donderdag 6 juni 2024

bio (DE HOND & IK) *2000

 
CARA COLETTE EN IK
2 jaar voor haar dood,
toen wij de stad,
waar zij de meeste jaren van haar leven leefde,
nog niet verruild hadden voor het dorp,
waar zij stierf.

1
Sommige van mijn dagen zijn de pepermuntdagen; dit zijn de dagen dat ik links ga zodra ik de buitendeur uit ben. Sommige dagen zijn de pindakaasdagen, wanneer ik rechts ga zodra ik de buitendeur uit ben. Dan heb je de sinaas-appeldagen; op de sinaasappeldagen blijf ik binnen. Of de rozenbotteldagen, wanneer ik mijn bed niet uit kom. En ook zijn er de hopdagen, waarop ik enkel met Cara Colette praat.

Verder zijn er de seringendagen, wanneer ik uitnodigingen verzend voor een feestelijke bijeenkomst van mensen die elkaar niet eerder in levende lijve ontmoet hebben. De seringen-dagen zijn uiterst zeldzaam; op twee vingers te tellen.

En dan, ook in een andere orde, liggen de glimlachdagen. Wanneer de glimlach de stille tranen uit mijn ogen trekt en de zachte zuchten uit mijn borst waardoor de kleur in mijn hoofd verschiet van donkergrijs naar eigeel waardoor mijn spieren zich strekken waardoor ik ga gapen waardoor de stille tranen simpel oogvocht worden, dat zich (in tegenstelling tot de tranen) gemakkelijk door mijn hand laat wegvegen. Zodat een glimlachdag onlosmakelijk verbonden is met een lavendeldag, want o wat is dat prettig, je van top tot teen wassen met lavendelzeep.

 

2
Er zijn niet veel mensen waar ik het gezellig mee kan hebben. Ook niet veel dieren. Of planten. Met mijn directe sociale kring kan ik het erg gezellig hebben. Maar soms mis ik dat er geen grote fysieke kring is waar mijn specifieke gezelligheid gewoon is.

Met Cara Colette breng ik veel uren door op straat. Op straat vind ik het niet gezellig. Als ik al eens bij een café door het raam kijk, kan ik de indruk krijgen dat binnen de mensen het gezellig hebben met elkaar. Maar ik wil er niet tussen zitten. Een paar minuten rondhangen bij de ingang is voor mij haalbaar. Op de stoep aan de overkant, zo'n vijf meter ervandaan.

 

3
Wanneer ik te veel naar muziek luister wordt de stilte in mijn oren vervangen door het geluid van een gasvlam. Niet een geluid waar ik echt dol op ben. Voor afspeellijsten heb ik als richtlijn niet meer dan twee per dag. Twee keer rond de drie kwartier. Vind ik ook een aanvaardbare dosis. Hoe gevarieerder de samenstelling hoe langer ze lijken te duren. Callas afgewisseld met The Lounge Lizards. Bijvoorbeeld. Want ik heb er geen Callas en geen Lounge Lizards op staan. Ik heb er bijna enkel ongeïdentificeerden op staan. Zoals ik zelf ook graag naamloos deel van de massa ben.

Dans ik, dan liever op de Chinese dan op de Europese manier. Zonder tamtam dus. Wat een geweld dikwijls in die ritmes. Meer marcheren dan lopen. Meer bonken dan rollen. Daar moet je niet voor bij mij zijn. Ik dans vanuit mijn voeten en vanuit mijn buik. Niet vanuit mijn rug. Als ik dans beweeg ik liever mijn nek, armen en handen.

Mijn benen gebruik ik als ik loop. En dit doe ik bij voorkeur buiten. In dienst van Cara Colette.

 

4
De dood houdt het leven in stand. Ofwel het levende voedt zich met wat dood is. Eten is deelnemen aan het stofwisselingsproces. In de materiële werkelijkheid. En ook in de metawerkelijkheden vinden voortdurend stofwisselingsprocessen plaats.

Alle verschijnselen zijn sfeeroverschrijdend. Zowel de gegevens van de dood als die van het leven zijn er in tegenwoordig. Bij sommigen helt het gewicht over naar de gegevens van het leven. Bij sommigen naar die van de dood. In mijn geval is er sprake van het laatste.

Waar ik het voor het kiezen heb communiceer ik liever met de dood zelf dan dat ik het afval van de dood consumeer. Wanneer ik mij blootstel aan verschijnselen als regen, wind of sneeuw onderga ik levensnoodzakelijke prikkels. Hoe heftiger de regen en hoe ruiger de wind, hoe liever het mij is.

 

5
Er zijn veel liefdesliedjes die getuigen van beleefde liefde. Sommige van deze liedjes over beleefde liefde bedekken als een soort humus-laag de bodem van éen van mijn geheugens. Veel kennis wordt er vaak in gerepresenteerd. Die kan komen bovenzingen wanneer in mij het besef van tijd wegvalt. Ook zijn er veel liefdeslied-jes die getuigen van verzonnen liefde. En er zijn veel liedjes over van alles en nog wat die getuigen van gemiste liefde. Deze liedjes prefereer ik boven de liedjes over verzonnen liefde. Als concept, ernaar luisteren doe ik nog maar zelden.

Door iemand als ik, die zonder ooit een blijk van genegenheid te krijgen opgroeide, kon liefde pas beleefd worden toen de onmogelijk-heid om liefde te herkennen weggeëbd was. Deze onmogelijkheid kon wegebben omdat ik bloot-gestaan had aan de liefde van Cara Colette, die present was en die sterker was dan mijn obses-sieve hongers. Aan haar blijken van liefde voor mij. En ook aan mijn liefdegevoelens voor haar.

De obsessieve hongers bedienen zich van de noemer liefde, maar zijn er enkel op uit de smerige gerechten te blijven proeven waar ze mee vertrouwd zijn. Dit heeft voor nogal wat verwarringen gezorgd in mijn oriënterende periode.

Ook van belang bij het intomen van die hongers is geweest dat ik mij ermee verzoend heb. Dit heb ik pas gekund nadat ik wees geworden ben. Pas nadat allebei mijn ouders overleden waren, heb ik mij er voor eens en voor altijd van kunnen doordringen dat mijn kinderhand voor eens en voor altijd ongevuld zou blijven.

 

6
Er zijn twee stemmen waarvan ik een hele cd kan horen. Allebei een mix van gemiste– en beleefde liefde. Ik heb het over de stemmen van Patsy en Lata. Daar kan ik wel een uur naar luisteren. Als de omstandigheden ernaar zijn, want dit hangt wel van het een en ander af. Allereerst kan Cara Colette niet tegen dit soort muziek, dus die moet niet thuis zijn. Voorts moet ik een luidruchtige bui hebben, want de liedjes vragen erom meegeblèrd te worden. En tenslotte moet ik ook nog in een staat verkeren waarin ik woorddoof ben, omdat de teksten niet per se aansluiten bij mijn beleving. Wat Lata betreft is dit geen enkel probleem maar bij Patsy ligt dit wat moeilijker. De meeste zangstemmen op de afspeellijsten zingen dan ook in talen waar ik niet vertrouwd mee ben.

Bij de afspeellijsten zitten er sowieso verschillende die Cara Colette echt niet kan appreciëren. Bijna alles wat Afrikaans is bijvoorbeeld. Afrikaans ten zuiden van de Sahara en ten oosten van Senegal en Mali. Op koramuziek uit Mali en op alle Arabische muziek is Cara Colette dol. Klassiek dan, niet de hedendaagse filmmuziek. En dit geldt ook voor Indiaas. Een raga gaat er altijd in. Een avond-raga 's ochtends: geen probleem. Graag met een stokje patchoeli. Want ik mag dol zijn op Lata, Cara Colette heeft liever een ghazel. Heeft een regelrechte ontvangst voor een expressie die mij iets te verheven is. Voor Caribische klanken weer niet. Of voor Mexicaanse, Cubaanse of Colombiaanse klanken. En ook jazz hoef ik niet op te zetten om Cara Colette een plezier te doen.

 

7
Ik heb veel aandacht gestoken in het zoeken naar methodes die mij zouden kunnen helpen mij in te dekken. Tegen spanningen waar ik niet tegen opgewassen ben. Dat ik de deur letterlijk en figuurlijk open kan zetten en toch kan blijven functioneren.

In mijn directe kring wil ik niet bedacht hoeven zijn op vibraties die mij vreemd zijn. Maar het is nogal eens gebleken dat ik dit verkeerd inschat. Vandaar dat ik voor in mijn eigen huis een aantal dagelijkse houvasten ontwikkeld heb. Als bescherming. Ik verwacht niet langer, dat wie met mij leven ook voort-durend in harmonie met mij zijn. Routines zijn duidelijk. In hun eenduidigheid. Acceptabel als sociale extenties van mij. Mijn routine laat mij ook genoeg tijd waarin ik vrijaf heb van deze extensies. En iedere dag minstens éen tijdspanne helemaal niets. Wisselend in duur. Maar lang genoeg om op adem te komen.

Cara Colette kan ik hoe dan ook in mijn fysieke nabijheid hebben. Cara Colette is in al haar gegevens een sterkere natuur dan ik, maar in geen van mijn gegevens hoef ik mij tegen Cara Colette te beschermen. Cara Colette behandelt mij goed en ik behandel Cara Colette goed. Daarnaast heeft Cara Colette een grotere en continuere gevoeligheid voor mij dan enig ander organisme in mijn omgeving. Het is zelfs zo dat wanneer door een stoorinvloed die ik niet af heb kunnen weren al mijn wereldse benul vervlogen is, de nabijheid van Cara Colette doorslaggevend is.

Toen er laatst in het pand naast het mijne een geboorte plaatsvond was er zo'n spanning in de lucht dat ik de hele middag met Cara Colette op de divan gelegen heb. De linkerkant van mijn romp en mijn linker ledematen voelden aan als verlamd. Ik kreeg amper lucht en de verbinding met mijn spieren was ik kwijt. Niet prettig, want dan ben ik ook de verbinding met mijn geheugen kwijt. Maar door met Cara Colette daar zo te liggen zorgt zij ervoor dat ik weer terecht kom in mijn aardse gegevens en dat ik voluit terugkeer naar mijn culturele werkelijk-heid.

 

8
Ik hou rekening met geluk. Door rekening te houden met geluk claim ik mijn menselijkheid. Ik ben een mens, want ik lijk op alle andere mensen. Maar als individu ben ik anders dan alle andere individuen.

Als categorie is de mens een optelsom van intelligenties, die verspreid zijn over alle mensen. Geen enkel individu voldoet aan al deze kwaliteiten. Wat geen enkel individu tot een mens maakt. Grapje.

Ik deel niet de obsessie van mijn cultuur om intelligentie te becijferen. Alles wat leeft is intelligent. Niet iedere intelligentie is hetzelfde, maar er is niet één intelligentie die niet gelijkwaardig is aan iedere andere intelligentie.

 

9
Ik raak in een babystaat. Ieder jaar, de dagen voor mijn geboortedag. Dan hoef ik echt geen afspraken te maken. Niet met een ander en niet met mijzelf. Deze dagen herbeleef ik mijn passage.

Dan op de dag in kwestie vier ik de geboorte van iedereen die op mijn dag geboord heeft. Dat vind ik eigenlijk een goede combinatie van woorden: geboord hebben. Een individualiteit boort zich naar een aardse vorm en naar een aardse omstandigheid. Dat is wat ik waargenomen heb. De dag dat de geboorte plaatsvindt is de dag waarop de activiteit van het boren zijn beslag krijgt. Vanuit éen van mijn natuurlijke gegevens beschouw ik mij verwant aan alle organismes die op dezelfde datum als ik fysiek werden in het aardse.

Behalve dat ik binnen mijn directe sociale kring langdurige relaties heb, ben ik in verschillende werkelijkheidssferen verbonden met een aantal verwante organismes. Via mijn verschillende natuurlijke extenties. Die per sfeer afgesteld staan op eenzelfde golflengte als ik. Is er sprake van een relatie dan is er sprake van communicatie, of je wil of niet.

Ik zie het zo dat in de palmen van mijn handen de schatkaart geëtst staat. De plaats waar ik mij het leven inboorde gaf mij mijn naam en in deze naam werd het lot van mijn jeugd bezegeld. Zou je onbenoemd zijn, enkel deel van de natuurlijke aardse orde, dan zou je vrij zijn. Je vorm en je inhoud zouden samenvallen. Omdat je benoemd bent, deel dus ook van het mensen-gebeuren, deel van een culturele aardse orde, is het zo goed als zeker dat je strijd moet leveren om je vrijheid te heroveren. Want het dictaat van je naam en het dictaat van je natuur vallen zelden samen. In de naam ligt de verwachting in menselijke maat. Waar het kind zich in gaat voegen. Of tegen af gaat zetten.

 

10
Ik heb het nodig om te observeren. En hier dan van te leren. Dit kan van alles zijn. Kreunen tijdens het poepen bijvoorbeeld. Dat heb ik van Cara Colette afgeluisterd. En dat dit fijn kan zijn, heb ik ervaren.

Ik observeer ook mijn eigen gedrag, gedachten en stemmingen. Maar dit is niet te vergelijken met de manier waarop ik bijvoorbeeld een draad van wol, katoen of hennep kan bekijken. Een toewijding waar mijn jongere versies jaloers op geweest zouden zijn. Zonder het te beseffen. Nee mijn ikken en mijn zelven zijn nooit met een dergelijke toewijding bekeken. Ook niet door een ander. Kan ook niet. Wat een ding met je zintuigen en concentratie doet is fundamen-teel anders dan wat een organisme ermee doet.

Observatie van een organisme leidt tot een relatie, of je wil of niet. Tenzij je het organisme reduceert tot een gefixeerd object. En dit maak ik vaak genoeg mee, dat ik gereduceerd word tot iemands waanprojectie.

Wanneer een combinatie van organismes zich niet actueel met elkaar verhoudt is uitwisseling onmogelijk. De dominantere natuur vult dan het hier en nu met ongeruimd afval. Hier moeten zwakke aardse naturen zoals ik voor oppassen, want aan ongeruimd afval kun je je niet vetvreten. Daar kunnen enkel diegenen zich aan verlekkeren die verstrikt zitten in dezelfde fixaties en projecties.

Ik ruim mijn eigen rotzooi. Daar keer ik mij niet van af. En van de stront van Cara Colette en van de kat walg ik ook niet. Maar van een ander mens verwacht ik dat die net als ik de eigen rotzooi opruimt.

 

11
Bij tramhaltes is het altijd oppassen. Als Cara Colette en ik op straat zijn. Cara Colette herkent ze. En dit ondanks dat dieren niet verondersteld worden culturele tekens als abstractie in hun systeem op te kunnen slaan.

Cara Colette is er dol op zich met de tram te laten vervoeren. In buurten waar wij niet eerder waren, loopt Cara Colette op een tram-halte af zodra zij er een ziet. Ik zie dat Cara Colette ziet en niet ruikt bijvoorbeeld.

Voor wie fijn proeft: mijn ervaring is dat, behalve dat Cara Colette concepten op mij overdraagt, zij ook concepten begrijpt die ik aanreik. Eenvoudige en complexe. Eenmaal begrepen en benoemd herkent Cara Colette later het woord dat staat voor de actie die wij eerder uitgebreid doorgenomen hebben. Of beter nog, voor het gedachtengoed achter de actie. Waardoor het op veel verschillende acties in allerlei verschillende omstandigheden van toepassing wordt.

Neem een woord als coördineren. Cara Colette kent dit woord niet. Wanneer ik het introduceer spreekt uit dit woord mijn evaluatie van wat er tussen ons aan de hand is plus de verandering die door mij gewenst wordt. Cara Colette her-kent de disharmonie, erkent dat er wat gedaan kan worden aan haar concentratie op de situatie en doet meteen wat ik met coördineren bedoel. Nu kent Cara Colette dit woord en van nu af aan kan ik het gebruiken in iedere soortgelijke betekenis. Zolang ik zuiver blijf in het gebruik, blijft Cara Colette mij het genoegen doen te coördineren wanneer ik er om vraag. Of neem een woord als vergissing, een woord dat ons al voor veel misverstanden behoed heeft. Als het gaat om actie geldt hiervoor alles wat voor coördineren geldt, maar wat er bij komt is dat we het ook gebruiken in situaties die met het gemoed te maken hebben.

 

12
Het geschreven woord heeft een sterke werking op mijn verbeelding. En dat levert nogal eens een vertekende voorstelling op is mij gebleken. Waar ik in de praktijk mee geconfronteerd word haalt het zelden bij wat ik mij gedacht heb aan de hand van de beschrijving ervan. Dit heeft voor nogal wat teleurstellingen gezorgd in mijn oriënterende periode.

Dat het geschreven woord een sterke werking op mijn verbeelding heeft, heeft niets met autori-teitsgevoeligheid te maken. Een natuurlijke autoriteit tegenkomen betekent voor mij vreugde en het kost mij geen enkele moeite om deze te erkennen. Maar met geen enkele culturele of maatschappelijke autoriteit heb ik iets op. Ik begrijp dat iemand die zich een dergelijke autoriteit toeëigend zich serieus neemt op een manier die mij ten ene male vreemd is. En ook dat zo iemand in hiërarchische verhoudingen gelooft op een manier die mij ten ene male vreemd is.

 

13
Soms laat ik mij door iemand uit éen van mijn fysieke kringen meenemen naar een samenkomst waar ik het zeker erg gezellig zal vinden. Tot mijn teleurstelling blijkt dit tot op heden niet zo uit te pakken. En dan bedoel ik dat ik er niemand tref die een relatie met mij wenst aan te gaan. Hoe kortstondig ook. Ik red mij dan met anekdotes en de bijbehorende geluiden en gebaren. Gefixeerde vormen waarmee ik deel neem aan de waan.

Ik heb een paar van zulke sociale extenties waarmee ik mij in verschillende culturele omgevingen staande kan houden. Omhulsels waar ik hard op gewerkt heb. Maar het is wel oppas-sen dat ik niet in de gevarenzone terechtkom. Dat ik buiten ben, niet binnen. Zoals ook binnen-niet-buiten niet prettig is, is buiten-niet-binnen niet prettig. De geluiden vloeien samen, sluiten mij uit.

Mijn omhulsels heb ik aangepast en getoetst aan culturele omstandigheden waar ik hoe dan ook mee te maken krijg. Maar bevind ik mij weleens op een drukbezochte lokatie die buiten mijn gewone loop ligt dan heb ik zonder uitzondering de ervaring dat ik verstom. Bijvoorbeeld in een treinstation. Waar ik zelden kom. En wat zeker niet mijn omgeving is. De vibraties die er hangen includeren de mijne niet. Alsof alle aanwezige zenders afgesteld staan op éen soort-gelijke golflengte. Terwijl de golflengtes waarop ik sta afgesteld totaal weggedrukt worden. Ik kan mijn innerlijk niet meer horen. Ik versta mijn verlangens en mijn behoeftes niet meer. Ik vergeet waarom ik hier naartoe kwam. Voordat ik compleet verstijf en niet meer voor of achteruit kan, krijg ik het nog net voor elkaar om mij naar de uitgang te begeven. En om deze verdoving dan opgeheven te krijgen, moet ik een behoorlijke poos uit deze vibraties weg zijn. Met Cara Colette op onze divan door-brengen. Zodat ik weer enigszins aanspreekbaar word.

En ja, soms ook tref je van die mensen die zonder blikken of blozen bezit nemen van jouw organisme. Van die mensen die geen enkele grens tussen jou en mij herkennen. Simpelweg omdat ze zich er geen voorstelling van kunnen maken hoe anders jou wel niet van mij kan zijn. Beroofd zijn ze van iedere dierlijke fijngevoeligheid; éen brok gefixeerd aangeleerd ego. Praat je met ze dan verstaan ze je niet, want je verstaan zou in de weg staan dat ze kunnen doen wat ze doen. En dat is: te blijven teren op jouw organisme. Dus dan zit er niet veel anders op dan zo iemand van je af te slaan. Wat ik inmiddels dus ook al een stuk of wat keer zonder pardon met vaste hand heb gedaan.

 

14
De waan regeert waar woorden en gebaren een vaststaande inhoud hebben. Dus waar een ego dat van buitenaf aangetrokken is inhoud heeft. Maar inhoud wordt geleverd door de duurzame eigen-schappen van een organisme. Inhoud bestaat als trilling en wordt door mij ook als trilling waargenomen. Het woord en het gebaar zie ik enkel als de titels bij deze trilling.

Niet dat egoloos het voor mij is. Zomin als zelfloos. Of gedachteloos, of onthecht, of nog zo het een en ander wat al naar gelang de cultuur gepredikt wordt als het na te streven doel. Ik zie dit niet zo. Als mijn favoriete posities ervaar ik: binnen zijn door buiten te zijn en buiten zijn door binnen te zijn.

 

15
Veel zaken waarvan mensen veronderstellen dat zij ze regelen zijn in feite veel te complex om door mensen geregeld te kunnen worden. Ik laat dan ook nogal wat zaken ongeregeld. Althans wanneer ik meet met de maten van mijn cultuur.

In praktische zaken als wonen en eten kan ik mij aanpassen. Maar niet zodra het om extra's gaat. Spaarrekeningen, verzekeringen en vakantiekampen, om een paar van die extra's te benoemen. Dat ik dit niet kan, is geen onwil. En ook geen obsessieve ontkenning. Doordat het mij aan geloof in de functionaliteit ervan ontbreekt, functioneren deze instellingen voor mij ook niet. Zoals ook veel overheidsinstel-lingen die bedoeld zijn om mij het leven te veraangenamen. Er is zo goed als géen collec-tieve voorziening die iets met mijn bestaan uit te staan heeft. De logica, die achter de ontwerpen ervan zit, is niet gewoon de mijne. Of de esthetica.

Ik zou kunnen stellen dat het gezien mijn specifieke natuur vaak misdadig is wat de cul-turele orde die de mijne is van mij verlangt. Dat in termen van mijn natuur het culturele collectief waartoe ik behoor zich georganiseerd heeft in een misdadig regime. Ik zou mijn natuur hebben moeten corrumperen om in deze maatschappij tot de klasse van de bevoorrechten te kunnen horen. Wat in deze maatschappij daaronder verstaan wordt. Aanzien, macht en consumptie.

Het is mijn weten dat de zinnigheid van een hoop regelgevende activiteiten en van een hoop geregelde resultaten verwerpt. Wat ik met weten bedoel heeft een verbinding met het duurzame. Weten zijn informaties die via je natuurlijke extenties doorkomen. Die tot inzichten leiden, waarmee ik mij op deze aarde staande kan houden. En ik leef vanuit het inzicht dat wat is is, omdat het zich aan de regelzucht van de mensheid onttrekt.

 

16
Het is er mij nooit om te doen geweest de streep te verleggen. Dit is niet mogelijk, wat wie ook wil beweren. Waar het mij zonder uit-zondering om gegaan is, is de tijdsduur tot mijn streep zo prettig mogelijk door te brengen.

De rol te vervullen die je te spelen hebt, daar draait het om. De aardse manifestatie te zijn, die je voorbestemd bent te zijn. En hoe thuizer je bent in de metawerkelijkheden, hoe helderder je zicht op welke jouw rol is. Zodat je je hierop kunt inrichten. En enige controle hebt over hoe die rol zich voltrekt. Prettig of niet prettig. En daarmee enige controle over je levensloop. Soepel of stug.

In harmonie met je levensloop te zijn. Hoewel eigenlijk niet meer dan natuurlijk, is dit een voorrecht binnen het culturele collectief dat het mijne is. Een voorrecht dat je voor elkaar moet zien te krijgen. Daarom is het een grote luxe om contact te hebben met een medeorganisme dat jouw rol ziet. Of op zijn minst een deel ervan. En helemaal optimaal is om in contact te leven met een medeorganisme dat continu zó actueel op jouw aanwezigheid anticipeert dat je de teugels kunt laten vieren. Omdat je erop kunt vertrouwen dat je door de interactie met deze ander zodanig geïntegreerd gehouden wordt, dat je continu de zin blijft voelen. In Cara Colette heb ik zo iemand in mijn nabijheid.

 

17
Wie ooit een door de dood geclaimd lichaam zag, heeft de volmaakte aardse bestemming van die individualiteit kunnen zien. Volledig. Een expressie bijvoorbeeld zoals wijlen mijn mama mij getoond heeft.

Ik kan mij voorstellen dat ieder aardse manifestatie een individueel tijdsbesef heeft. Voor iemand die tien jaar zal leven is éen jaar eentiende deel van het leven. Voor iemand die tachtig jaar zal leven is éen jaar eentachtig-ste deel. Dat moet op de een of andere manier in de individuele klok gegrift staan.

En wat ik mij dan voorstel is dat de stervende geen kalendertijd heeft, maar dat de stervende de doodtijd heeft. En dat deze voor iedere stervende hetzelfde is. Dit is natuurlijke logica.

 

18
Vanaf het prille begin had ik indikaties dat Cara Colette enorm taalgevoelig is. Met gesproken woorden, die niet voor haar bestemd waren maar die wel consequenties voor haar hadden, was Cara Colette in een mum van tijd vertrouwd. Spelenderwijs heb ik wat simpele experimenten uitgevoerd. In éen van de experimenten sprak ik veelgebruikte woorden op andere tonen en in uiteenlopende situaties uit. De reacties van Cara Colette bevestigden mijn vermoeden, dat het echt het woord was dat Cara Colette kende en niet dat zij het herkende vanwege de intonatie of de context waarin dit woord uitgesproken werd.

Cara Colette houdt er ook erg van een gedicht voorgelezen te krijgen. Bepaalde gedichten kunnen niet vaak genoeg voorbij komen. Ik ken er dan ook inmiddels flarden van uit mijn hoofd. Met Cara Colette op een bank aan de gracht zittend kan ik ze reciteren. Overgave. Oren die bij de beginregel rechtop gaan staan, ogen die mij aankijken en dan een nek die ontspant. Maar ik moet niet proberen te impro-viseren; zodra ik maar éen woord vervang door een ander geeft Cara Colette mij te kennen dat zij hier niet van gediend is. En dan heb ik het wel over flarden van minimaal dertig woorden.

Het is een beetje extreem om te stellen dat mijn favoriete dichtbundels door Cara Colette gekozen zijn, maar het is zeker zo dat ze allemaal bij Cara Colette in de smaak vallen.

Het is zeker niet zo dat ik mijn smaak op Cara Colette overdraag. Ik noemde al het uitbundige- en het meeblèrwerk. Een goed voorbeeld is ook de radio. Af en toe komt er op de radio iets voorbij waarbij de oren van Cara Colette even-eens rechtop gaan staan en het hoofd richting luidspreker gedraaid wordt. De radio aan hebben staan valt voor mij niet onder de noemer naar muziek luisteren. Ik heb de radio voorgepro-grammeerd op een aantal klassieke zenders. Sowieso al zelden mijn smaak. Zodra het geluid buiten mijn huis mij afleidt van wat ik aan het doen ben druk ik de ene knop na de andere in en bij de uitzending die het minst indringend is hou ik halt. Geen van de muziekstukken die Cara Colette kiest valt mij op voordat haar reactie mij erop attendeert. Als ik de kans krijg de naam of de titel op te vangen noteer ik deze en soms ga ik op zoek naar het cd-tje en koop het. Net als voor een ghazel heb ik ook voor deze expressies niet echt een ontvangst, maar door ze geregeld voor Cara Colette op te zetten realiseer ik mij wel dat ze mij goed doen.

Van sommige muziekstukken is het vaste gegeven de componist, van andere degenen die het uitvoeren en van nog andere het instrument waarmee het tot klinken gebracht wordt. Cara Colette maakt de verbindingen. Ik hoor ze niet. Steeds word ik weer verrast. Zo heb ik nu inmiddels wel door dat éen van de lievelings-componisten Sjostakovitsj is. Maar wordt deze aangekondigd en kijk ik anticiperend dan is het niet per se dat Cara Colette ook reageert. En net als ik op het punt sta mij ervan te over-tuigen dat ik ook wel een grote neiging heb Cara Colette kwaliteiten toe te dichten die ik liever niet hardop noem, wordt bij de afkondi-ging gezegd dat het hier een fragment betrof dat door kenners beschouwd wordt als een van de mindere opdrachtstukken van de componist.

Er zijn veel bundels die wij gelezen hebben, waar Cara Colette niets aanvindt. Meestal geef ik haar gelijk. Er zijn ook bundels die ik speciaal heb aangeschaft, nadat ik uit een bloemlezing een paar gedichten van een gerenom-meerde naam ietwat plichtmatig tot klinken gebracht had en de reactie van Cara Colette geen twijfel liet.

 

19
Mijn zorg, interesse en aandacht voor de planten, de kat en Cara Colette is rijkdom voor mij. Rijkdom en welbevinden. Te geven en te krijgen. Zonder dat je ooit in de positie hoeft te komen dat je plichten hoeft te vervullen of dat je rechten op hoeft te eisen.

Met nogal wat uitzonderingen op de regel ben ik het die in de praktijk van de cultuur ons pad baant en is het Cara Colette die in het gebied van de natuur ons pad baant. Als categorie is menselijkheid een cultureel omhulsel. In de natuurlijke staat besta ik als levend wezen. Zoals Cara Colette. En als levende wezens herkennen wij elkaar.

 

20
Wat binnen de culturele orde die de mijne is verstaan wordt onder kunst zijn in overgrote meerderheid expressies die beperkt zijn tot het vergankelijke. Tot de tijd en tot de plaats. Een verbinding aangaan met deze expressies, is een verbinding aangaan met de tijd en met de plaats.

Een gedicht kan stimulerend zijn. Voor het gestel, de gedachte of het gemoed. Maar met name voor je overige gegevens. Je natuurlijke extenties. Zo ook een schilderij, een liedje. En alle andere poëzie. Dit is de noemer waaronder ik alle artistieke expressies laat vallen die, omdat ze mede voortkomen uit de metagegevens van een organisme, daar ook een appèl op doen bij een ander organisme. Gema-terialiseerde inspiraties, op het nu en op het hier geënt. Wat iets anders is dan enkel maar expressie geven aan de tijd en de plaats.

Zoals de wind expressie geeft aan het wind zijn. Nu en hier een uitwisseling aangaan met deze wind is een uitwisseling aangaan met een werkelijkheid die niet gebonden is aan de lineaire opvatting van tijd en ruimte. Een uitwisseling bijvoorbeeld met de drieëenheid verleden-heden-toekomst. Vrijheid.

Wat opgaat voor een organisme gaat niet per se op voor een artistieke expressie. Ieder orga-nisme getuigt van kennis. Is een manifestatie van een duurzame unieke individualiteit. Het zinnige van ieder organisme is dat het altijd en overal de perfecte vorm is van de kennis die gerepresenteerd wordt. Dit is schoonheid. De vlucht van deze vogel is de expressie van haar unieke vogel zijn. En het geluid van deze brekende golven is een expressie van deze zee. Vorm en inhoud zijn niet van elkaar los te zien. En als dit even vanzelfsprekend voor een artistieke expressie geldt dan noem ik die artistieke expressie poëzie.

 

21
Contact met de metagegevens maakt in mijn cultuur geen deel uit van de dominante werkelijkheidsopvatting. En dan wordt communicatie een zeldzaamheid. Wat ik onder communicatie versta. En dat bestaat niet bij gratie van glasvezelnetwerken en satellieten. Wat ik onder communicatie versta is verbonden met liefde. En dus verbonden met het duurzame.

Alles wat ik doe is ondergeschikt aan mijn streven mij te verliezen in helderheid. Dit is wat ik mijn werk noem. Ik zie culturele poëzie als een niet verklarende aanwezigheid van het onverklaarbare mysterie. Gematerialiseerde inspiraties. Individueel. Een reflectie van een individu.

Door mijn handen te betasten. Met de vingers van de ene hand de botten in de andere hand na te lopen. En zo het vlees eromheen – zenuwen, aderen, spieren en meridianen – gescheiden te voelen van het skelet. Wanneer ik dit doe word ik op een eenvoudige manier in contact gebracht met het onverklaarbare mysterie. Als dit con-tact door culturele poëzie bewerkstelligd wordt komt er een dramatische factor bij. In poëzie reflecteert het individu vanuit een aardse per-ceptie het eigen leven. Een individueel moment. Dat altijd dramatisch is. Een moment dat verbonden is met het begin en met het einde van dat leven. De kwintessens is niet de specifieke omstandigheid van dit of dat individuele drama, maar het feit van een individueel drama. Of het individuele drama er voelbaar in is. Zo'n artistieke expressie kan bij wie ermee in aanraking komt vreugde teweegbrengen. Of is troostend. Door het lot van een ander tegen te komen in poëzie kun je voeling krijgen met je eigen levensloop.

 

22
Ik zie kennis als een metamanifestatie waar je een relatie mee aan kunt gaan. Je kunt je afstellen op golflengtes die je toegang geven tot tal van aanknopingspunten die los van tijd en plaats beschikbaar zijn. Ongeclassificeerde wijsheid die vrijelijk door de kosmos vibreert.

Je het aardappelkoken eigen maken is wat anders dan je kennis eigen maken. Zoals iedere mani-festatie is kennis een zender. En net zo min als dat welke vitale manifestatie dan ook door een ander toe te eigenen is, is welke kennis dan ook te bezitten. Wel kan iedereen er over beschikken. Staan je antennes eenmaal afgesteld op wat voor jou de juiste golflengtes zijn dan is het verder een kwestie van de ontvanger bedienen. Niet moeilijk. Maar je moet er op ingericht zijn.

In mijn inrichting staat daarom het bestaan van Cara Colette centraal. Mijn ontvanger heeft een klein bereik en voor ik Cara Colette kende was ik gewend aan veel vage ruis met af en toe een heldere flard. De antennes van Cara Colette zijn hoger, wijder en van een fijngevoeligere kwaliteit. Door mij in de nabijheid van Cara Colette te bevinden mag ik meegenieten, want het gelukbrengende feit doet zich voor dat haar antennes afgesteld blijken te staan op golf-lengtes die voor mij ook de juiste zijn.

 

23
Mij verliezen in helderheid. In de praktijk betekent dit te verkeren in een blanco staat. Waarin ik mij openstel voor inspiraties. Die richting kunnen geven aan een activiteit die vervolgens kan resulteren in poëzie. De blanco staat van de kernactiviteit, zeg maar. Bij Cara Colette op onze divan liggen en verblijven in het labyrint van de hondse stilte. Te vertoeven waar het materiaal zich bevindt.

Mijn werk is voor mij een natuurlijke acti-viteit. Zeker deze kernactiviteit. Wanneer ik in een blanco staat verkeer, heb ik via mijn natuur contact met de natuur. Door mijn relatie met de natuur word ik gesterkt. Waardoor ik open kan staan voor de mij omringende cultuur. In de natuur vind ik bevestigingen van mijn beleving die ik in mijn cultuur zelden vind. Kom ik in de overlevering een artistieke expressie tegen die ik als bevestiging van mijn beleving herken, dan is deze vaker wel dan niet afkomstig uit een culturele orde die niet de mijne is.

Of éen van je inzichten aan de waarheid raakt wordt met ja beantwoord wanneer je stuit op blijken van een overeenkomstig inzicht. Expres-sies van medeschepselen, los van periode of geografie.

 

24
Door mijn omgang met Cara Colette heb ik een hele speciale taalbron ontdekt. Door te praten tegen Cara Colette hoorde ik mijn stem zinnen zeggen die mij fascineerden. De speciale bron kun je zien als een ruimte, waar wel woorden zijn maar geen stem. Ik ga er binnen en mijn stem spreekt de woorden die ik daar vind. Of die mij daar vinden. Zinnen die zich vastzetten in mijn geheugen en die van buitenaf op mij af zijn gekomen. Cara Colette stimuleert mij deze woorden te blijven herhalen. Cara Colette houdt ervan steeds dezelfde zin te horen. Totdat deze vertrouwd is. Dan een nieuwe zin er achteraan. En deze combinatie herhalen tot deze ook vertrouwd is. Dan een volgende zin. Enzoverder. Tot er een tekst ontstaan is. Zeg van zo'n twintig zinnen. Die ik dan met potlood op papier noteer. De verschillende stadia van dit proces vat ik samen onder de noemer pepermunt-sessie. En als ik zeg ik geloof dat we aan een pepermuntsessie toe zijn, dan weet Cara Colette precies dat ik weet wat zij bedoelt.

Dit herhaaldelijk herhalen van zo'n tekst levert een enorme band op. Tussen ons. Omdat wij ons via deze woorden steeds opnieuw afstel-len op een golflengte die ons beiden toegang tot kennis geeft. Deze kennis is dan via zo'n tekst ook beschikbaar voor anderen. Maar natuurlijk enkel voor diegenen die eveneens in staat zijn op deze golflengte af te stellen. Logisch.

 

25
Mijn paspoort geeft mij een nationaliteit. Deze nationaliteit is geliëerd aan een natie. Zowel nationaliteit als natie zijn fenomenen die mij tegenstaan. En de geschiedenis van waaruit deze fenomenen reële consequenties zijn beschouw ik niet als mijn geschiedenis. Zonder deze geschiedenis te ontkennen. Ik zie het als een ongewenste erfenis waarmee ik hoe dan ook te maken heb. Het is anno nu als mens niet moge-lijk zonder nationaliteit een werelds bestaan in te richten. En hoewel dit onacceptabel en achterhaald is, is het in mijn geval niet zo opdringerig dat ik de consequenties ervan niet tot een hanteerbaar minimum kan beperken.

In de regel erf je pas bij het overlijden van een verwante. Accepteer je de erfenis niet dan wordt wat nagelaten werd afval. De natie waar ik een lid van ben typeert zich als éen van de rijke landen. Maar armoede en rijkdom zijn relatieve begrippen, die individueel betekenis krijgen. Door af te zien van een groot gedeelte van de erfenis van mijn cultuur ben ik rijker geworden. Te durven vertrouwen op je ervaringen en je inzichten is rijkdom die verder reikt.

Geen enkele vorm is definiërend. Ofwel herhaalt zich tot er sprake is van een blijvende vorm of blijvende wetmatigheid. Niet als het poëzie is. Zoals ook geen enkel organisme voor honderd procent in kaart te brengen is en dan te re-produceren. Daar is mijn rijke land dol op. Op reproduceren. Gefixeerde illusies. Die leiden tot een toename van consumptie en tot een afname van communicatie. Natuurlijke logica.

 

26
De pionier toont aan dat het mogelijk is in een tot dan toe onbetreden omgeving te aarden. Dat een als ontoegankelijk bekend staand terrein te grijpen is binnen bekende referenties. Ik ben een soort omgekeerde pionier. Mijn leven toont aan dat er nogal wat bij kan komen kijken om te aarden in een omgeving die tot in de details gecultiveerd is. 

 

27
In het labyrint van de hondse stilte heb ik weinig last van beperkingen waarmee ik erbuiten te maken krijg. Ook heb ik het, wanneer ik mij in ons labyrint bevind, nooit koud. Het lijkt wel alsof een innerlijke kachel mij op tempera-tuur houdt. Of ik draag zonder erover nagedacht te hebben de juiste kleding.

In ons labyrint vertoeven. Daar word ik zonder uitzondering rustig van. Ik besta er zonder klok. Behalve dat ik er niet aan kan ontkomen af en toe met de slagen van het kerkcarillon mee te tellen. Door mee te tellen wil ik het getingel dwingen op te houden. Als ik ook maar iets voor het zeggen zou kunnen krijgen met betrekking tot de algemene orde zou ik dat gebruik meteen afschaffen. Maar dit zit er voor iemand als ik niet in. Iets voor het zeggen kunnen krijgen met betrekking tot de algemene orde. Mijn soort sensibiliteit is ver in de minderheid.

Hoewel niets in mij deel is van een meerderheid vertrouw ik er op dat, sec door het feit dat ik leef, ik op mijn beurt invloed uitoefen op de condities waarin ik verkeer. In de aardse werkelijkheid ook ja. Maar vooral de metacon-dities. De duurzame werkelijkheidssferen. Ik voel niet de behoefte die invloed uit te willen pluizen. Net als dat ik de invloed van een ander op mij zonder meer accepteer. Dát die ander invloed heeft op mij. En dat dit vaker wel dan niet invloeden zijn die door mij als onaangenaam ervaren worden is in mijn geval logisch.

In de stilte van ons labyrint voel ik mij beschermd tegen de uithollende werking van deze sluipinvloeden. En het is enkel Cara Colette die vertrouwd is met de absolute concentratie die ik hier kan bereiken.

 

28
Ja, ik voel mij veilig in ons labyrint. Door de beslotenheid is er samenhang. Tussen binnen en buiten. Niet omdat mijn binnen het buiten reflecteert of andersom, maar omdat mijn binnen het buiten is en andersom. Omdat de grenzen tussen binnen en buiten vervaagd zijn. Alsof mijn huid doorlaatbaar wordt, van binnen naar buiten en van buiten naar binnen.

Dit heeft weinig met uitzonderlijk geluk te maken. Het is waar ik periodiek levensnoodzake-lijk behoefte aan heb. Een andere reden waarom ik mij in ons labyrint veilig voel, is omdat ik mij er verzekerd voel van de continuïteit van de dingen.

Omdat ik enkel toegang heb tot het labyrint als ik alle beslommeringen van mij afschudt, kan zo'n verblijf mij inzicht verschaffen in een persoonlijke problematiek. Bijvoorbeeld. Niet door woorden of beelden, maar doordat ik getransporteerd wordt. Cara Colette is mijn gids. De begrenzing die de lineaire tijd stelt valt weg en ik kom terecht in éen van de metawerkelijkheden. Banden die hier tot stand kwamen en hier ook in stand werden gehouden. Banden waarvan ik mij niet heb kunnen scheiden, die ik niet in focus heb kunnen krijgen ondanks dat ik ze als verstikkend ervaar. Zo'n band kan ik nu verbreken. Op de eerste plaats omdat mij het doel van die band helder wordt, doordat ik nu deze natuurlijke extentie ben. En op de tweede plaats omdat ik ongegeneerd uiting kan geven aan de onbepaalde onlustgevoelens die met dit verbreken gepaard gaan; kreunen, kronkelen, spugen, gapen, snotteren, enzoverder.

In de ultieme betekenis wordt de uitspraak 'ik ben' gesproken vanuit het geheugen. Ik en ben worden uit elkaar gehaald. Terwijl in het uiteindelijke zijn ik en ben samenvallen. Want het kan ook voorkomen dat ik getransporteerd wordt naar een toestand waar iedere structuur verdwenen is. Ook weer onder leiding van Cara Colette. De concentratie van Cara Colette is zonder enig hiaat. Een aanwezigheid met een continue kwaliteit die mij geankerd houdt. Wij worden éen organisme, éen anoniem leven. Op-genomen in de tijd en in de ruimte. En aan de uiterste rand van het stoffelijke. Aan de rand van de uiterste werkelijkheid. En hier wisselen vormloos en vorm van positie. En ook wisselen hier inhoudsloos en inhoud van positie. Zodat de grenzen tussen vorm en inhoud vervagen. De verbeelding stopt. Het beeld verdwijnt. Terwijl de zintuigen blijven functioneren. Totale samenhang. Zo'n sessie eindigen wij meestal doordat ik met een lied Cara Colette bedank. En door zo'n lied krijgen wij weer los van elkaar onze individualiteit bevestigd. En wij worden weer twee.

 

29
Wat voorgespiegeld wordt als de uiteindelijke werkelijkheid, met verschillende variaties al naar gelang de cultuur, zijn verslagen van een ineindelijke gesteldheid. De toestand die ontdaan is van iedere structuur. Binnen de concentratiecocon die Cara Colette spint en waarin ik mij dus af en toe samen met haar bevind, laat deze eindelijkheid zich ervaren.

Hoe ik het dan ervaar is, dat intimiteit met de natuur overweldigend is.

Ja, te kunnen bestaan binnen het labyrint van de hondse stilte is waar ik periodiek levens-noodzakelijk behoefte aan heb. En nee, vol-ledige beelden vervelen mij niet.






Geen opmerkingen:

Een reactie posten