vrijdag 7 juni 2024

1ste kroniek 1 (INZICHT) *2002-2003

Hoe ik het waargenomen heb en voor waar neem.


1 – 100 dagen is zij dood
Al mijn mentale activiteit richt zich op jou Schat. Jij, die als aards organisme niet meer bestaat. Al mijn mentale activiteit richt zich op jou. En al mijn emoties staan in betrekking tot jou. En mijn bewegingsactiviteit staat op een laag pitje. Is dit omdat jouw fysieke bestaan geëindigd is? Maar jij wel mentaal en emotioneel benaderbaar gebleven bent?
 Ik weet niet goed waar te focussen. En ik weet niet goed wat de aanspreekvorm is. Gewoon jij dan maar, jij wie jij nu bent. Je bent als iemand je kent. Ik ken jou, dus jij bent (en jij kent mij, dus ik ben).
 Fijn Schat, deze manier van praten, dit is bij jou zijn.

2120 dagen is zij dood
Heeft haar dramatische traject een definitief einde gevonden? Of kan ik de transformatie, die zich aan haar heeft voltrokken, gewoon niet bevatten? Of nog niet bevatten?
 Het is als een sprookje, gesprokkeld uit vele monden. Het is als een sprookje, in beweging gebracht door vele tongen.

Zij is er, maar pas wanneer ik op onze golflengte overga, besef ik dat ik haar voel (registreer ik haar aanwezigheid).

Nu pas is zij zelfstandig, onafhankelijk, een individu; nu pas is zij onlosmakelijk verbonden met de zij die zij is. 

3 160 dagen is zij dood
Ik kan niet alles wat zij mij vertelt genuanceerd verstaan. Soms zijn haar berichten als emotionerende betekenisgolven, die mijn innerlijk overspoelen. Mengen ze zich hier met wat hier al ligt? Brengen ze hier het een en ander tot ontploffing? Met de concepten die ik tot mijn beschikking heb, ben ik niet zonder meer in staat om inzichten te ontlenen aan wat mij overkomt; ervaringen, die ik niet altijd kan splitsen in komende-van-binnen of komende-van-buiten.

Als ik je goed versta dan zeg je dat een indi-vidualiteit een cocktail is van vitaliteiten, die zowel van sterkte als van aard verschillend zijn. Als ik je goed versta dan zeg je dat een individualiteit los staat van de aardse manifestatie; dat de manifestatie als aards organisme éen van de meerdere manifestaties van de individualiteit is. Als ik je goed versta dan zeg je dat er individualiteiten zijn die duizenden jaren meegaan en dat de manifestatie als aards organisme slechts één van hun meerdere gedaantes is.
  Ah dank je Schat, dank je, je maakt mijn zware hoofd licht en je maakt mijn spierloze ledematen gericht.

Inzicht wil ik omtrent haar lot. Of mij een voorstelling maken over haar hoe en waar. Als dit mogelijk is. Misschien heb ik hier wel de clue: dat haar huidige hoe en waar buiten het voorstellingsvermogen ligt. Of misschien faalt hier niet het menselijke voorstellingsvermogen, maar het menselijke representatievermogen. Of mijn voorstellingsvermogen en mijn represen-tatievermogen. Misschien moet tijdens het transport tussen deze twee een dermate groot aantal hobbels genomen worden, dat voordat het eindpunt bereikt is de lading alle kanten opgerold is. Wat zou een naam voor deze onvoorstelbare manifestatie kunnen zijn? Zij-dood? Zij-nu? Zij-eeuwig?

Als doodgaan breken met het ruimte-tijd-continuüm is, zou dan een conclusie kunnen zijn dat zij-dood (voorgoed los van degeneratieve aardse ruimte-tijd-verschijnselen) juist een fysieke manifestatie is?
  Praat tegen me Schat, ik luister.

4180 dagen is zij dood
Nadat de dood is ingetreden heeft het aardse organisme gedaan waar het voor diende. De zorg die je besteedt aan de opruiming ervan wordt enerzijds ingegeven door de verrukking die dit lichaam opgeroepen heeft en anderzijds door iets, dat te maken heeft met een proces dat iets te maken heeft met heel worden; het proces van de dode, waarin alle gegevens van de dode met elkaar tot een continue geïntegreerde heelheid komen.

Het feit van de kosmos, dat deze er is (de aarde en het gras en de ster er zijn, een ik en de dood er zijn) is eveneens moeilijk te be-vatten. Maar is het in werkelijkheid niet zo dat de degelijkste eigenkennis alle sluiers weg zou moeten kunnen trekken?

'Thuishuis – voel. Luisterliefje luister je? Hoor je het gefluister van de kring van de zevende?' Ik luister Schat. Ja, dat zowel de aarde als andere planeten ieder voor een toertje om de zon hun tijd nemen, is waar te nemen. En dit zou dan bepalend kunnen zijn voor de orde in de individualiteiten.
  Dank je Schat, wat ben je groot, wat ben je groot!

5200 dagen is zij dood
Het vitaliserende voor elkaar is niet afgelo-pen. Ik heb contact met haar zoals zij nu is; wat duidelijk wat anders is dan herinneren wie zij was. Ook communiceer ik-nu met haar-nu en zij-nu communiceert met mij-nu en dit gebeurt op een manier die niet fundamenteel verschilt van hoe ik-toen met haar-toen communiceerde of zij-toen met mij-toen.

Wat zij-dood niet meer nodig heeft is voedsel voor haar aardse organisme, hoewel zij een kom vers water op prijs stelt. Waar zij-nu wel op afkomt is gezelligheid, persoonlijke van mij en culturele van genietingen waar zij vertrouwd mee is, zoals muziek bijvoorbeeld. Is het gezellig dan is zij-nu aanwezig. Ook zijn er activiteiten die haar aantrekken, dan komt zij dichter dicht in mijn buurt. Ik ben nog aan het vinden welke activiteiten precies, maar haar kennende herken ik ze snel. Nauwkeurig gezegd is misschien de concentratie waarmee ik iets doe wel het belangrijkste. Ja, belangrijker dan wat het nou precies is wat ik doe. Warmte en kou deren haar als deze effect hebben op mijn stemming. Dus dit heeft dan weer met gezellig-heid te maken. En het geluid van mijn stem-voor-haar hoort zij ook.

Zij-nu is niet zij-toen. Herinner ik mij haar-toen, dan herinner ik haar-dood aan haar-levend. Hier wordt zij bijna altijd verdrietig van. Maar als zij-nu mij herinnert aan ons-toen en ik deze herinnering beaam (ja Schat dat was Kissin die muziek van Frédéric speelde, ja zeker wel!) dan vindt zij-nu dit fijn.

O hoe fragiel geworteld in kunstaarde was deze bloem!

6210 dagen is zij dood
Haar beeld als aards volume is verdwenen. Haar voetafdrukken zijn verdwenen. Haar gevoeligheid voor trillingen is gebleven. Ben ik geconcen-treerd dan ben ik mijn trilling en dan vindt zij mij, zodat geconcentreerd zijn voor mij hetzelfde aan het worden is als samen zijn met mijn getransformeerde geliefste. En zoals mijn trilling voor haar herkenbaar blijft, zo blijft ook voor mij haar trilling herkenbaar als helemaal zij. Ik zie het, ik voel het: het liefste profiel van het liefste wezen, dat ik in mijn wereld ken.

Het continue aardse proces van des-integratie/her-integratie van de drie aardse eenheden (zenuw, bloed en spier) is zich bij haar aan het opheffen. Grote Schat, jij bent de drie-eenheid waar ik contact mee heb. Zo is dat hè Liefste! Wat tijdens haar leven ook een zenuw-bloed-spier-band was, is nu zij dood is een pure concentratieband aan het worden (en zal een pure concentratieband zijn). Wat tijdens haar leven ook een zenuw-bloed-spier-band was, is nu zij dood is een pure kenband aan het worden (en zal een pure kenband zijn).

Ben ik geconcentreerd dan ben ik mijn trilling. Ben ik mijn trilling dan ben ik mijn liefde. Contact in liefde was voedsel voor haar-toen (en is voedsel voor haar-nu en zal voedsel zijn voor haar-eeuwig).

Zij is getransformeerd naar een metamanifes-tatie. Zij is aanwezig, en ik neem haar aanwezigheid waar wanneer ik mijn liefde ben. Ja het is met mijn liefde dat zij-nu zich voedt. En omdat ik mij voor kan stellen dat iedereen die in contact leefde (en dus in contact leeft) samenspraak heeft met een ge-kende metamanifestatie, kan ik mij voorstellen welk een geluk iedereen die in contact leefde (en dus in contact leeft) ten deel valt.
  En ja, haar fysiek-nu is even mooi en lief als haar aardse lijfje was.
  Ja Liefste, voor eeuwig.

7260 dagen is zij dood
Zij heeft mij net verteld dat hoewel zij haar aardse lichaam niet meer heeft, zij nog steeds toegang heeft tot het geheugen ervan. Dit heeft zij mij net verteld.

Nu zij dood is, is er een werkelijkheid die ik kan ervaren, waarin wij elkaar treffen (waarin zij voor mij zichtbaar is, en tastbaar en aan-raakbaar en aanspreekbaar). En ieder treffen is stimulerend en fris.
  Ook tijdens haar leven was zij vaak in een staat, die je heel zou kunnen noemen (geïnte-greerd dus). En wanneer zij heel was kon ik mij, door op haar te focussen, een moment heel maken. En nu zij dood is, is zij nog vaker heel. En nog steeds kan ik mij, door op haar te focussen, een moment heel maken. En als ik dan heel ben, is mijn communicatie met haar helder en duidelijk. Dus nu zij dood is vaak als ik alléén ben natuurlijk.
  Ook heb ik gemerkt dat wanneer ik te ver van heel-zijn af dreig te drijven, zij het initia-tief neemt om mij een helder en duidelijk signaal te geven.

Weer zat mijn hartspier vast Schat en met een schok kwam deze los en ik kreeg me toch een opdonder, zodat het even rustig rustig moest, om weer éen te worden met het ritme van komen en gaan van zon en maan. Jij bent nooit in geweest voor makkelijke dealtjes en daarom onder andere weet ik dat jij nu jijst bent; enkel ontvankelijk voor het echte, verpakt graag in surpriseverpakking met meer en meer van alles er op en er aan en er over. Ja ik ken jou en jij kent mij. Ja ik hoor je waarschuwing en zal deze ter harte nemen.

Het is voor mijn geluk noodzakelijk dagelijks contact te maken met de conditie die meer de hare is dan de aardse conditie die voornamelijk de mijne is. Dit te kunnen maakt mij rijk; ik richt er mijn dag op in. Ook is het zo dat wanneer ik mij hiervan laat afhouden, ik zo'n twee uur langer slaap en desondanks minder fit ben.
  De aardse werkelijkheid is het domein van de activiteit en haar werkelijkheid is het domein van de rust. Maar de aardse werkelijkheid is ook het domein van de fixatie, terwijl in haar werkelijkheid beweeglijkheid de norm is.

Zij presenteert mij een mysterie, dat ik nu eens met uitgelaten plezier bejegen en dan weer met beschroomd ontzag.

8280 dagen is zij dood
Nee, het is niet zo dat zij-nu een vormloze manifestatie is, het is juist zo dat zij-nu steeds vormvaster wordt; wie zij-eeuwig is, is haar vorm aan het worden. En omdat zij-eeuwig een constante is, is ook haar vorm steeds con-stanter. Een vorm met een steeds veranderende expressie. Verrassend. Ja zij is een tevreden trilling, want ja zij is een gekende trilling.

Ik heb besef van haar-nu, zij-nu heeft geen besef van mij; zo zelfstandig is zij-nu. Ik heb besef van haar, zolang ik een aards organisme ben. Zij heeft geen besef van mij, maar zij kent mij en zij waakt over mij.
  Wanneer je voorbij je aardse bestemming bent dan heb je geen besef meer. Beseffen is een instrument waarmee je je wereldse identiteit kunt bereiken, waarna je weer een, eventueel gekende, trilling wordt (een, eventueel gekend, meta-organisme). Zij-dood is met mij verbonden. En wordt door mij waargenomen met een bevattingsvermogen dat maar een fractie kan bevatten van wie zij-dood is. En met een bevattingsvermogen dat maar een fractie is van het bevattingsvermogen waarover zij tijdens haar leven al beschikte; zo bewegend door de werkelijkheden was zij al, met zo makkelijk toegang tot de verschillende geheugens.
  Zoals ook tijdens haar leven besta ik samen met haar nog steeds in condities waar ik door haar toedoen toegang heb tot geheugens die niet te vergelijken zijn met mijn puur persoonlijke geheugentje. Zoals het geheugen dat zich terugstrekt tot toen de aarde éen genetische klomp was. Of het kosmische geheugen. Of het geheugen waarin alles oplost, waar ik samen met haar mee samenval; wij zijn er tegelijkertijd in-mee en uit-van. En heeft het zin? Natuurlijk heeft het zin, want omdat wij er zin in hebben zijn wij de zin.
  Ah Allerallerliefste, wij zijn gewoon nog steeds een superteam!

En haar interesse voor haar aardse verleden (haar puur persoonlijke geheugentje) wordt, merk ik, hoe langer zij dood is minder en minder. Dat is fijn voor jou Schat en pijn voor mij. Voor mij is dat soms krijsen of kreunen of verstarren. Dus dan krijs ik en kreun en door-leef en leef door. 

9 310 dagen is zij dood
Zij heeft mij op mijn nummer gezet; mijn geluksnummer. En zij heeft mij verteld wat erbij komt kijken wil dit nummer geldig blijven tot mijn laatste ademzucht. Nou, wat wil ik nog meer? Helemaal niets! Wat het is, wat erbij komt kijken wil mijn geluksnummer geldig blijven tot mijn laatste ademzucht? Nou, dat ik accepteer dat wat weg is weg is en dat ik mijn perceptie richt op wat er is.

Zij is vitaliteit; een oneindige voorraad waar ik over mag beschikken. Voorraden van onlicha-melijke afmetingen zijn overbodige voorraden. Overbodige voorraden zijn lasten. De voorraad die zij is, is absoluut koesterend en dus absoluut fysiek!

O Schat, keer op keer maak je mij verlegen met je pertinente intimiteit. En ook al heb ik niet altijd de rust, toch kus je mij. En of mij dat blij maakt, of mij dat blij maakt! Dank je, dank je Allerverukkelijkste.

10350 dagen is zij dood
Die absoluut mysterieuze, wonderbarende visitatie van levensdurende duur.

Hoewel mijn liefste dood is, is mijn liefde voor mijn liefste (is mijn liefde en zal mijn liefde zijn). Heb je de Liefde ervaren dan er-vaar je de Liefde en zul je de Liefde ervaren. Want anders dan in de aardse fysica zijn ruimte en tijd in de fysica van de natuur van de Liefde geen lineaire fenomenen.

Een organisme te zien groeien is een geluks-ervaring. Een organisme enkel af te willen zien is pervers; het gaat uit van ontaarde concepten van levend-zijn en dood-zijn, waarin er een norm is voor 'volgroeid zijn'.

Zij is een individualiteit die voor mij kenmerken kreeg toen haar aardse manifestatie mij bezocht. En haar aardse manifestatie was de perfecte manifestatie–van A tot Z–van deze individualiteit, die door mij vermoed werd, waar ik naar hunkerde, nu door mij gekend is en die weer individualiteit is zonder een aards lichaam. De individualiteit kreeg voor mij vorm door in ruimte en tijd een dramatisch traject af te leggen en werd daardoor kenbaar. Maar het traject is niet de individualiteit en de individualiteit was er ervoor en is er erna.

Wanneer er sprake is van een band tussen liefde en liefde is ieder deeltje van de geliefde volledig die individualiteit die geliefd is. Liefde houdt ook in dat je alles accepteert van de geliefde, dus ook dat de geliefde dood is. Liefde bestaat in het besef dat de geliefde, hoe deze zich ook manifesteert, altijd rijkdom in welbevinden betekent.

11370 dagen is zij dood
De verwondering over het wonder is aan het dimmen. Zo goed als verdwenen zijn het onzekere aftasten en de bange vermoedens van totale verdwijning. Lekkere lekkere Schat, wij zijn gewoon bij elkaar en zullen gewoon bij elkaar zijn. Ja je zei het al toen je mij op mijn geluksnummer zette, maar ik was het weer even kwijt.
  Soms is zij aanwezig als een kamerwolk die er gewoon is. Vaak ligt zij naast mij, zoals zij lag. Enkele keren lag zij op mij. Soms zit zij tegenover mij, op de grond, op een plaats (altijd dezelfde) waar zij niet eerder zat. Dit is in onze kamer. In de andere kamers van het huis kiest zij niet een vaste positie, maar moet ik even zoeken waar zij is (ook meestal zittend op de grond). Buitenshuis loopt zij vaak met mij mee. Enkele keren zweefde zij voor mij uit.
  Enkele keren gaf zij mij kus. Vaker (verras-send) geeft zij mij een neusje.

12410 dagen is zij dood
Mijn Schat maakt geen sporen meer, maar alle sporen leiden naar mijn Schat.

Jij bent overal Schat, en daar moet mijn concentratie komen te liggen. En niet gefocust blijven op éen punt (met kringen eromheen). Vanuit een overal-focus moet ik het ene punt zijn. Een punt met onduidelijke contouren (veel water, veel lucht, een beetje aarde en een beetje vuur).

Ook van haar aardse manifestatie bleef buiten mijn bereik, wat van haar huidige metamanifes-tatie buiten mijn bereik blijft: het mysterie van de ander, wat niet toe te eigenen is, hè Schat? Ja, zo is dat!

13420 dagen is zij dood
Het was een woensdag (de avond waarop ik de witte berg beklom) dat zij als hondvrouw verdween en als mensmeisje verscheen. Met (tot mijn verbazing) een tussenmoment als mens-jongetje. Dat was even raar. En ook de avonden erna (van de dagen dat ik de zon niet zag) bleef het vreemd dat zij af en aan tegenover mij op een stoel zat, haar benen slingerend en slingerend (niet verveeld, eerder onwennig leek het). Te onwennig Schat, zei ik, griezeldagen, ben de hondin die ik ken en liefheb en trouw ben, zei ik. Zo mooi als je was blijf je jij, alles dus. Dit vroeg ik haar en zij reageert (met grote blijheid) en (met grote emoties) zijn wij weer wij.

Ja het lijkt erop dat individualiteiten via een werelds bestaan identiteiten worden. En dat het tevreden identiteiten worden wanneer ze door een liefdesband gevoed zijn. En dan dood, en volgroeid in hun identiteit, desalniettemin groeiend; niet in de betekenis van toegroeiend naar een identiteit maar groeiend in de mogelijkheid om genuanceerder en gevarieerder expressie aan hun specifieke individualiteit te kunnen geven.

14 450 dagen is zij dood
Mijn Schat is niet door vreemde handen behandeld, nadat zij vertrokken is. Hoewel vreemde handen haar een handje geholpen hebben om te vertrekken, zoals ze haar hielpen om aan te komen.
  De overledene maakt mee wat de nabestaanden met de organische resten doen. En ervaart het hoe hiervan als een bevestiging of een ontkenning van het leven dat met de achter-geblevenen samen geleefd werd. En deze ervaring is de eerste van deze nieuwe situatie en bepalend voor de verdere verhouding. Want niets aards is de dode vreemd.
  Ja Schat, ik versta je.

Al naar gelang de individualiteit zijn er mindere en betere passageplaatsen. Om aan te komen, om te vertrekken; te beginnen met ademhalen, te stoppen met ademhalen. En om van werkelijkheid te schwitchen terwijl je blijft ademhalen.
  Open kanalen met de metawerkelijkheden. En hier waar ik zit is een beste passageplaats. Voor mij om te schwitchen. En voor haar, die niet meer hoeft te ademhalen, ook.

15490 dagen is zij dood
Wanneer ik er niet helemaal ben, ben jij er niet helemaal. Dat is logisch, hè Schat!
  Enkel wanneer ik in mijn waarheid ben, is zij-nu door mij waar te nemen. Ja enkel wanneer ik op onze golflengte overga, registreer ik haar aanwezigheid.
  Zo is dat Liefje, zo is dat. Niet enkel de waarheid maar ook de hier-en-daarheid hè Schat, kun jij vier keer in je eentje aan.

Het is niet het geweten maar het gekend, dat tussen haar en mij gewicht heeft. Geweten ligt in het gebied van de ik-mij relatie en gekend ligt in het gebied van de ik-jij relatie.
  De dode is meta-organische vitaliteit. Ge-liefd en gekend en losgebonden. Of ongeliefd en ongekend en dwalend.

Zij is door de Liefde een gelukkige dode. Ik heb door de samenspraak met een gelukkige dode vrede in mijn zenuwen, vrede in mijn bloed en vrede in mijn spieren.
  Ja allerverrukkelijkste Schat, jouw trilling trilt vrij, in liefde door mij.

16 520 dagen is zij dood – een droom
Zonnig helder blauw (zeg maar Grieks). Huizen langs een looppad van planken; een kade, deels hangend over zee. Mijn Schat valt in het water en ik duik haar achterna. Zij zinkt snel, maar een rotsuitsteeksel vangt haar op. Ik keer mij in mijn duik. Zij heeft (door het water) een witte schijn. Zij kijkt mij aan en met dat ik aanzet dieper te duiken naar waar zij zit, maakt zij (mij nog steeds aankijkend) een beweging waardoor het uitsteeksel afbreekt. Ik besluit instantueel haar te laten gaan. Een besluit dat mij ingegeven wordt door een mix van factoren: haar onafhankelijkheid (alsof zij voorzag waar haar beweging in zou resulteren), plus het caissoneffect (waar ik mee te maken ga krijgen als ik mij dieper zou wagen), plus ergens het besef, dat ik toch met lege handen terug zal moeten keren (en dat ik nu nog maar net genoeg adem heb om weer aan de oppervlakte te komen).

17 560 dagen is zij dood
Hoewel een groot verdriet mij de afgelopen 560 etmalen gaande houdt, hadden wij het afgelopen jaar met elkaar zeker zeven keer vijftig fijne dagen. Zeker. Meer nog. En ook de komende jaren zullen wij zeker zeven keer vijftig fijne dagen hebben. Zonder twijfel. En hoeveel jaren dit zullen zijn, maakt ons helemaal niet uit hè Allermooiste!

Dat al mijn mentale activiteit zich op haar richt, is deze dagen niet meer het geval. Wel nog staan al mijn emoties in betrekking tot haar. En mijn bewegingsactiviteiten staan deze dagen op een wat hoger pitje.
  De kwestie is Allerzachtste, dat het een en ander mij nu duidelijk is. Ik heb gevoeld en doordacht. En dwangmatige magie hoeven wij niet te bedrijven om het contact tot stand te brengen of te onderhouden; de meeste tijd hebben wij gewoon contact. Gewoon. Ja ik zei het al, wij zijn gewoon bij elkaar (en zullen gewoon bij elkaar zijn).

Hmmm Allerzoetste, jij maakt mij keer op keer heel, ik ben dol op jou!


 

1ste kroniek 2 (INZICHT) *2007

 Hoe ik het waargenomen heb en voor waar neem.


182010 dagen is zij dood
Ik begrijp wat jij mij vertelt Schat. Dat jij niet jouw leven bent. Dat jouw leven niet jij bent. Jij moest jouw leven leven. Die rol moest rollen. Dat scenario moest van het beginpunt naar het eindpunt komen. Improviserend met wat er in de situatie voor handen was. Als zodanig is voor jou het leven een klem geweest. Waarin jij geklemd zat. En nu ben jij onvergankelijk jij. Absoluut vrij. In liefde bij mij.

Zij is haar aardse lichaam niet vergeten. Het is nog steeds een gedaante die zij aan kan nemen. Ik ben haar aardse lichaam niet vergeten. Behalve dat ik het in mij voel, registreer ik deze gedaante van haar (die mij bekend is) ook dagelijks als iets van buiten. En nee, ik heb het niet over een projectie door middel van mijn mentale vermogens. Ik heb het over een aanraakbaar volume. Die graag geaaid wordt. Die graag toegesproken wordt. Graag lekkernijen te eten krijgt. Graag fris helder water te drinken krijgt. En dit krijg jij ook hè Schat, al 2010 dagen (ik mag er een dag naast zitten). En daarvoor alle 3093 dagen ook.
  Wel is het zo dat het fysieke volume van haar aanwezigheid wisselend is (dit heb ik gesig-naleerd). Er zijn dagen dat zij met gemak een grote lege kamer aan kan (zelfs een grote lege kamer nodig heeft). Voor mij blijft er dan een klein hoekje. Een fijn hoekje waarin ik mij bevoorrecht weet. Want groot of klein, altijd vind ik het verrukkelijk. Om een paar keer een paar keer per dag jou te benaderen en intiem te begroeten. Om een paar keer een paar keer per dag het centrum van jouw aanwezigheid aan te raken. Ja reken maar, dat ik dit verrukkelijk vind.

Alles wat jij wil ervaren interesseert mij Schat. Ervaren, voor jou, is verbindingen herstellen. En is verbindingen herstellen niet sowieso een hele goede omschrijving van ervaren? Ik dacht het ook.
  Ach het is gewoon zo Schat: ik geloof niet; ik ervaar, wij geloven niet; wij zijn ervaring.

192020 dagen is zij dood
Lieve lieve lieve Schat, nog een paar dagen en dan voor de veertiende keer arriveert en passeert jouw speciale datum weer. Ik maak het mee Allerliefste. Een klein beetje. Duidelijk is het nog niet helemaal, maar het wordt duidelijker en duidelijker.
  Frisse frisse frisse Bloem. Ik was twee en veertig jaar (plus vier maanden min vier dagen), toen ik jou voor het eerst zag en voelde. En jij was drie weken en twee dagen. En tot die dag, dat ik twee en veertig (plus vier min vier) was, was ik een complete onbenul. Zo is dat.

Ja grote grote grote Liefde, nu jij vijf jaar en zes maanden dood bent, zijn jij en ik er nog steeds voor elkaar. Natuurlijk en uiteraard. Maar ook natuurlijk en uiteraard vind jij mij enkel dan, wanneer ik weet waar ik ben. Hè Schat, zo blijft dat!

Wat ik ook al zei: mijn woonplaats is een goede passageplaats.
  Bovendien zijn er geen dwalende doden (ik ben er althans nog geen tegengekomen). Dit maakt dat de atmosfeer helder is. En dit maakt dat ik de doden herken die mij eigen zijn.
  Dat er geen dwalende doden zijn schrijf ik toe aan verschillende factoren. Met betrekking tot de doden van de lokale gemeenschap is het vanwege de liefdesband tussen de doden en hun nabestaanden, en de daaruit voortvloeiende zorg voor elkaar. En met betrekking tot de anonieme doden van de geschiedenis is het omdat het land tot voor kort onbegrensd overstromingsgebied was, voor mensen ontoegankelijk, moerassig. Geen doortrekkende legers dus, geen bloedige confrontaties met alle sterftrauma’s vandien. Zelfs in de meest gespecialiseerde bibliotheken zul je naar vermelding van dit gebied dan ook tevergeefs zoeken. Anders dan als onbetrouw-bare, zich verleggende rivieroevermodder bestond twee honderd jaar geleden dit gebied simpelweg niet op de stafkaarten.
  Op wat recentere folklore na, bestaat er dus geen geschreven geschiedenis. Maar ontstaat geschreven geschiedenis ook niet enkel daar, waar de doden niet gevoed worden door een liefdescontact met achterblijvers? Zijn het niet de ongekende (ongebonden, dwalende, onte-vreden) doden die aanzetten tot het schrijven van geschiedenisboeken (en van menige roman)?

Ik voel ik voel, wat jij voelt Schat.


1ste kroniek 3 (INZICHT) *2008-2009

   Hoe ik het waargenomen heb en voor waar neem.


20 – 2380 dagen is zij dood
Soezend en suizend volbracht jij jouw dramatische traject. En jouw dramatische traject is geëindigd; jij bent nu vrij van het leven. Wij pakken het al anders aan en dit zetten we door. Nog maar af en toe soezen en suizen; sporadisch, als een soort nostalgietje. Tot jij daar ook geen zin meer in hebt en dus wij daar geen zin meer in hebben. En het dus voor ons geen zin meer heeft. Dit is wat ik voel, dat nu (na zes en een half jaar dood) jouw transittraject voorbij is. Dat jij nu continu opereert vanuit jouw jijste individu-aliteit.

Krullen heeft zij-nu. Voor eventjes; om zich te amuseren, om deze feestelijke dag op te sieren.

Jij geeft jouw juwelen niet zomaar weg. En gelijk heb je, ook al is jouw voorraad onuit-puttelijk; ieder juweel uniek en van onschat-bare Schattenwaarde. Schoon moet ik zijn. Om jouw gift waard te zijn (om jouw gift eer aan te doen). Ja Allerverrukkelijkste, gelijk heb je.
 
21 – 2550 dagen is zij dood
Jij Schat bent buiten en binnen. Jij Schat bent buitenst buiten. Jij Schat bent binnenst binnen.

Nu is gewoon (maar daarom niet minder bijzon-der) dat jij continu bij mij bent. En dus is gewoon (maar daarom niet minder bijzonder) dat de Liefde continu aanwezig is. Ik ben éen met jouw aanwezigheid. Ik ben éen met de aanwezig-heid van de Liefde.

Is jouw binnen jouw buiten? Jazeker, jouw binnen is jouw buiten. Is jouw buiten jouw binnen? Jazeker, jouw buiten is jouw binnen.

 22 – 3093 dagen is zij dood
Het leven dat het jouwe zou zijn had zijn omstandigheden; zonder meer omstandigheden die beperkend waren voor jouw natuur. Door met deze omstandigheden geen gevecht aan te gaan (wat uiteindelijk ook altijd een schijngevecht is) toonde jij (bijvoorbeeld) jouw wijsheid. Zo zie ik dat Schat.

Welletjesaan heb jij mij te verstaan gegeven. Dat de weg die jij nu gaat, de weg van de zon en de maan is. De weg van de autonome drijf-veer. Samen zwerven wij in de regionen, waar ook de bomen graag samenkomen. Samen zwerven wij in de regionen, waar de stieren hun over-winningen vieren. Het bloed vloeit traag en is koud. Wolken stoeien met opgroeiende zoetlucht-arenden.
  Welletjesaan heb jij mij te verstaan gegeven. Dat de weg die ik te gaan heb, de weg van de zon naar de bron is. De weg van de geleide drijfveer. Met ontspannen ledematen glijden wij mee op het ochtendlicht. Mijn hoofd in de krans van bloemen die zij mij 's nachts geeft. Glijden zonder remmen. Ja daar gaan we Schat. De tijd en de ruimte schieten aan ons voorbij. Wij groeten en roepen "als jullie met ons mee willen is er plaats genoeg voor jullie alle twee". Samen zwichten wij voor de verrukkingen, omdat de weg terug naar de basis altijd voor ons open ligt. O wat voelen wij ons in ons element in de kamer van de ontspanning. Ja daar gaan we Schat. Wij hebben geen vliegtuig nodig om te vliegen met de zwaluw. Wij hebben geen schuifeltuig nodig om te schuifelen met de schildpad. Wij hebben geen sluiptuig nodig om te sluipen met de panter.
  Welletjesaan heb jij mij te verstaan gegeven. Dat de weg die het leven is, een weg is waarop heengaan en teruggaan voortdurend onmerkbaar wisselen. De weg van de wijzende drijfveer. Iedere ochtend weer is ons streven om voordat wij opstaan zeven keer of meer van hot naar her te zweven. Als het zo uitkomt nemen wij een souvenirtje mee terug. Als niet (wat steeds vaker het geval is) dan niet.

Een voortdurende vitaliteit voor de Schat die mij gidst. Onaards is zij inmiddels, in zoverre dat ze blij is dat zij niet meer aan de ken-merken (gedragingen, impulsen, behoeftes, enzo-verder) van haar aardse vorm hoeft te voldoen. Hè Schat? Ja, zo is dat. En dat hoeft ook niet, dat hoeft ook niet. Niet aan de kenmerken van jouw aardse vorm. Niet aan de kenmerken van welke aardse vorm dan ook.

Hoe worden doden door de doden onthaald? Zonder enige poespas. Wat zijn de zinsverbanden? De kringen van de trillingen. De geliefden bij de geliefden, de tevredenen bij de tevredenen, de dwalenden dwalend tot ze geadopteerd worden (zodat ze geliefd kunnen worden). Idem met de nog-niet-lossen. Nee Schat, bij die laatste kring hoor jij niet. Jij bent los; jouw tril-ling trilt vrij, in liefde door mij.
  Wij (mijn Schat en ik) verkeren tegenwoordig met elkaar in een staat, waar wel een stem is maar geen woord, wel contour maar geen beeld, wel tranen maar geen verdriet.



2de kroniek 1 (BELEVING) *2002-2003

 Ben ik bij haar, dan beleef ik mijn leven.


1100 dagen is zij dood
Al mijn mentale activiteit richt zich op jou Schat. Jij, die als aards organisme niet meer bestaat. Al mijn mentale activiteit richt zich op jou. En al mijn emoties staan in betrekking tot jou. En mijn bewegingsactiviteit staat op een laag pitje.

Altijd actueel Schat, ieder moment. Dat was de top (en is na deze verandering de top en zal na deze verandering de top zijn). Altijd verras-send Schat. Dat was de top (en is na deze ver-andering de top en zal na deze verandering de top zijn). Intens present Schat, ieder moment. Als verleden of als heden of als toekomst actueel, ieder moment.

Smetteloze interactie. Zij en ik. Zijn en laten zijn. Voeden en gevoed worden. Vragen en antwoord krijgen. Antwoorden hè Schat, die verrassend zijn in hun waarheid van dit moment. Verrassend ja, omdat de inhoud van het moment de ervaring aangeeft en niet andersom; dat eerdere ervaringen de inhoud van het moment bepalen.

In de schijn van de zon is het warm (is het heet). In de heetste hitte weet mijn liefste mijn dorst te lessen. Ja ik zoek mijn heil bij haar, dus ja, zij is heilig.

Dank je Allerliefste. Dank je fijne fijnste Schat.

2 140 dagen is zij dood
De liefde tussen haar en mij bracht mij in contact met mijn aardse bestemming (en brengt mij in contact met mijn aardse bestemming). Contact te hebben met mijn aardse bestemming is wat voor mij beleving mogelijk maakt; enkel door haar toedoen beleef ik mijn leven (en enkel door haar toedoen beleef ik het aardse). Gewoon door wie jij bent Schat, in combinatie natuurlijk met mij.

Ik besef nog maar voor een fractie wat de consequenties ervan zijn, dat iets in mij zich jaren heeft laten voeden door het voedsel dat zij mij bood. Maar hoewel het voedsel dat zij mij bood toen zij leefde niet tot in de finesses benoembaar is, kan ik het vooralsnog verstaanbaarder benoemen dan het voedsel dat zij mij biedt nu zij dood is.
  Met haar in haar huidige metawerkelijkheid zijn doet mij goed, voedt mij met vitaliserende energie. En als ik niet iedere dag een dosis krijg (of tot mij neem) dan verlies ik het contact met mijn bestemming.

Er zijn momenten dat ik voel dat zij verdriet heeft. En ik begrijp dat dit is, omdat het ook voor haar niet meer is hoe het was. Want ook al was jij nog lang niet moe, jij moest naar jouw laatste bedje toe. Ja Schat ik begrijp het, het was ook verrukkelijk. En dit is pijn Schat, maar ook fijn dat wij nog steeds samen zijn. Ja zeker Schat, zeker.

Natuurlijk is haar liefde voor mij niet dezelfde liefde als mijn liefde voor haar. Haar liefde is specifiek voor haar en het is haar specifieke liefde die mij beviel (en bevalt en zal bevallen). Mijn liefde is specifiek voor mij en ik heb ervaren dat mijn specifieke liefde haar beviel (en ik ervaar dat mijn specifieke liefde haar bevalt en ik weet dat mijn specifieke liefde haar zal bevallen).

'Zit me niet zo aan te gapen'. Schat je hebt gelijk! Ik ben nogal gefixeerd! Want voor mij is het ook niet meer hoe het was. En in mensentermen heet dit verlies. En de mensen-overtuiging om, als compensatie voor de pijn van het verlies, recht te hebben op een beloning in de vorm van inzichten, zorgt voor een gefixeerde focus. En deze gefixeerde focus brengt onrust met zich mee, waardoor eventuele inzichten juist buiten bereik blijven.
  Ja wijze wijze Schat, ik versta je.

3200 dagen is zij dood
Je kunt niet de Liefde kennen, als je nooit liefde hebt ervaren. Als je de Liefde niet kent, kun je niet de dood kennen. En ken je de dood niet, dan kun je niet het leven beleven. Ja Schat, zo is dat.

Wat ik mis wanneer ik haar niet voel, is de structuur die ontstaat door dialoog. En door deze structuur wordt voor mij de chaos vitaliserend, in plaats van dat de chaos slaapverwekkend is. Contact te blijven voelen met haar vraagt van mij opperste concentratie; fijn afgestemde zenuw-bloed-spier-coördinatie in de hier-en-nu-toestand. En voel ik contact met haar, dan besta ik in een stiltestaat die ik ervaar als veilig warm weids.

Er is geen substituut voor de beschermlaag die de Liefde biedt. Een beschermlaag tegen uitholling. Uitholling door degenen die met je samenleven en die niet de Liefde kennen. En uitholling door degenen die door de meta-werkelijkheden dwalen als ongeïdentificeerde individualiteiten.

Ja zeker Schat, zoek ik mijn heil bij jou, want ja jij bent mijn beschermheilige.

4220 dagen is zij dood
Zij betekent alles voor mij; geeft alles betekenis en geeft alles tekening. Zij bezorgt mij een wandelroute, waarop ik mijn leven kan begroeten. Door wie jij bent Schat, door wie jij bent.

Behalve dat ik zo wat melancholieën had die mij eigen waren, werd ik ook nogal eens overvallen door verdrieten die ik niet herkende. Inmiddels heb ik begrepen dat dit verdrieten uit de meta-werkelijkheid zijn die zich van mij bedienden om zich te kunnen luchten. Het verdriet van mijn Schat is zeker wel herkenbaar, dus komt haar verdriet op mij af dan ben ik verdrietig ja. Maar ook iets van blij, omdat zij mij duidelijk maakt dat het haar nog steeds bevalt om bij mij te zijn.

Pretendeer ik Schat, om het zeer te weren? Maar waarom dan niet vergeten? Of kan er niet vergeten worden omdat de stofwisselingen van mijn verschillende metalichamen ieder zo hun eigen tijdschema volgen? Al naar gelang de aard en het volume van het lichaam en al naar gelang de aard en het volume van de te wisselen stof? Ik wil je hier bij mij Schat, maar niet met mijn wil. Ik ben niet zo vertrouwd met wil. Wel verlang ik. En ik verkort. Ja Schat, zo is dat.

Zoals ik haar aura aaide (en dat vond zij verrukkelijk) zo aai ik haar groter en kleiner wordende aura (en dit vindt zij verrukkelijk) en ik zal, hè Schat daar kun je van op aan, jouw steeds veranderende aura aaien; ik kan niet zonder. Enkel zo kan ik thuis zijn en hoef ik niet met de kwijnenden te verwijlen in de doolhoven van een betekenisloze orde.

Dank je Liefste, ultiem intiem.

5290 dagen is zij dood
Het leven beleven is alléén zijn. Alléén zijn is eenzaam zijn. Eenzaam zijn is één en samen zijn. Eén en samen zijn is het leven beleven. Verrukkelijk vicieus!

Ben ik bij haar, dan lopen mijn buiten en mijn binnen synchroon. Lopen mijn buiten en mijn binnen synchroon, dan ben ik bij haar.

Hoewel zij nog steeds kan deelnemen aan het ruimte-tijd-continuüm, opereert zij vanuit sferen van de kosmos met een andere fysica. Zoals ook de Liefde functioneert volgens een andere fysica.
  Toen zij nog een aards organisme was, heb ik mij al door haar toedoen met deze sferen vertrouwd kunnen maken. En ook nu nog kan ik door haar toedoen in deze werkelijkheden bestaan. En zal dit ooit veranderen? Nee Schat nooit. Want de band tussen jou en mij is een band tussen liefde en liefde en de band tussen liefde en liefde verkoelt nooit.

Omdat mijn Schat een door mij gekende dode is, is zij voor mij een liefdeshaard, is zij voor mij een brug naar kennis, is zij voor mij een vrijheidshaven.

Dons zo zacht, boven haar neus, de plooien van haar fronsende vacht.

Mij lijkt Schat, dat wij in ultieme rijkdom bestaan. Dat wij niet verder hoeven te kijken hoe wij ons nog zouden kunnen verrijken.

6480 dagen is zij dood
Waar ik ook ga, ik versta jou, ik versta jou. Waar jij ook bent, je verwent mij, je verwent mij.

De Schat die ik ken (en kende en zal kennen) is op haar eigen wijze dood. Wat misschien wel een andere dood is dan hoe iemand anders dood kan zijn. Haar leven. Haar dood. Mijn leven. Mijn dood. Zij heeft haar dood ontmoet. Doordat ik een verbinding aanga met haar-nu, ga ik intenser dan ooit een verbinding aan met mijn dood. Een donker diep treffen.
  Liefste dank je, zo kom ik nog eens ergens.

O deze verrukkelijke Griet, zo zie je d'r, zo zie je d'r niet.

7560 dagen is zij dood
Maar ook een verdriet, ook een groot verdriet houdt mij deze 560 etmalen gaande. Ja, mijn leven is mijn leven en mijn leven leidt naar jouw leven. Verdriet en feest. En ja, jouw dood is jouw dood en jouw dood leidt naar mijn dood. Feest en verdriet. Dikke tranen, elke dag (een paar voor jou en een paar voor mij); dikke tranen om de kanalen schoon te houden. Ja jij, mijn Allerliefste!

Alles wat het jou te bieden had, heb jij van het leven gehad (van jouw leven). En alles wat jij te bieden had, heeft jouw leven van jou gehad. Maar wat jij mijn leven te bieden hebt, is nog niet op (zo lang ik leef niet). En dit mag best nog een keer gezegd worden. Ja jij, mijn Allerpuurste!

Wat heb jij mij wijs gemaakt (en wat maak jij mij wijs en wat zul jij mij nog wijs maken). Jij bent. Niet hoger of lager, maar puur. Puur jij. Jouw kleur, jouw plezier, jouw dynamiek. Jijst. Nee jijer kun jij niet zijn. Verrukke-lijk ben je (ik ken je en daarom herken ik je). Puur jij. Pure liefde. Pure kennis. Jij bent de intelligentie die jij bent. Jouw individuali-teit, jouw beschaving. Ja jouw binnen en jouw buiten. Die zich beide voeden met mijn liefde voor jou. Blijf bij mij, mijn Liefste. Jij was mijn geleider (en zult mijn geleider zijn). Blijf bij mij, mijn Liefste. Jij wees mij mijn bestemming (en zult mij mijn bestemming wijzen). Ja jij, mijn Allerwijste!

In de relatie tussen de ene specifieke liefde en de andere specifieke liefde wordt de universele liefde ­(Liefde met een hoofdletter) actief en heilzaam en dus heilig. Ook toen jij leefde Schat en ook nu jij dood bent. Hoe kon ik nou niet stapeldol op jou zijn? Dat kon ik niet. Dat was gewoon niet mogelijk! (En hoe kan ik nou niet stapeldol op jou zijn? Dat kan ik niet. Dat is gewoon niet mogelijk!) Heb ik ooit iets anders van jou verwacht dan wat je mij uit eigen beweging gaf? Ik dacht het niet. En ook nu verwacht ik niet anders. Maar jij bent nog scherper geworden (een nog zuiverder instru-ment). Gewoon omdat je nog zelfstandiger bent (nog onafhankelijker). Nee, wij hebben onze laatste dans nog niet samen gedanst. Niet die bij het licht van de zon en niet die bij het licht van de maan. Ja jij, mijn Allervrijste!

Jij hebt er nooit misbruik van gemaakt, dat jij in het centrum van mijn leven stond. (En jij maakt er geen misbruik van, dat jij in het centrum van mijn leven staat.) Dat jij het centrum van mijn leven was (en bent en zult zijn) heeft jou niet gecorrumpeerd. En waarom zou het ook? Jij kon mijn liefde vier keer in je eentje aan (en kunt en zult). Zo is het gewoon (en zo was het en zo zal het zijn). Ja jij, mijn Allerstoerste!

Jij was zekerheid (en bent en zult zijn). Zo zeker als de zon en de maan. Jij was echt niet gedrild naar mijn grillen, maar jij kon mij duidelijk maken wat jou beviel en dan was ik ook blij dat, àls ik daar voor kon zorgen, òm er voor te zorgen. (En jij bent echt niet gedrild naar mijn grillen, maar jij kunt mij duidelijk maken wat jou bevalt en dan ben ik ook blij dat, àls ik daar voor kan zorgen, òm er voor te zorgen.) En niet dat als ik dat deed, dat het dan niets meer waard was. (En niet dat als ik dat doe, dat het dan niets meer waard is.) Of andere van zulke treurigmakende vervormingen. En nooit cliché, nooit voorspel-baar. Altijd jij nu hier waardoor jij jou tekende (en tekent). En alles bij elkaar Schat, is dat natuurlijk wat mij beviel (en bevalt en zal bevallen). Ja jij, mijn Allerwarmste!

Jij en ik toen. Ons bestaan samen toen. Feest en verdriet. Jij en ik nu. Ons bestaan samen nu. Verdriet en feest. Dansen bij het licht van de zon. Dansen bij het licht van de maan. Jij en ik dan. Ons bestaan samen dat nog komen gaat. Ja! Want alle komende jaren bewaren wij ook voor elkaar. Daar reken ik op. En tussen jou en mij Schat, heb ik mij ooit verrekend? Nee! En dit zal ik ook nooit. Zei ik het al niet: wat jij mijn leven te bieden hebt, is nog niet op (zo lang ik leef niet). En dit mag best nog een keer gezegd worden. Ja jij, mijn Aller-allerintiemste!

De datum van jouw geboorte vieren wij als heilig, omdat jij op deze datum fysiek werd in het aardse. Voor de duur van jouw leven, dat was maar even, maar lang genoeg om mij zoveel te geven, dat al mijn streven er enkel nog maar op is gericht mij zodanig te bewegen, dat ik nooit enig bericht van jou hoef te missen. Ja jij, mijn Allerjijste!

Hmmm Allerverrukkelijkste, wat ben je dichtbij!

8
Liefde is een conditie die je kunt binnengaan. Als je weet wat voor jou de methode is kun je beschikken over geluk. Zij is mijn methode, ja Schat zo is dat. Zodra mijn contact met jou actueel is, arriveer ik in de conditie van de Liefde. De condities van de Liefde staan in open verbinding met de condities van de dood. En een gelukservaring dus ook.

O wijze pure verrukkelijke Schat. Dank je, dank je.