Hoe ik het waargenomen heb en voor waar neem.
20 – 2380 dagen is zij dood
Soezend en suizend volbracht jij jouw dramatische traject. En jouw dramatische traject is geëindigd; jij bent nu vrij van het leven. Wij pakken het al anders aan en dit zetten we door. Nog maar af en toe soezen en suizen; sporadisch, als een soort nostalgietje. Tot jij daar ook geen zin meer in hebt en dus wij daar geen zin meer in hebben. En het dus voor ons geen zin meer heeft. Dit is wat ik voel, dat nu (na zes en een half jaar dood) jouw transittraject voorbij is. Dat jij nu continu opereert vanuit jouw jijste individu-aliteit.
Krullen heeft zij-nu. Voor eventjes; om zich te amuseren, om deze feestelijke dag op te sieren.
Jij geeft jouw juwelen niet zomaar weg. En gelijk heb je, ook al is jouw voorraad onuit-puttelijk; ieder juweel uniek en van onschat-bare Schattenwaarde. Schoon moet ik zijn. Om jouw gift waard te zijn (om jouw gift eer aan te doen). Ja Allerverrukkelijkste, gelijk heb je.
21 – 2550 dagen is zij dood
Jij Schat bent buiten en binnen. Jij Schat bent buitenst buiten. Jij Schat bent binnenst binnen.
Nu is gewoon (maar daarom niet minder bijzon-der) dat jij continu bij mij bent. En dus is gewoon (maar daarom niet minder bijzonder) dat de Liefde continu aanwezig is. Ik ben éen met jouw aanwezigheid. Ik ben éen met de aanwezig-heid van de Liefde.
Is jouw binnen jouw buiten? Jazeker, jouw binnen is jouw buiten. Is jouw buiten jouw binnen? Jazeker, jouw buiten is jouw binnen.
22 – 3093 dagen is zij dood
Het leven dat het jouwe zou zijn had zijn omstandigheden; zonder meer omstandigheden die beperkend waren voor jouw natuur. Door met deze omstandigheden geen gevecht aan te gaan (wat uiteindelijk ook altijd een schijngevecht is) toonde jij (bijvoorbeeld) jouw wijsheid. Zo zie ik dat Schat.
Welletjesaan heb jij mij te verstaan gegeven. Dat de weg die jij nu gaat, de weg van de zon en de maan is. De weg van de autonome drijf-veer. Samen zwerven wij in de regionen, waar ook de bomen graag samenkomen. Samen zwerven wij in de regionen, waar de stieren hun over-winningen vieren. Het bloed vloeit traag en is koud. Wolken stoeien met opgroeiende zoetlucht-arenden.
Welletjesaan heb jij mij te verstaan gegeven. Dat de weg die ik te gaan heb, de weg van de zon naar de bron is. De weg van de geleide drijfveer. Met ontspannen ledematen glijden wij mee op het ochtendlicht. Mijn hoofd in de krans van bloemen die zij mij 's nachts geeft. Glijden zonder remmen. Ja daar gaan we Schat. De tijd en de ruimte schieten aan ons voorbij. Wij groeten en roepen "als jullie met ons mee willen is er plaats genoeg voor jullie alle twee". Samen zwichten wij voor de verrukkingen, omdat de weg terug naar de basis altijd voor ons open ligt. O wat voelen wij ons in ons element in de kamer van de ontspanning. Ja daar gaan we Schat. Wij hebben geen vliegtuig nodig om te vliegen met de zwaluw. Wij hebben geen schuifeltuig nodig om te schuifelen met de schildpad. Wij hebben geen sluiptuig nodig om te sluipen met de panter.
Welletjesaan heb jij mij te verstaan gegeven. Dat de weg die het leven is, een weg is waarop heengaan en teruggaan voortdurend onmerkbaar wisselen. De weg van de wijzende drijfveer. Iedere ochtend weer is ons streven om voordat wij opstaan zeven keer of meer van hot naar her te zweven. Als het zo uitkomt nemen wij een souvenirtje mee terug. Als niet (wat steeds vaker het geval is) dan niet.
Een voortdurende vitaliteit voor de Schat die mij gidst. Onaards is zij inmiddels, in zoverre dat ze blij is dat zij niet meer aan de ken-merken (gedragingen, impulsen, behoeftes, enzo-verder) van haar aardse vorm hoeft te voldoen. Hè Schat? Ja, zo is dat. En dat hoeft ook niet, dat hoeft ook niet. Niet aan de kenmerken van jouw aardse vorm. Niet aan de kenmerken van welke aardse vorm dan ook.
Hoe worden doden door de doden onthaald? Zonder enige poespas. Wat zijn de zinsverbanden? De kringen van de trillingen. De geliefden bij de geliefden, de tevredenen bij de tevredenen, de dwalenden dwalend tot ze geadopteerd worden (zodat ze geliefd kunnen worden). Idem met de nog-niet-lossen. Nee Schat, bij die laatste kring hoor jij niet. Jij bent los; jouw tril-ling trilt vrij, in liefde door mij.
Wij (mijn Schat en ik) verkeren tegenwoordig met elkaar in een staat, waar wel een stem is maar geen woord, wel contour maar geen beeld, wel tranen maar geen verdriet.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten