vrijdag 7 juni 2024

3de kroniek (GEVOLGTREKKINGEN o.v.) *2002-2012

Dat het dier en ik
elkaar hier en nu in de ogen kijken,
dat is mijn geluk.


Schat, met je gezicht van goud, leidt mij binnen in het binnenste, waar geen slaap verstrooiend werkt. Allerallerintiemste neem bezit van mij, ja lig hier dicht dicht licht tegen mij aan, zodat ik mij verroeren kan onder de bescherming van jouw vrijheid. De tranen Schat, die jij inspireert, bereiken mijn bloesems. Vruchten zullen rijpen; de schil zacht en eetbaar, het vlees stevig en zoet, een pit die bij aanraking vloeibaar wordt.


_______________________________

1 De meerdere sferen van het volle leven / 1
2 Geboorteconditie en sterfconditie
3 Ieder aards leven is een voorbeschikt dramatisch traject
4 Dramatisch traject en transit identiteit
5 Dramatische traject en kenbaar zijn
6 Een gelukkig leven
7 Een leven leven en een leven beleven
8 Over een politieke revolutie in de 'westerse wereld'
9 De meerdere sferen van het volle leven / 2

 _______________________________


1 De meerdere sferen van het volle leven / 1
Het volle leven wordt geleefd in de volle werkelijkheid. De volle werkelijkheid omvat meerdere invloedssferen, die onderling van elkaar verschillen. Een invloedssfeer is een coherente aanwezigheid, waarin vitale materie specifiek gerealiseerd is. Zowel in de materiële als in de metamateriële werkelijkheid is vitale materie de allesomvattende, de allesdoordringende, de allesverbindende aanwezigheid.

Ieder van de sferen heeft natuurlijke gegevens specifiek voor de sfeer, zonder dat deze sfeer afgescheiden is van de overige sferen; alle sferen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, doordat ze allemaal zowel deel zijn van als deel nemen aan de vitale materie.

Alles wat bestaat leeft in de volle werkelijkheid en alles wat bestaat is onderhevig aan de invloed van alle sferen tegelijk. Alles wat bestaat is continu zowel als binnenkracht en als buitenkracht werkzaam in de volle werkelijkheid, en de volle werkelijkheid is continu zowel als binnenkracht en als buitenkracht werkzaam in alles wat bestaat.

Of de communicatie met de invloed van een sfeer (en met de specifieke kennis die inherent is aan alle vitaliteiten, processen en vormen binnen deze sfeer) hetzij vertrouwd, hetzij onvertrouwd is, is afhankelijk van iemands focus en concentratie, en is afhankelijk van de waarnemingsinstrumenten waarmee iemand zich identificeert. Hoe vertrouwder de communicatie met de verschillende sferen is, hoe voller het aardse leven beleefd wordt.

 

2 Geboorteconditie en sterfconditie
Een individualiteit is een cocktail van kwaliteiten, zowel verschillend van sterkte als van aard. Het bestaan van een individualiteit staat los van de aardse manifestatie; de manifestatie als aards organisme is éen van de meerdere gedaantes van de individualiteit.

De geboorteconditie van de aardse manifestatie van een individualiteit heeft de karakteristiek van de erfenisidentiteit. Het is de tijd-plaatsgebonden aanwezigheid en dit is een aanwezigheid van dramatische activiteit.

De sterfconditie van de aardse manifestatie van een individualiteit heeft de karakteristiek van de natuurlijke identiteit. Het is de onvergankelijke zijnsaanwezigheid en dit is een aanwezigheid van rust.

Het op elkaar inwerken van de tijd-plaatsgebonden aanwezigheid van de geboorteconditie en de onvergan-kelijke aanwezigheid van de sterfconditie doet de individualiteit bewegen door het aardse leven. Een aards leven wordt voorzien van bepalende drijfveren door hoe de erfenisidentiteit en de natuurlijke identiteit zich met elkaar verhouden.

In de aards-materiële werkelijkheid is deze inter-actie tussen de erfenisidentiteit en de natuurlijke identiteit waar te nemen als een opeenvolging van veranderende tijdelijke karakteristieken. Deze karakteristieken vormen samen de transitidentiteit.

De transitidentiteit valt samen met de rol, die de individualiteit te spelen kreeg op het podium van de wereldse omstandigheden. En deze rol wordt uitgevoerd door het culturele personage.

 

3 Ieder aards leven is een voorbeschikt dramatisch traject
De condities van aankomst in het aardse leven en vertrek uit het aardse leven zijn voorbeschikt. Het moment en de lokatie van iemands aankomst heeft gegeven condities en het moment en de lokatie van iemands vertrek heeft andere, eveneens gegeven, condities.

Tijdens het aardse leven werken de erfenisidentiteit (de geboorteconditie) en de natuurlijke identiteit (de sterfconditie) continu op elkaar in. Het op elkaar inwerken van deze twee dramatische krachten zorgt ervoor dat de individualiteit in het aardse leven een dramatisch traject aflegt.

Het kader van de inhoud van het dramatische traject wordt bepaald door hoe de erfenisidentiteit en de natuurlijke identiteit zich met elkaar verhouden, met andere woorden, door hoe de karakteristieken van deze twee verschillende aanwezigheden op elkaar inwerken. 

Het kader van de vorm van het dramatische traject wordt bepaald door de gegeven aardse omstandigheden van tijd en plaats; de culturele condities bij aankomst in het aardse leven en bij vertrek uit het aardse leven.

En dit maakt dat ieder leven, op deze aarde geleefd, zowel de expressie is van een individualiteit, als de expressie van een tijd en een plaats.

 

4 Dramatisch traject en transit identiteit
Zowel de erfenisidentiteit als de natuurlijke identiteit omvat een vol karakter. Deze twee karakters verhouden zich met elkaar, op eenzelfde unieke manier als willekeurig welke relatie tussen twee individuen uniek is.

Uniek in de soort van relatie: (uitsluitend of een combinatie van) geliefden, vrienden, vijanden, werkpartners, familieleden, kennissen, enz. Uniek in het temperament van de relatie: (uitsluitend of een combinatie van) gepassioneerd, enthousiasmerend, privé, idealistisch, publiek, competitief, hatelijk, stimulerend, gelijkmoedig, jaloers, onverschillig, enz. Uniek in de aard van de relatie: (uitsluitend of een combinatie van) mentaal, emotioneel, fysiek.

De soort, het temperament en de aard van de relatie tussen de tijd-plaatsgebonden karakteristiek van de geboorteconditie en de onvergankelijke karakteristiek van de sterfconditie bepalen hoe de individualiteit door het aardse leven beweegt. Met andere woorden, bepalen het karakter van het functioneren van de transitidentiteit.

Hoe harmonieus of hoe onstuimig dit functioneren ook mag zijn, de ervaring die het aardse leven is, heeft voor de individualiteit betekenis, wanneer deze voeling heeft met de rol die deze te spelen kreeg op het wereldse podium. Met andere woorden, wanneer het culturele personage zich dusdanig ingericht heeft, dat er binnen het aardse leven de mogelijkheid is voor een vertrouwde communicatie met de invloeden uit de verschillende sferen van de volle werkelijkheid en met de kennis die inherent is aan de vitaliteiten, de processen en de vormen binnen de verschillende sferen van de volle werkelijheid.

 

5 Dramatische traject en kenbaar zijn
Het verschil tussen de geboorteconditie en de sterfconditie werkt als een identificatie-instrument; het dramatische traject dat het aardse leven is, stelt de individualiteit in staat kenbaar te zijn. De transitidentiteit kan de eigen erfenisidentiteit en de eigen natuurlijke identiteit kennen. En in de transitidentiteit van een ander kunnen de erfenis-identiteit en de natuurlijke identiteit van een ander gekend worden.

Gekend te zijn in de natuurlijke identiteit is de voorwaarde, die het mogelijk maakt dat de transit-identiteit in vertrouwd contact met de Liefde leeft.

De Liefde reikt over de grens van leven en dood en wanneer de transitidentiteit in vertrouwd contact leeft met de Liefde kan het culturele personage zich periodiek vrij maken van het tijd-ruimte-continuüm, waardoor de transitidentiteit in staat wordt gesteld te communiceren met wat beschikbaar is in de overige invloedssferen van de volle werkelijkheid. Deze communicaties stellen de transitidentiteit in staat voeling te onderhouden met de bepalende drijfveren van het eigen leven. En daarmee op het dramatische traject van het eigen leven en daarmee op de rol die de individualiteit te spelen kreeg op het podium van de wereldse omstandigheden.

 

6 Een gelukkig leven
Geen enkel leven is gelukkiger of ongelukkiger dan een ander leven. Of het aardse leven gelukkig of ongelukkig is, is een ervaring.

Omdat ieder aards bestaan een dramatisch traject volgt, waarvan de kaders van inhoud en vorm voor-beschikt zijn, is ieder aards leven een geëigend leven voor degene die het leeft. Maar hoe optimaler het culturele personage de wereldse rol speelt, die de individualiteit te spelen kreeg, hoe voller de verschillende identiteiten het aardse leven beleven en het ervaren als een gelukkig leven.

Al naar gelang de transitidentiteit hetzij minder, hetzij meer vertrouwd is met de rol, wordt de rol geïnterpreteerd, worden er beslissingen genomen aangaande de rol, worden er ideeën gevormd over de rol, worden er technieken ontwikkeld om de rol te spelen, worden de medespelers ingeschat, wordt de situatie ingeschat, is er reflectie over de rol, enz.

Of de ervaring van het aardse leven negatief of positief is, is dus afhankelijk van de mate waarin de transitidentiteit als wereldse ik het passende cultu-rele personage heeft, om de rol uit te voeren die de individualiteit te spelen kreeg. Met andere woorden, een cultureel personage dat in staat is meebewegend expressie te geven aan de transitidentiteit.

Bij een passend cultureel personage zijn zowel de erfenisidentiteit als de natuurlijke identiteit vertrouwd met de bepalende drijfveren, waardoor de tweedeling wegvalt en de wisselwerking van infor-maties uit hun respectievelijke sferen continu is.

De erfenisidentiteit onderhoudt deze vertrouwdheid door periodiek op het metamateriële te focussen en dan voluit te communiceren met de kennis die inherent is aan de metamateriële invloedssferen. En de natuurlijke identiteit onderhoudt deze vertrouwdheid door periodiek op het aards-materiële te focussen en dan voluit te communiceren met de kennis die inherent is aan de aards-materiële invloedssfeer.

 

7 Een leven leven en een leven beleven
Een leven leven is een algemeen geldende biologische term, die van toepassing is op alle levens die na de geboorte voor de primaire levensbehoeftes niet af-hankelijk zijn van verzorgers. Een leven leven is er zijn. Het is een natuurlijke staat. Een natuurlijke staat in een natuurlijke omgeving. Een natuurlijke staat waarin de dood komt en gaat. Een natuurlijke staat die ongebreideld dramatisch is. Een natuurlijke staat die zowel aards-materiëel als metamateriëel is. Een natuurlijke staat, waarin de transitidentiteit een expressie is van een vrije wisselwerking tussen de erfenisidentiteit en de natuurlijke identiteit. Levens die geleefd worden zijn volle levens.

Een leven beleven is een algemeen geldende dramatische term, die van toepassing is op alle levens die na de geboorte voor de primaire levens-behoeftes afhankelijk zijn van verzorgers. Een leven beleven is de zin van het aardse leven ervaren. Het is een natuurlijke staat. Een natuurlijke staat in een culturele omgeving. Een natuurlijke staat met de dood als constant aanwezige maat. Een natuurlijke staat die zowel aards-materiëel als metamateriëel is. Een natuurlijke staat, waarin de transitidentiteit een expressie is van een bewuste wisselwerking tussen de erfenisidentiteit en de natuurlijke identiteit. Levens die beleefd worden zijn volle levens.

 

8 Over een politieke revolutie in de 'westerse wereld'
Zonder een wijdverspreide verandering in het begrip van de volle werkelijkheid, en daarmee van de aard van de dood, heeft geen enkele politieke revolutie in de 'westerse wereld' kans van slagen.

In mijn uiteindelijke analyse is het leven-dood-paradigma de basis van alle beschavingen. Binnen een cultuur komen alle conventies voort uit een leven-dood-paradigma dat door een gemeenschap gezamenlijk onderschreven wordt; een specifieke kijk op het verband tussen leven en dood, die (om wat voor reden dan ook) zo dominant is dat het conventies heeft kunnen genereren, is een visie waarover (op de een of andere manier) consensus bestaat.

Dat binnen een cultuur alle conventies (concepten en praktijken), en dus alle infrastructuren en institu-ten, geïnspireerd zijn door één leven-dood-paradigma, geldt voor alle gebieden van deze cultuur (kunsten, wetenschappen, jurisdictie, politiek, religies, enz). Elke uiting binnen een bepaald gebied is naar vorm en inhoud een uitdrukking van het paradigma dat heerst. Daarom is, ongeacht het oppervlakkige thema, elke tekst, elk beeld, elke praktijk die in de canon is opgenomen, een uiteenzetting van de dominante kijk op leven en dood.

Het leven-dood-paradigma dat de kern vormt van mijn cultuur (patriarchaal, kapitalistisch, technologisch, militaristisch, racistisch, enz.) getuigt van een grote onwetendheid. Niet minder onwetend dan te beweren dat de zon rond de aarde cirkelt. Omdat een leven enkel beleefd kan worden wanneer een realis-tische verbinding met de dood er een geïntegreerd onderdeel van uitmaakt, is een consequentie van deze onwetendheid dat voor een mens in onze samenleving het beleven van het eigen leven een zeldzaamheid is.

In de fysica van de aards-materiële sfeer zijn ruimte en tijd lineaire fenomenen. Deze sfeer is slechts een klein deel van de volle werkelijkheid waarbinnen het aardse leven geleefd wordt, maar in de regel is het de enige sfeer die in mijn cultuur als reëel wordt erkend. Omdat in de aards-materiële sfeer de Liefde enkel wordt waargenomen door degenen die vertrouwde communicatie hebben met de invloeden van meerdere sferen van de volle werkelijkheid, is een verstrekkende consequentie van de dominante werke-lijkheidsopvatting dat liefde in haar universele natuur niet enkel afwezig is in de meeste individuele levens, maar ook verbannen is uit het publieke domein. In een 'orde' die in al zijn geledingen volgens hiërarchische relaties 'functioneert', wordt de Liefde enkel nog gerealiseerd in levens die door de publieke vertegenwoordigers van de dominante orde (meer of minder openlijk) gecategoriseerd worden als nutteloze lasten.

Zonder een wijdverspreide verandering in het begrip van de aard van de dood, en van de aard van de rela-tie tussen de dood en het leven, kan een politieke revolutie resulteren in een omverwerping van bestaande structuren, maar zal er nooit in slagen ze te vervangen door een blauwdruk van een nieuwe vorm van samenleving.

 

9 De meerdere sferen van het volle leven / 2
Opmerkingen over de vier invloedssferen, waarbinnen ik vertrouwde communicatie heb.

1. De aards-materiële sfeer.
Dit is de sfeer die zich manifesteert als het materiële universum, waarbinnen mijn aardse leven geleefd wordt. Het is de thuissfeer van de erfenis-identiteit en, daarmee verbonden, van de transit-identiteit. Als deze sfeer afgeschermd wordt van de overige sferen uit hij zich in patronen. Hier kunnen de wetmatigheden gevonden worden waar de materiële werkelijkheid aan beantwoordt en waar de materiële wetenschappen op focussen. Het is de enige sfeer waarbinnen het tijd-ruimte-continuüm als lineair verschijnsel geldigheid heeft, en daarmee het oorzaak-gevolg-dictaat. Met als consequentie dat dit de enige sfeer is waarbinnen een manifestatie van mijn individualiteit een tijdgebonden aspect heeft, dat een dramatisch traject aflegt met een begin en een einde.

2. De sfeer van de kringen.
Ieders individuele aardse omstandigheid is een cocktail van biologische en wereldse gegevens, waarvan de samenstelling uniek is. In ieder van die gegevens is de individualiteit deel van een kring van verwanten. Waardoor iedere individualiteit verbonden is met een unieke mix van kringen van verwanten, (en via deze kringen van verwanten, met kringen van verwanten van verwanten), (en via deze kringen van verwanten van verwanten, met kringen van verwanten van verwanten van verwanten), (enzoverder). Omdat alles wat leeft functioneert als een zender en ontvanger die in voortdurende communicatie staat met alles waarmee het verwant is, kan mijn erfenis-identiteit in de sfeer van de kringen kennis nemen van ervaringen, die in de geheugens van mijn kringen opgeslagen liggen. En omdat in de sfeer van de kringen verleden, heden en toekomst samenvallen, en hier en daar samenvallen, kan mijn erfenisidentiteit het heden, het verleden en de toekomst, en het hier en het daar, actueel waarnemen; niet enkel van mijn transitidentiteit, maar van iedere transitidentiteit waarmee er verwantschap is.

(In deze sfeer ondergaat de erfenisidentiteit het ontstaan van het aardse bestaan; de grote scheppings-verhalen van de verschillende culturen zijn pogingen om de informaties te formuleren, die afkomstig zijn uit deze sfeer.)

3. De sfeer van de individualiteiten.
De sfeer van de individualiteiten is de sfeer waarbinnen ik vertrouwd communiceer, wanneer ik de onvergankelijke karakteristiek van mijn natuurlijke identiteit realiseer. De realisatie van de onvergan-kelijke karakteristiek komt overeen met de realisatie van de tijd en de plaats, waardoor de tijd (en daarmee verleden, heden en toekomst), zowel als de plaats (en daarmee hier en daar) niet langer feno-menen zijn die buiten mij bestaan.

Mijn individualiteit is een unieke cocktail van kwaliteiten. Ieder ingrediënt van de cocktail is deel van het geheel van kwaliteiten en daardoor is mijn individualiteit in ieder deel onlosmakelijk verbonden met de volle werkelijkheid, waarmee er een voort-durende, ongebonden afhankelijke band is. In deze sfeer komen mijn natuurlijke identiteit, mijn transitidentiteit en mijn erfenisidentiteit samen in een enkelvoudig ik. Ik ben een zender en ontvanger, in voortdurende, ononderbroken, allesomvattende communicatie met alles wat bestaat. In deze sfeer onderga ik de ongebonden afhankelijke band met alle bestaansvormen. In deze sfeer laten alle individuali-teiten zich kennen als schitterend in hun schoonheid.

4. De sfeer van de vitale materie.
De vitale materie is zowel een gemanifesteerde als een manifesterende aanwezigheid. De sfeer van de vitale materie is de thuissfeer van mijn individua-liteit. Het is een sfeer van rust, waarin beweeglijk-heid de norm is. In de sfeer van de vitale materie ervaar ik dat ik als onverbrekelijke, niet te ontleden heelheid tegelijk als binnenkracht en als buitenkracht werkzaam ben; in deze sfeer is het binnen en het buiten van mijn natuurlijke identiteit één. In de sfeer van de vitale materie ben ik onlos-makelijk opgenomen in de vereende, allesomvattende werkelijkheid, die mijn voedsel is en waarvoor ik voedsel ben.

In de sfeer van de vitale materie zijn vitaliteit, principe en substantie één En alle grenzen tussen de individuele vitaliteiten, principes en substanties opgelost, zonder dat het unieke van iedere indivi-dualiteit verloren is; in deze sfeer is individu en massa één.

Het is de sfeer waarin mijn individualiteit zich in haar puurste expressie manifesteert.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten