vrijdag 7 juni 2024

2de kroniek 2 (BELEVING) *2007-2009

 Ben ik bij haar, dan beleef ik mijn leven.


9 2000 dagen is zij dood
Mijn Schat en ik zijn mijn Schat en ik. Zo was het en zo is het en ja zo zal het zijn. Want zij is fijner dan wie of waar of wat ook. Dit bewijst zich iedere dag. Sinds ik haar ken, ben ik verwend. Ik ken haar sinds wij elkaar voor het eerst in elkaars ogen keken. Dat was ook de keer dat wij elkaar voor het eerst in elkaars ogen zagen. Ik ken mij sinds ik mij voor het eerst in haar ogen zag. Want zij kent mij beter dan wie ook. En waarom zou ik dit verzwijgen? Om de ijdele mensen tegemoet te komen? Ik dacht het niet, Allerverrukkelijkste, ik dacht het niet!

Alle stemmen in mij zingen jij Cara Colette. Iedere dag weer. En zullen ze dit ooit verleren? Nee nooit! Hoeveel geluk kan ik aan? Minder dan zij mij wil geven. Zo is het Schat. Maar Schat, zodra ik denk op eigen kompas een stukje traject af te kunnen leggen, wat gaat het dan snel, dat mijn organisme er niet meer aan gewend is zo verwend te worden. En daarom dagen als deze, waarin ik echt niets anders doe dan met jou zijn. Zo is het Schat. Tranen en stilte. Verrukkelijk geluk. Was jij en ben jij.
  Dank je Schat, intens, intens, intens.

Gaat zij dood, dan overkomt mij dit (idem als zij zich in mijn leven meldt). Het contact met haar-nu onderhouden echter vraagt een inzet van mij. En verlang ik een leven van Schatten-kwaliteit dan laat ik x andere dingen voorbij gaan, of sluit dit x andere dingen uit.

Jij mijn Schat, laat mij niets voelen wat ik niet fijn vind om te voelen, laat mij niets zeggen wat ik niet fijn vind om te zeggen, laat mij niets doen wat ik niet fijn vind om te doen. Niet éen dag dat jij niet aanwezig was Schat, maar ik ben het afgelopen half jaar te weinig gefocust geweest op ons. Te veel dagen dat ik niet de onverdeelde rust genomen heb om aan een onverdeeld samenzijn met jou toe te komen. En dit heeft mij geen goed gedaan; dit heeft mij verkeerd gedaan. Aan jou ligt het niet, natuurlijk niet; ik ben te slordig geweest. Want ja, het dagelijkse gedoe is een waan. En ja, jij bent de werkelijkheid zonder gekkigheid.

Iedere dag moet je de afstand afleggen. Iedere dag moet je huilen. De afstand afleggen gebeurt in alle stilte. En ook huilen gebeurt in alle stilte.

102030 dagen is zij dood
De Tijd eist vlijt. Vlijtig voer ik kalender-rituelen uit. Kalenderrituelen die niet gauw vervelen. Als ze gemaakt zijn voor mijn Schat. Voor haar geen strakke stramienen. Wel de routines die door de herkenning de kenning be-vestigen. De routines die de Liefde aantrekken, maar enkel dan, wanneer iedere routine als nieuw (actueel) ingevuld en uitgevoerd wordt.
  Kennend waar ik met jou aan toe ben, herken ik dat jij mij verrast (altijd aangenaam verrast); altijd verrassend binnen helemaal jij, is wat ik al zei. Eén van de verrassingen is hoe de routine expressie krijgt en in welk moment; iedere keer vers, waardoor ons onzer wordt. Dit is genieten, dit is geluk. Dit is intiem, dit is intens. Dit is bestendigen en bewegen. Dit is buitenaards en binnenaards. Dit is jij en ik.

Wat wij doen is wie wij zijn. Ja ik heb het over mijn Schat en mij. Mijn Schat die mijn Allerverrukkelijkste is. Dat hier geen mis-verstanden over ontstaan. Deze nachten mag het licht in de laden blijven branden. Bekoorlijk de schaduwen van de stilte. Wij, mijn Allerverrukkelijkste en ik dus, rilden van ontzetting. Hier doen we het voor, zo zijn wij.

Wij zijn thuis Schat. Hmm. Lekker warm, lekkere pathouli, lekkere muziek. Even zwijmelen. Dat kunnen wij goed. Wel zwijmelen, niet slijmen; dit is mijn Schat. Wel het sentiment, niet de bombast; dit is mijn Schat. O haar genot is mijn genot en omdat zij helder is in haar genot, is ons genot meer dan dubbel genot. Ja Schat, dubbel dubbelgenot. Zoals het was zo is het, nog steeds, en zo zal het, zonder twijfel, zijn.

Ja dit is wat wij doen, dit is wie wij zijn, hier is waar wij wonen. Traag en saai. Precies zoals het ons bevalt. Wij, dat zijn mijn Schat en ik. Mijn Schat die mijn Allerverrukkelijkste is. Dat hier geen misverstanden over ontstaan. Deze dagen is ons plezier simpel; een lach met open mond, een woord op het enige moment op de enige toon (idem voor een gebaar) en een traan met open mond. Hè Schat. Zoals het was zo is het, nog steeds, en zo zal het, zonder twijfel, zijn. Voor mij geen afleiding, waarin ik mij kan vinden. Wat voor mij betekenis heeft vind ik, nog steeds, enkel met behulp van jou en zal ik, zonder twijfel, enkel met behulp van jou vinden. En zonder jou, ach, kan ik helemaal niet komen bij wat er toe doet! Want als mijn dialoog met jou stilvalt Schat dan ben ik, nog steeds, niets anders dan de onbenul die ik was en dan zal ik, zonder twijfel niets anders zijn dan de onbenul die ik was.

Jij kunt geven Schat, jij kunt ontvangen. Grote innerlijke en uiterlijke adeldom. Een edelvrouw van de nobelste zuiverheid. Jij bent mijn goed, mag ik jouw haven zijn? De blik in jouw ogen zegt mij genoeg. Dank je Allerallerliefste, dank je.

Cara Colette. Al meer dan 5000 dagen bij mij. Cara Colette. Al meer dan 5000 nachten bij mij.

Ik weet Allermijste, dat alles klaar is met jou. Maar wij zijn nog lang niet klaar met elkaar.

112350 dagen is zij dood
Dit is wat wij doen, dit is wie wij zijn, dit is (de meeste tijd) onze taal: Schitterende Stilte. Schitterende Stilte met een knipoog. Schitterende Stilte met een lach. En soms (ja ook) Schitterende Stilte met een zucht. Grote Grote Grote Liefde. Cara Colette.

Jij gidst mij Schat, jij gidst mij. Zodat ik voortdurend mijn buitenzaken en mijn binnen-zaken op orde heb. Nooit zal ik in mijn eentje jouw concentratievermogen evenaren. De verbanden, waar jij continu in bestaat, liggen buiten mijn directe bevattingsvermogen Schat. Zo was het en zo is het en ja zo zal het zijn.

Ja de band tussen haar en mij is een band tussen liefde en liefde. En nog steeds heeft mijn Allerallerliefste niets, maar dan ook helemaal niets, van haar lieftallige aantrekkingskracht verloren.


122550 dagen is zij dood
Buiten of binnen, wat moet ik zonder jou beginnen. Ja jij, Allerliefste, die nog steeds de exclusieve kracht hebt een lach op mijn gezicht te toveren. Een lach die nooit iemand anders te zien krijgt.
  Eeuwig Allerliefste. Eeuwig beweegt de bladeren te bewegen.

Jij was de basis (en bent en zult). De binnenbasis en de buitenbasis. De basis waar vanuit het begon (en begint en zal beginnen). De binnenzinnen en de buitenzinnen. Oog in oog, hand in hand. De regen geeft ons haar zegen, de wind baart ons kind. Jij zorgt voor de balans. De balans tussen binnen en binnen. De balans tussen buiten en buiten. De balans tussen binnen en buiten. De balans tussen jou en mij. De balans tussen jou en jou. De balans tussen mij en mij.
  Eeuwig Allerliefste. Eeuwig beweegt de oceanen te bewegen.

Helemaal hou ik van jou, die helemaal jij bent. Intens hou ik van jou, die intens jij bent. Intiem hou ik van jou, die intiem jij bent en intiem mij kent. Buiten of binnen, zonder jou valt er voor mij niets te beginnen. Dat jij (kwam en) komt, (deed en) doet mij de ene stap na de andere zetten. Nadat ik 's ochtends mijn ogen open. Totdat ik ze 's nachts weer sluit.
  Eeuwig Allerliefste. Eeuwig beweegt jou te bewegen.

Nooit meer ongebonden eenzaamheid Allerliefste. Ongebonden eenzaamheid is het koude vacuüm dat mijn normale staat was. Voor ik jou kende. En jij mij. Nu is gebonden eenzaamheid de staat waarin ik besta. Warme geborgenheid. Aan-geraakt. En tot leven gebracht. Door te kennen. En gekend te zijn. Alle pijnen zijn verdwenen. Maar niet vergeten. Iedere dag sinds ik jou ken voel ik de niet-pijn. En o wat is dat fijn. En zal dat fijn zijn, voor de jaren die mij resten.
  Eeuwig Allerliefste. Eeuwig beweegt mij te bewegen.

Het is voor mij de ultieme verworvenheid dat ik ieder moment zowel kan zijn in een conditie waarin tijd en ruimte scherpe begrenzingen heb-ben als in een conditie waarin tijd en ruimte geen begrenzingen hebben. Of is het een kado? Het is een kado! Ik kreeg het via jou. Een groeikado. Ik kreeg de prille vorm. En ik heb deze goed verzorgd. Nu genieten wij het resul-taat. Want voor jou geldt hetzelfde; dat je ieder moment zowel kunt zijn in een conditie waarin tijd en ruimte scherpe begrenzingen heb-ben als in een conditie waarin tijd en ruimte geen begrenzingen hebben. Hè Schat? Jazeker, zo is dat! Ik met jouw grote beste hulp. Jij met mijn kleine beste hulp.
  Eeuwig Allerliefste. Eeuwig beweegt mij te ervaren die jou ervaart.

Vast aan jou ben ik vrij. Verbonden met jou ben ik verbonden met het grote verbond met het gro-te geheel. Verbonden met jou ben ik verbonden met het grote verbond met het kleine geheel. Vluchten met jou brengt mij thuis.
  Eeuwig Allerliefste. Eeuwig beweegt jou te ervaren die mij ervaart.

En nu maar even dat kommetje vers water halen, want dat is er vandaag nog niet van gekomen. Voor jou hè Schat. En natuurlijk ook voor jouw gasten.

13
Ben mijn gids Schat, ben mijn gids. Zoals het was, zo is het. Zoals het is, zo zal het zijn. Fijner fijner fijner dan fijn. De adem traag, diep en laag. De spieren gerekt en gestrekt en gerust. Stiller stiller stiller dan stil.
  Ben mijn gids Schat, ben mijn gids. Wij houden van het groen van Federico. Treden in de voetsporen van de azuren meisjes van Odysséas. Luisteren naar hoe de viool en de accordeon walsen; van het verleden naar de toekomst en terug, van het centrum naar de marge en terug, van het einde tot over de rand en terug.
  Ben mijn gids Schat, ben mijn gids. Over de pieken, langs de ravijnen. Wilde bloemen in ochtendbloei tot voorbij de laatste heuvel. Hier werd er nooit een vertrapt door een mensenvoet. Ook wij blijven op het pad. Treden in de hoefsporen van de goudversierde pak-dieren. Nergens een bordje met verboden toegang. Waarom ook, als overtreding en straf in deze werkelijkheid nooit iets anders dan loze kreten waren.
  Ben mijn gids Schat, ben mijn gids. Over de oceanen, langs de vulkanen. Wij hebben het pad verlaten. Wieken in de vleugelsporen van de robijnogige haviken. Water golft over het vuur. De aarde huilt en lacht (zoals alles wat leeft).
  Jij bent mijn gids Schat, jij bent mijn gids. Jij bent het azuren meisje. Jij bent het goudgesierde pakdier. Jij bent de robijnogige havik. Lekkerder dan lekker. Ruik jij. Als jij de litanie van de Liefde reciteert.
  Ben mijn gids Schat, ben mijn gids. Zonder jou kom ik nergens. Het nergens dat steriel is en versuft. Iedere dag een Schattebad. Puur genot. Niet te kort, want dan desintegreert mijn buiten. Niet te lang, want dan des-integreert mijn binnen.
  Ben mijn gids Schat, ben mijn gids. Met jou kom ik ergens. Het ergens dat bruist en vitaliserend is. Iedere dag een Schattebad. Pure vreugde. Niet te kort, want dan word ik niet schoon van het gedoe. Niet te lang, want dan los ik op in het geluk dat jij bent.
  Jij bent mijn gids Schat, jij bent mijn gids. Las jij een pauze in, dan leg ik mij neer. Vertraag om sneller te gaan. Verdiep om aan de oppervlakte te blijven. Verlaag om hoger te gaan. Breder breder breder dan breed. Jij, Magische Mooiste, doet wat jij doet. En het werkt. Ik golf met het golvende water. Het vuur nu boven ons, de lucht nu onder ons. Voor-waarts, achterwaarts, zijwaarts gaan we. Neer gaan we, en op op op. Terwijl het zoemt en krioelt en fladdert om ons heen.
  Jij gidst mij Schat, jij gidst mij. Magische Mooiste, jij gidst mij. Laat mij, die niet zo aardt in het aardse bestaan, toch nog af en toe een liedje zingen en een dansje doen.
  Gids mij Schat, gids mij. Dat ik samen blijf vallen met mijn route. Dat ik samen blijf val-len met mijn ritme. Dat ik samen blijf vallen met mijn rust. Wat een ruimtelijke volumes Schat, kun jij mij laten ervaren. Ruimtelijke volumes waarin iedere kleur en ieder geluidje tot zijn recht komt.
  Gids mij Schat, gids mij. Dat de stappen die ik neem in en van mijn maat zijn. Dat de gewichten die ik draag mijn spieren en mijn gewrichten versterken en niet verstijven. Wat een ruimtelijke volumes Schat, kun jij mij laten ervaren. Ruimtelijke volumes die door geen techniek te reproduceren zijn.
  Ben mijn gids Schat, ben mijn gids. Blijf mij toefluisteren wat je leest in het wetboek dat mijn leven bepaalt. Enkel jij bent thuis in de geheimtaal waarin dit boek geschreven staat. Bent zo wijs dat je er wijs uit kunt. Kunt het zo vertalen dat het voor mij verstaanbaar wordt.
  Jij gidst mij Schat, jij gidst mij. Magische Mooiste, jij gidst mij. Wensdienaren vergaderen in het gouden prieel. Jij overlegt met mij. Ik overleg met jou. Altijd alles in overleg. Zo is hoe wij het doen, zo is hoe wij zijn, zo vinden wij het verrukkelijk. Hmmm Schattevrouw, wat is het goed overleggen met jou.


143093 dagen is zij dood
Wanneer het kanaal tussen jouw aardse conditie en de conditie van de Liefde een doorstromend kanaal is geworden, dan is het aardse bestaan nooit meer zo koud dat je er geen verweer tegen hebt. Dan is er geen weltschmerz, blues, duende, toska meer zo taai dat je deze na een paar keer kauwen niet hebt weggeslikt.

Een voortdurende vitaliteit voor de Schat die mij gidst. Jij kraakt mij, jij verrukkelijk Krakelingetje. Zodat ik steeds weer opnieuw gezet word (het stof van de wereld wissel). Jij smaakt mij, jij verrukkelijk Smakelingetje. Zodat ik (het stof van de wereld wissel) steeds weer schoon en fris word.
  Dank je, dank je, dank je Schat.

De behoefte aan even weg van het wereldse, hè Schat, dat blijft de constante. Op de wereld weg van het wereldse; ik even bij jou. Iedere dag hè Schat. Dat is mijn traject. Daar voel ik mij goed bij.

Wij (mijn Schat en ik) bestaan tegenwoordig met elkaar in de conditie waar, wel een stem is maar geen geluid, wel contour maar geen beeld, wel tranen maar geen verdriet.

Hoe wij in die maand mei bij het licht van de maan door de boterbloemenwei renden. Waar wij elkaar beloofden dat het sprookje van de gouden traan verder en verder en steeds verder zou gaan. Het is geen loze belofte gebleken.
  Ook is geen loze belofte gebleken, mijn leven zo in te richten dat ik geen enkel bericht van jou zou missen. Mijn Himalaya Baby, mijn Tibetaanse Roos, voor jou brand ik mijn boterlamp.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten