vrijdag 7 juni 2024

1ste kroniek 2 (INZICHT) *2007

 Hoe ik het waargenomen heb en voor waar neem.


182010 dagen is zij dood
Ik begrijp wat jij mij vertelt Schat. Dat jij niet jouw leven bent. Dat jouw leven niet jij bent. Jij moest jouw leven leven. Die rol moest rollen. Dat scenario moest van het beginpunt naar het eindpunt komen. Improviserend met wat er in de situatie voor handen was. Als zodanig is voor jou het leven een klem geweest. Waarin jij geklemd zat. En nu ben jij onvergankelijk jij. Absoluut vrij. In liefde bij mij.

Zij is haar aardse lichaam niet vergeten. Het is nog steeds een gedaante die zij aan kan nemen. Ik ben haar aardse lichaam niet vergeten. Behalve dat ik het in mij voel, registreer ik deze gedaante van haar (die mij bekend is) ook dagelijks als iets van buiten. En nee, ik heb het niet over een projectie door middel van mijn mentale vermogens. Ik heb het over een aanraakbaar volume. Die graag geaaid wordt. Die graag toegesproken wordt. Graag lekkernijen te eten krijgt. Graag fris helder water te drinken krijgt. En dit krijg jij ook hè Schat, al 2010 dagen (ik mag er een dag naast zitten). En daarvoor alle 3093 dagen ook.
  Wel is het zo dat het fysieke volume van haar aanwezigheid wisselend is (dit heb ik gesig-naleerd). Er zijn dagen dat zij met gemak een grote lege kamer aan kan (zelfs een grote lege kamer nodig heeft). Voor mij blijft er dan een klein hoekje. Een fijn hoekje waarin ik mij bevoorrecht weet. Want groot of klein, altijd vind ik het verrukkelijk. Om een paar keer een paar keer per dag jou te benaderen en intiem te begroeten. Om een paar keer een paar keer per dag het centrum van jouw aanwezigheid aan te raken. Ja reken maar, dat ik dit verrukkelijk vind.

Alles wat jij wil ervaren interesseert mij Schat. Ervaren, voor jou, is verbindingen herstellen. En is verbindingen herstellen niet sowieso een hele goede omschrijving van ervaren? Ik dacht het ook.
  Ach het is gewoon zo Schat: ik geloof niet; ik ervaar, wij geloven niet; wij zijn ervaring.

192020 dagen is zij dood
Lieve lieve lieve Schat, nog een paar dagen en dan voor de veertiende keer arriveert en passeert jouw speciale datum weer. Ik maak het mee Allerliefste. Een klein beetje. Duidelijk is het nog niet helemaal, maar het wordt duidelijker en duidelijker.
  Frisse frisse frisse Bloem. Ik was twee en veertig jaar (plus vier maanden min vier dagen), toen ik jou voor het eerst zag en voelde. En jij was drie weken en twee dagen. En tot die dag, dat ik twee en veertig (plus vier min vier) was, was ik een complete onbenul. Zo is dat.

Ja grote grote grote Liefde, nu jij vijf jaar en zes maanden dood bent, zijn jij en ik er nog steeds voor elkaar. Natuurlijk en uiteraard. Maar ook natuurlijk en uiteraard vind jij mij enkel dan, wanneer ik weet waar ik ben. Hè Schat, zo blijft dat!

Wat ik ook al zei: mijn woonplaats is een goede passageplaats.
  Bovendien zijn er geen dwalende doden (ik ben er althans nog geen tegengekomen). Dit maakt dat de atmosfeer helder is. En dit maakt dat ik de doden herken die mij eigen zijn.
  Dat er geen dwalende doden zijn schrijf ik toe aan verschillende factoren. Met betrekking tot de doden van de lokale gemeenschap is het vanwege de liefdesband tussen de doden en hun nabestaanden, en de daaruit voortvloeiende zorg voor elkaar. En met betrekking tot de anonieme doden van de geschiedenis is het omdat het land tot voor kort onbegrensd overstromingsgebied was, voor mensen ontoegankelijk, moerassig. Geen doortrekkende legers dus, geen bloedige confrontaties met alle sterftrauma’s vandien. Zelfs in de meest gespecialiseerde bibliotheken zul je naar vermelding van dit gebied dan ook tevergeefs zoeken. Anders dan als onbetrouw-bare, zich verleggende rivieroevermodder bestond twee honderd jaar geleden dit gebied simpelweg niet op de stafkaarten.
  Op wat recentere folklore na, bestaat er dus geen geschreven geschiedenis. Maar ontstaat geschreven geschiedenis ook niet enkel daar, waar de doden niet gevoed worden door een liefdescontact met achterblijvers? Zijn het niet de ongekende (ongebonden, dwalende, onte-vreden) doden die aanzetten tot het schrijven van geschiedenisboeken (en van menige roman)?

Ik voel ik voel, wat jij voelt Schat.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten