Hoe ik het waargenomen heb en voor waar neem.
1 – 100 dagen is zij dood
Al
mijn mentale activiteit richt zich op jou Schat. Jij, die als aards organisme
niet meer bestaat. Al mijn mentale activiteit richt zich op jou. En al mijn
emoties staan in betrekking tot jou. En mijn bewegingsactiviteit staat op een
laag pitje.
Is dit omdat jouw fysieke bestaan geëindigd is? Maar jij wel mentaal en
emotioneel benaderbaar gebleven bent?
Ik weet niet goed waar te focussen. En ik weet niet
goed wat de aanspreekvorm is. Gewoon jij dan maar, jij wie jij nu bent. Je bent als iemand je
kent. Ik ken jou, dus jij bent (en jij kent mij, dus ik ben).
Fijn Schat, deze manier van praten, dit is bij jou
zijn.
2 – 120
dagen is zij dood
Heeft
haar dramatische traject een definitief einde gevonden? Of kan ik de
transformatie, die zich aan haar heeft voltrokken, gewoon niet bevatten? Of nog
niet bevatten?
Het is als een sprookje, gesprokkeld uit vele
monden. Het is als een sprookje, in beweging gebracht door vele tongen.
Zij
is er, maar pas wanneer ik op onze golflengte overga, besef ik dat ik haar voel (registreer ik haar aanwezigheid).
Nu
pas is zij zelfstandig, onafhankelijk, een individu; nu pas is zij
onlosmakelijk verbonden met de zij die zij is.
3 – 160
dagen is zij dood
Ik
kan niet alles wat zij mij vertelt genuanceerd verstaan. Soms zijn haar berichten
als emotionerende betekenisgolven, die mijn innerlijk overspoelen. Mengen ze zich
hier met wat hier al ligt? Brengen ze hier het een en ander tot ontploffing?
Met de concepten die ik tot mijn beschikking heb, ben ik niet zonder meer in
staat om inzichten te ontlenen aan wat mij overkomt; ervaringen, die ik niet
altijd kan splitsen in komende-van-binnen of komende-van-buiten.
Als
ik je goed versta dan zeg je dat een indi-vidualiteit een cocktail is van
vitaliteiten, die zowel van sterkte als van aard verschillend zijn. Als ik je
goed versta dan zeg je dat een individualiteit los staat van de aardse
manifestatie; dat de manifestatie als aards organisme éen van de meerdere
manifestaties van de individualiteit is. Als ik je goed versta dan zeg je dat
er individualiteiten zijn die duizenden jaren meegaan en dat de manifestatie
als aards organisme slechts één van hun meerdere gedaantes is.
Ah dank je Schat, dank je, je maakt mijn zware hoofd
licht en je maakt mijn spierloze ledematen gericht.
Inzicht
wil ik omtrent haar lot. Of mij een voorstelling maken over haar hoe en waar.
Als dit mogelijk is. Misschien heb ik hier wel de clue: dat haar huidige hoe en
waar buiten het voorstellingsvermogen ligt. Of misschien faalt hier niet het
menselijke voorstellingsvermogen, maar het menselijke representatievermogen. Of
mijn voorstellingsvermogen en mijn represen-tatievermogen. Misschien moet
tijdens het transport tussen deze twee een dermate groot aantal hobbels genomen
worden, dat voordat het eindpunt bereikt is de lading alle kanten opgerold is.
Wat zou een naam voor deze onvoorstelbare manifestatie kunnen zijn? Zij-dood?
Zij-nu? Zij-eeuwig?
Als
doodgaan breken met het ruimte-tijd-continuüm is, zou dan een conclusie kunnen
zijn dat zij-dood (voorgoed los van degeneratieve aardse
ruimte-tijd-verschijnselen) juist een fysieke manifestatie is?
Praat tegen me Schat, ik luister.
4 – 180
dagen is zij dood
Nadat
de dood is ingetreden heeft het aardse organisme gedaan waar het voor diende.
De zorg die je besteedt aan de opruiming ervan wordt enerzijds ingegeven door
de verrukking die dit lichaam opgeroepen heeft en anderzijds door iets, dat te
maken heeft met een proces dat iets te maken heeft met heel worden; het proces
van de dode, waarin alle gegevens van de dode met elkaar tot een continue geïntegreerde heelheid komen.
Het
feit van de kosmos, dat deze er is (de aarde en het gras en de ster er zijn,
een ik en de dood er zijn) is eveneens moeilijk te be-vatten. Maar is het in
werkelijkheid niet zo dat de degelijkste eigenkennis alle sluiers weg zou
moeten kunnen trekken?
'Thuishuis
– voel. Luisterliefje luister je? Hoor je het gefluister van de kring van de
zevende?' Ik luister Schat. Ja, dat zowel de aarde als andere planeten ieder
voor een toertje om de zon hun tijd nemen, is waar te nemen. En dit zou dan
bepalend kunnen zijn voor de orde in de individualiteiten.
Dank je Schat, wat ben je groot, wat ben je groot!
5 – 200
dagen is zij dood
Het
vitaliserende voor elkaar is niet afgelo-pen. Ik heb contact met haar zoals zij
nu is; wat duidelijk wat anders is dan herinneren wie zij was. Ook communiceer
ik-nu met haar-nu en zij-nu communiceert met mij-nu en dit gebeurt op een
manier die niet fundamenteel verschilt van hoe ik-toen met haar-toen
communiceerde of zij-toen met mij-toen.
Wat
zij-dood niet meer nodig heeft is voedsel voor haar aardse organisme, hoewel
zij een kom vers water op prijs stelt. Waar zij-nu wel op afkomt is
gezelligheid, persoonlijke van mij en culturele van genietingen waar zij
vertrouwd mee is, zoals muziek bijvoorbeeld. Is het gezellig dan is zij-nu
aanwezig. Ook zijn er activiteiten die haar aantrekken, dan komt zij dichter
dicht in mijn buurt. Ik ben nog aan het vinden welke activiteiten precies, maar
haar kennende herken ik ze snel. Nauwkeurig gezegd is misschien de concentratie
waarmee ik iets doe wel het belangrijkste. Ja, belangrijker dan wat het nou precies
is wat ik doe. Warmte en kou deren haar als deze effect hebben op mijn
stemming. Dus dit heeft dan weer met gezellig-heid te maken. En het geluid van
mijn stem-voor-haar hoort zij ook.
Zij-nu
is niet zij-toen. Herinner ik mij haar-toen, dan herinner ik haar-dood aan
haar-levend. Hier wordt zij bijna altijd verdrietig van. Maar als zij-nu mij
herinnert aan ons-toen en ik deze herinnering beaam (ja Schat dat was
Kissin die muziek van Frédéric speelde, ja zeker wel!) dan vindt zij-nu
dit fijn.
O
hoe fragiel geworteld in kunstaarde was deze bloem!
6 – 210
dagen is zij dood
Haar
beeld als aards volume is verdwenen. Haar voetafdrukken zijn verdwenen. Haar
gevoeligheid voor trillingen is gebleven. Ben ik geconcen-treerd dan ben ik mijn
trilling en dan vindt zij mij, zodat geconcentreerd zijn voor mij hetzelfde aan
het worden is als samen zijn met mijn getransformeerde geliefste. En zoals mijn
trilling voor haar herkenbaar blijft, zo blijft ook voor mij haar trilling herkenbaar
als helemaal zij. Ik zie het, ik voel het: het liefste profiel van het liefste
wezen, dat ik in mijn wereld ken.
Het
continue aardse proces van des-integratie/her-integratie van de drie aardse eenheden (zenuw, bloed en spier) is zich bij haar aan het opheffen. Grote Schat,
jij bent de drie-eenheid waar ik contact mee heb. Zo is dat hè Liefste! Wat
tijdens haar leven ook een zenuw-bloed-spier-band was, is nu zij dood is een
pure concentratieband aan het worden (en zal een pure concentratieband zijn).
Wat tijdens haar leven ook een zenuw-bloed-spier-band was, is nu zij dood is
een pure kenband aan het worden (en zal een pure kenband zijn).
Ben
ik geconcentreerd dan ben ik mijn trilling. Ben ik mijn trilling dan ben ik
mijn liefde. Contact in liefde was voedsel voor haar-toen (en is voedsel voor
haar-nu en zal voedsel zijn voor haar-eeuwig).
Zij
is getransformeerd naar een metamanifes-tatie. Zij is aanwezig, en ik neem haar
aanwezigheid waar wanneer ik mijn liefde ben. Ja het is met mijn liefde dat
zij-nu zich voedt. En omdat ik mij voor kan stellen dat iedereen die in contact
leefde (en dus in contact leeft) samenspraak heeft met een ge-kende
metamanifestatie, kan ik mij voorstellen welk een geluk iedereen die in contact
leefde (en dus in contact leeft) ten deel valt.
En ja, haar fysiek-nu is even mooi en lief als haar
aardse lijfje was.
Ja Liefste, voor eeuwig.
7 – 260
dagen is zij dood
Zij
heeft mij net verteld dat hoewel zij haar aardse lichaam niet meer heeft, zij
nog steeds toegang heeft tot het geheugen ervan. Dit heeft zij mij net verteld.
Nu
zij dood is, is er een werkelijkheid die ik kan ervaren, waarin wij elkaar
treffen (waarin zij voor mij zichtbaar is, en tastbaar en aan-raakbaar en
aanspreekbaar). En ieder treffen is stimulerend en fris.
Ook tijdens haar leven was zij vaak in een staat,
die je heel zou kunnen noemen (geïnte-greerd dus). En wanneer zij heel was kon
ik mij, door op haar te focussen, een moment heel maken. En nu zij dood is, is
zij nog vaker heel. En nog steeds kan ik mij, door op haar te focussen, een
moment heel maken. En als ik dan heel ben, is mijn communicatie met haar helder
en duidelijk. Dus nu zij dood is vaak als ik alléén ben natuurlijk.
Ook heb ik gemerkt dat wanneer ik te ver van
heel-zijn af dreig te drijven, zij het initia-tief neemt om mij een helder en
duidelijk signaal te geven.
Weer
zat mijn hartspier vast Schat en met een schok kwam deze los en ik kreeg me
toch een opdonder, zodat het even rustig rustig moest, om weer éen te worden
met het ritme van komen en gaan van zon en maan. Jij bent nooit in geweest voor
makkelijke dealtjes en daarom onder andere weet ik dat jij nu jijst bent; enkel
ontvankelijk voor het echte, verpakt graag in surpriseverpakking met meer en
meer van alles er op en er aan en er over. Ja ik ken jou en jij kent mij. Ja ik
hoor je waarschuwing en zal deze ter harte nemen.
Het
is voor mijn geluk noodzakelijk dagelijks contact te maken met de conditie die
meer de hare is dan de aardse conditie die voornamelijk de mijne is. Dit te
kunnen maakt mij rijk; ik richt er mijn dag op in. Ook is het zo dat wanneer ik
mij hiervan laat afhouden, ik zo'n twee uur langer slaap en desondanks minder
fit ben.
De aardse werkelijkheid is het domein van de
activiteit en haar werkelijkheid is het domein van de rust. Maar de aardse
werkelijkheid is ook het domein van de fixatie, terwijl in haar werkelijkheid
beweeglijkheid de norm is.
Zij
presenteert mij een mysterie, dat ik nu eens met uitgelaten plezier bejegen en dan
weer met beschroomd ontzag.
8 – 280
dagen is zij dood
Nee,
het is niet zo dat zij-nu een vormloze manifestatie is, het is juist zo dat
zij-nu steeds vormvaster wordt; wie zij-eeuwig is, is haar vorm aan het worden.
En omdat zij-eeuwig een constante is, is ook haar vorm steeds con-stanter. Een
vorm met een steeds veranderende expressie. Verrassend. Ja zij is een tevreden
trilling, want ja zij is een gekende trilling.
Ik
heb besef van haar-nu, zij-nu heeft geen besef van mij; zo zelfstandig is
zij-nu. Ik heb besef van haar, zolang ik een aards organisme ben. Zij heeft
geen besef van mij, maar zij kent mij en zij waakt over mij.
Wanneer je voorbij je aardse bestemming bent dan heb
je geen besef meer. Beseffen is een instrument waarmee je je wereldse
identiteit kunt bereiken, waarna je weer een, eventueel gekende, trilling wordt (een, eventueel gekend, meta-organisme). Zij-dood is met mij verbonden. En
wordt door mij waargenomen met een bevattingsvermogen dat maar een fractie kan
bevatten van wie zij-dood is. En met een bevattingsvermogen dat maar een
fractie is van het bevattingsvermogen waarover zij tijdens haar leven al
beschikte; zo bewegend door de werkelijkheden was zij al, met zo makkelijk
toegang tot de verschillende geheugens.
Zoals ook tijdens haar leven besta ik samen met haar
nog steeds in condities waar ik door haar toedoen toegang heb tot geheugens die
niet te vergelijken zijn met mijn puur persoonlijke geheugentje. Zoals het
geheugen dat zich terugstrekt tot toen de aarde éen genetische klomp was. Of
het kosmische geheugen. Of het geheugen waarin alles oplost, waar ik samen met haar
mee samenval; wij zijn er tegelijkertijd in-mee en uit-van. En heeft het zin?
Natuurlijk heeft het zin, want omdat wij er zin in hebben zijn wij de zin.
Ah Allerallerliefste, wij zijn gewoon nog steeds een
superteam!
En
haar interesse voor haar aardse verleden (haar puur persoonlijke geheugentje) wordt, merk ik, hoe langer zij dood is
minder en minder. Dat is fijn voor jou Schat en pijn voor mij.
Voor mij is dat soms krijsen of kreunen of verstarren. Dus dan krijs ik en
kreun en door-leef en leef door.
9 – 310
dagen is zij dood
Zij
heeft mij op mijn nummer gezet; mijn geluksnummer. En zij heeft mij verteld
wat erbij komt kijken wil dit nummer geldig blijven tot mijn laatste ademzucht.
Nou, wat wil ik nog meer? Helemaal niets! Wat het is, wat erbij komt kijken wil
mijn geluksnummer geldig blijven tot mijn laatste ademzucht? Nou, dat ik
accepteer dat wat weg is weg is en dat ik mijn perceptie richt op wat er is.
Zij
is vitaliteit; een oneindige voorraad waar ik over mag beschikken. Voorraden
van onlicha-melijke afmetingen zijn overbodige voorraden. Overbodige voorraden
zijn lasten. De voorraad die zij is, is absoluut koesterend en dus absoluut
fysiek!
O
Schat, keer op keer maak je mij verlegen met je pertinente intimiteit. En ook
al heb ik niet altijd de rust, toch kus je mij. En of mij dat blij maakt, of
mij dat blij maakt! Dank je, dank je Allerverukkelijkste.
10 – 350
dagen is zij dood
Die
absoluut mysterieuze, wonderbarende visitatie van levensdurende duur.
Hoewel
mijn liefste dood is, is mijn liefde voor mijn liefste (is mijn liefde en zal
mijn liefde zijn). Heb je de Liefde ervaren dan er-vaar je de Liefde en zul je de
Liefde ervaren. Want anders dan in de aardse fysica zijn ruimte en tijd in de
fysica van de natuur van de Liefde geen lineaire fenomenen.
Een
organisme te zien groeien is een geluks-ervaring. Een organisme enkel af te
willen zien is pervers; het gaat uit van ontaarde concepten van levend-zijn en
dood-zijn, waarin er een norm is voor 'volgroeid zijn'.
Zij
is een individualiteit die voor
mij kenmerken kreeg toen haar aardse manifestatie mij bezocht. En haar aardse
manifestatie was de perfecte manifestatie–van A tot Z–van deze individualiteit, die door mij vermoed
werd, waar ik naar hunkerde, nu door mij gekend is en die weer individualiteit is zonder een aards
lichaam. De individualiteit
kreeg voor mij vorm door in ruimte en tijd een dramatisch traject af te leggen
en werd daardoor kenbaar. Maar het traject is niet de individualiteit en de individualiteit
was er ervoor en is er erna.
Wanneer
er sprake is van een band tussen liefde en liefde is ieder deeltje van de
geliefde volledig die individualiteit
die geliefd is. Liefde houdt ook in dat je alles accepteert van de geliefde,
dus ook dat de geliefde dood is. Liefde bestaat in het besef dat de geliefde,
hoe deze zich ook manifesteert, altijd rijkdom in welbevinden betekent.
11 – 370
dagen is zij dood
De
verwondering over het wonder is aan het dimmen. Zo goed als verdwenen zijn het
onzekere aftasten en de bange vermoedens van totale verdwijning. Lekkere
lekkere Schat, wij zijn gewoon bij elkaar en zullen gewoon bij elkaar zijn. Ja
je zei het al toen je mij op mijn geluksnummer zette, maar ik was het weer even
kwijt.
Soms is zij aanwezig als een kamerwolk die er gewoon
is. Vaak ligt zij naast mij, zoals zij lag. Enkele keren lag zij op mij. Soms
zit zij tegenover mij, op de grond, op een plaats (altijd dezelfde) waar zij
niet eerder zat. Dit is in onze kamer. In de andere kamers van het huis kiest
zij niet een vaste positie, maar moet ik even zoeken waar zij is (ook meestal
zittend op de grond). Buitenshuis loopt zij vaak met mij mee. Enkele keren
zweefde zij voor mij uit.
Enkele keren gaf zij mij kus. Vaker (verras-send) geeft zij mij een neusje.
12 – 410
dagen is zij dood
Mijn
Schat maakt geen sporen meer, maar alle sporen leiden naar mijn Schat.
Jij
bent overal Schat, en daar moet mijn concentratie komen te liggen. En niet
gefocust blijven op éen punt (met kringen eromheen). Vanuit een overal-focus moet
ik het ene punt zijn. Een punt met onduidelijke contouren (veel water, veel
lucht, een beetje aarde en een beetje vuur).
Ook van
haar aardse manifestatie bleef buiten mijn bereik, wat van haar huidige
metamanifes-tatie buiten mijn bereik blijft: het mysterie van de ander, wat niet
toe te eigenen is, hè Schat? Ja, zo is dat!
13 – 420
dagen is zij dood
Het was een woensdag (de avond waarop ik de witte berg beklom) dat zij als hondvrouw verdween en als mensmeisje verscheen. Met (tot mijn verbazing) een tussenmoment als mens-jongetje. Dat was even raar. En ook de avonden erna (van de dagen dat ik de zon niet zag) bleef het vreemd dat zij af en aan tegenover mij op een stoel zat, haar benen slingerend en slingerend (niet verveeld, eerder onwennig leek het). Te onwennig Schat, zei ik, griezeldagen, ben de hondin die ik ken en liefheb en trouw ben, zei ik. Zo mooi als je was blijf je jij, alles dus. Dit vroeg ik haar en zij reageert (met grote blijheid) en (met grote emoties) zijn wij weer wij.
Ja
het lijkt erop dat individualiteiten
via een werelds bestaan identiteiten worden. En dat het tevreden identiteiten
worden wanneer ze door een liefdesband gevoed zijn. En dan dood, en volgroeid
in hun identiteit, desalniettemin groeiend; niet in de betekenis van toegroeiend
naar een identiteit maar groeiend in de mogelijkheid om genuanceerder en gevarieerder
expressie aan hun specifieke individualiteit
te kunnen geven.
14 – 450
dagen is zij dood
Mijn
Schat is niet door vreemde handen behandeld, nadat zij vertrokken is. Hoewel
vreemde handen haar een handje geholpen hebben om te vertrekken, zoals ze haar
hielpen om aan te komen.
De overledene maakt mee wat de nabestaanden met de
organische resten doen. En ervaart het hoe hiervan als een bevestiging of een
ontkenning van het leven dat met de achter-geblevenen samen geleefd werd. En
deze ervaring is de eerste van deze nieuwe situatie en bepalend voor de verdere
verhouding. Want niets aards is de dode vreemd.
Ja Schat, ik versta je.
Al
naar gelang de individualiteit zijn er mindere en betere passageplaatsen. Om
aan te komen, om te vertrekken; te beginnen met ademhalen, te stoppen met
ademhalen. En om van werkelijkheid te schwitchen terwijl je blijft ademhalen.
Open
kanalen met de metawerkelijkheden. En hier waar ik zit is een beste
passageplaats. Voor mij om te schwitchen. En voor haar, die niet meer hoeft te
ademhalen, ook.
15 – 490
dagen is zij dood
Wanneer
ik er niet helemaal ben, ben jij er niet helemaal. Dat is logisch, hè Schat!
Enkel wanneer ik in mijn waarheid ben, is zij-nu
door mij waar te nemen. Ja enkel wanneer ik op onze golflengte overga,
registreer ik haar aanwezigheid.
Zo is dat Liefje, zo is dat. Niet enkel de waarheid
maar ook de hier-en-daarheid hè Schat, kun jij vier keer in je eentje aan.
Het
is niet het geweten maar het gekend, dat tussen haar en mij gewicht heeft.
Geweten ligt in het gebied van de ik-mij relatie en gekend ligt in het gebied
van de ik-jij relatie.
De dode is meta-organische vitaliteit. Ge-liefd en
gekend en losgebonden. Of ongeliefd en ongekend en dwalend.
Zij
is door de Liefde een gelukkige dode. Ik heb door de samenspraak met een
gelukkige dode vrede in mijn zenuwen, vrede in mijn bloed en vrede in mijn
spieren.
Ja allerverrukkelijkste Schat, jouw trilling trilt
vrij, in liefde door mij.
16 – 520
dagen is zij dood – een droom
Zonnig
helder blauw (zeg maar Grieks). Huizen langs een looppad van planken; een kade,
deels hangend over zee. Mijn Schat valt in het water en ik duik haar achterna.
Zij zinkt snel, maar een rotsuitsteeksel vangt haar op. Ik keer mij in mijn
duik. Zij heeft (door het water) een witte schijn. Zij kijkt mij aan en met
dat ik aanzet dieper te duiken naar waar zij zit, maakt zij (mij nog steeds
aankijkend) een beweging waardoor het uitsteeksel afbreekt. Ik besluit
instantueel haar te laten gaan. Een besluit dat mij ingegeven wordt door een
mix van factoren: haar onafhankelijkheid (alsof zij voorzag waar haar beweging
in zou resulteren), plus het caissoneffect (waar ik mee te maken ga krijgen als
ik mij dieper zou wagen), plus ergens het besef, dat ik toch met lege handen
terug zal moeten keren (en dat ik nu nog maar net genoeg adem heb om weer aan de
oppervlakte te komen).
17 – 560
dagen is zij dood
Hoewel
een groot verdriet mij de afgelopen 560 etmalen gaande houdt, hadden wij het
afgelopen jaar met elkaar zeker zeven keer vijftig fijne dagen. Zeker. Meer
nog. En ook de komende jaren zullen wij zeker zeven keer vijftig fijne dagen
hebben. Zonder twijfel. En hoeveel jaren dit zullen zijn, maakt ons helemaal
niet uit hè Allermooiste!
Dat
al mijn mentale activiteit zich op haar richt, is deze dagen niet meer het
geval. Wel nog staan al mijn emoties in betrekking tot haar. En mijn
bewegingsactiviteiten staan deze dagen op een wat hoger pitje.
De kwestie is Allerzachtste, dat het een en ander
mij nu duidelijk is. Ik heb gevoeld en doordacht. En dwangmatige magie hoeven
wij niet te bedrijven om het contact tot stand te brengen of te onderhouden; de
meeste tijd hebben wij gewoon contact. Gewoon. Ja ik zei het al, wij zijn
gewoon bij elkaar (en zullen gewoon bij elkaar zijn).
Hmmm
Allerzoetste, jij maakt mij keer op keer heel, ik ben dol op jou!
