zijn'.

Zij is een individualiteit die voor mij kenmerken kreeg toen haar aardse manifestatie mij bezocht. En haar aardse manifestatie was de perfecte manifestatie–van A tot Z–van deze individualiteit, die door mij vermoed werd, waar ik naar hunkerde, nu door mij gekend is en die weer individualiteit is zonder een aards lichaam. De individualiteit kreeg voor mij vorm door in ruimte en tijd een dramatisch traject af te leggen en werd daardoor kenbaar. Maar het traject is niet de individualiteit en de individualiteit was er ervoor en is er erna.

Wanneer er sprake is van een band tussen liefde en liefde is ieder deeltje van de geliefde volledig die individualiteit die geliefd is. Liefde houdt ook in dat je alles accepteert van de geliefde, dus ook dat de geliefde dood is. Liefde bestaat in het besef dat de geliefde, hoe deze zich ook manifesteert, altijd rijkdom in welbevinden betekent.

11370 dagen is zij dood
De verwondering over het wonder is aan het dimmen. Zo goed als verdwenen zijn het onzekere aftasten en de bange vermoedens van totale verdwijning. Lekkere lekkere Schat, wij zijn gewoon bij elkaar en zullen gewoon bij elkaar zijn. Ja je zei het al toen je mij op mijn geluksnummer zette, maar ik was het weer even kwijt.
  Soms is zij aanwezig als een kamerwolk die er gewoon is. Vaak ligt zij naast mij, zoals zij lag. Enkele keren lag zij op mij. Soms zit zij tegenover mij, op de grond, op een plaats (altijd dezelfde) waar zij niet eerder zat. Dit is in onze kamer. In de andere kamers van het huis kiest zij niet een vaste positie, maar moet ik even zoeken waar zij is (ook meestal zittend op de grond). Buitenshuis loopt zij vaak met mij mee. Enkele keren zweefde zij voor mij uit.
  Enkele keren gaf zij mij kus. Vaker (verras-send) geeft zij mij een neusje.

12410 dagen is zij dood
Mijn Schat maakt geen sporen meer, maar alle sporen leiden naar mijn Schat.

Jij bent overal Schat, en daar moet mijn concentratie komen te liggen. En niet gefocust blijven op éen punt (met kringen eromheen). Vanuit een overal-focus moet ik het ene punt zijn. Een punt met onduidelijke contouren (veel water, veel lucht, een beetje aarde en een beetje vuur).

Ook van haar aardse manifestatie bleef buiten mijn bereik, wat van haar huidige metamanifes-tatie buiten mijn bereik blijft: het mysterie van de ander, wat niet toe te eigenen is, hè Schat? Ja, zo is dat!

13420 dagen is zij dood
Het was een woensdag (de avond waarop ik de witte berg beklom) dat zij als hondvrouw verdween en als mensmeisje verscheen. Met (tot mijn verbazing) een tussenmoment als mens-jongetje. Dat was even raar. En ook de avonden erna (van de dagen dat ik de zon niet zag) bleef het vreemd dat zij af en aan tegenover mij op een stoel zat, haar benen slingerend en slingerend (niet verveeld, eerder onwennig leek het). Te onwennig Schat, zei ik, griezeldagen, ben de hondin die ik ken en liefheb en trouw ben, zei ik. Zo mooi als je was blijf je jij, alles dus. Dit vroeg ik haar en zij reageert (met grote blijheid) en (met grote emoties) zijn wij weer wij.

Ja het lijkt erop dat individualiteiten via een werelds bestaan identiteiten worden. En dat het tevreden identiteiten worden wanneer ze door een liefdesband gevoed zijn. En dan dood, en volgroeid in hun identiteit, desalniettemin groeiend; niet in de betekenis van toegroeiend naar een identiteit maar groeiend in de mogelijkheid om genuanceerder en gevarieerder expressie aan hun specifieke individualiteit te kunnen geven.

14 450 dagen is zij dood
Mijn Schat is niet door vreemde handen behandeld, nadat zij vertrokken is. Hoewel vreemde handen haar een handje geholpen hebben om te vertrekken, zoals ze haar hielpen om aan te komen.
  De overledene maakt mee wat de nabestaanden met de organische resten doen. En ervaart het hoe hiervan als een bevestiging of een ontkenning van het leven dat met de achter-geblevenen samen geleefd werd. En deze ervaring is de eerste van deze nieuwe situatie en bepalend voor de verdere verhouding. Want niets aards is de dode vreemd.
  Ja Schat, ik versta je.

Al naar gelang de individualiteit zijn er mindere en betere passageplaatsen. Om aan te komen, om te vertrekken; te beginnen met ademhalen, te stoppen met ademhalen. En om van werkelijkheid te schwitchen terwijl je blijft ademhalen.
  Open kanalen met de metawerkelijkheden. En hier waar ik zit is een beste passageplaats. Voor mij om te schwitchen. En voor haar, die niet meer hoeft te ademhalen, ook.

15490 dagen is zij dood
Wanneer ik er niet helemaal ben, ben jij er niet helemaal. Dat is logisch, hè Schat!
  Enkel wanneer ik in mijn waarheid ben, is zij-nu door mij waar te nemen. Ja enkel wanneer ik op onze golflengte overga, registreer ik haar aanwezigheid.
  Zo is dat Liefje, zo is dat. Niet enkel de waarheid maar ook de hier-en-daarheid hè Schat, kun jij vier keer in je eentje aan.

Het is niet het geweten maar het gekend, dat tussen haar en mij gewicht heeft. Geweten ligt in het gebied van de ik-mij relatie en gekend ligt in het gebied van de ik-jij relatie.
  De dode is meta-organische vitaliteit. Ge-liefd en gekend en losgebonden. Of ongeliefd en ongekend en dwalend.

Zij is door de Liefde een gelukkige dode. Ik heb door de samenspraak met een gelukkige dode vrede in mijn zenuwen, vrede in mijn bloed en vrede in mijn spieren.
  Ja allerverrukkelijkste Schat, jouw trilling trilt vrij, in liefde door mij.

16 520 dagen is zij dood – een droom
Zonnig helder blauw (zeg maar Grieks). Huizen langs een looppad van planken; een kade, deels hangend over zee. Mijn Schat valt in het water en ik duik haar achterna. Zij zinkt snel, maar een rotsuitsteeksel vangt haar op. Ik keer mij in mijn duik. Zij heeft (door het water) een witte schijn. Zij kijkt mij aan en met dat ik aanzet dieper te duiken naar waar zij zit, maakt zij (mij nog steeds aankijkend) een beweging waardoor het uitsteeksel afbreekt. Ik besluit instantueel haar te laten gaan. Een besluit dat mij ingegeven wordt door een mix van factoren: haar onafhankelijkheid (alsof zij voorzag waar haar beweging in zou resulteren), plus het caissoneffect (waar ik mee te maken ga krijgen als ik mij dieper zou wagen), plus ergens het besef, dat ik toch met lege handen terug zal moeten keren (en dat ik nu nog maar net genoeg adem heb om weer aan de oppervlakte te komen).

17 560 dagen is zij dood
Hoewel een groot verdriet mij de afgelopen 560 etmalen gaande houdt, hadden wij het afgelopen jaar met elkaar zeker zeven keer vijftig fijne dagen. Zeker. Meer nog. En ook de komende jaren zullen wij zeker zeven keer vijftig fijne dagen hebben. Zonder twijfel. En hoeveel jaren dit zullen zijn, maakt ons helemaal niet uit hè Allermooiste!

Dat al mijn mentale activiteit zich op haar richt, is deze dagen niet meer het geval. Wel nog staan al mijn emoties in betrekking tot haar. En mijn bewegingsactiviteiten staan deze dagen op een wat hoger pitje.
  De kwestie is Allerzachtste, dat het een en ander mij nu duidelijk is. Ik heb gevoeld en doordacht. En dwangmatige magie hoeven wij niet te bedrijven om het contact tot stand te brengen of te onderhouden; de meeste tijd hebben wij gewoon contact. Gewoon. Ja ik zei het al, wij zijn gewoon bij elkaar (en zullen gewoon bij elkaar zijn).

Hmmm Allerzoetste, jij maakt mij keer op keer heel, ik ben dol op jou!


 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten